Kabinet-Jetten breekt pensioenakkoord: AOW-leeftijd stijgt richting 72 jaar

Oude mannen staan in de rij voor hun AOW-formulier (1958)

Het nieuwe regeerakkoord verscheurt de afspraken uit het Pensioenakkoord van 2019. VVD, D66 en CDA koppelen de AOW-leeftijd weer één-op-één aan de levensverwachting. Voor de huidige generatie twintigers verschuift de eindstreep hierdoor richting de 72 jaar. Het kabinet verkoopt deze verhoging als onvermijdelijk, maar de maatregel jaagt oudere werknemers de armoede in.

In 2019 sloten de vakbonden en de overheid een moeizaam pensioenakkoord. Zij spraken af dat levensjaren minder zwaar meetellen voor de AOW-leeftijd. Voor ieder extra levensjaar werk je acht maanden langer door, in plaats van twaalf. De vakbonden knokten hier kneiterhard voor. Aankomend Kabinet-Jetten spuugt de bonden nu recht voor de voeten en draait dit terug. Vanaf 2033 stijgt de pensioenleeftijd stapsgewijs.

Tijdens het Tweede Kamerdebat op 3 februari vroeg Jesse Klaver naar de gedachte hierachter. Hij noemde het oude akkoord nog ‘een evenwichtig pakket’. Jetten verdedigt zich door de plannen uit het coalitieakkoord klein te maken. Hij stelt dat het akkoord alleen ‘een richting’ biedt en er nog niets vastligt.

De mythe van de fitte zeventiger

De gevestigde media, zoals de NOS en NRC, nemen het overheidsargument vaak klakkeloos over. Zij stellen dat langer doorwerken een logisch gevolg is van de stijgende levensverwachting. Dit is niet waar. Een langere levensduur vertaalt zich niet direct naar blijvende fysieke en cognitieve kracht. Een werknemer van zeventig jaar draait niet even makkelijk mee als een vijftiger. Laat staan dat iedereen zin heeft om tot op z’n oude dag nog door te werken, terwijl onze Europese buren lagere pensioenleeftijden hebben.

Bovendien weigeren bedrijven in de praktijk massaal om vijftigplussers aan te nemen. Deze AOW-maatregel houdt mensen dus helemaal niet langer aan het werk. Oudere werknemers vallen fysiek uit of raken hun baan kwijt. Zij overbruggen hun laatste jaren noodgedwongen in de bijstand of met een uitgeklede WW-uitkering. De overheid wentelt de kosten van het pensioen zo simpelweg af op de individuele arbeider.

Wisselgeld en winstbejag

Politiek analisten vermoeden dat de coalitie deze snellere stijging bewust inzet als wisselgeld voor toekomstige onderhandelingen. Als dat zo is, blijkt weer hoe neerbuigend de nieuwe regering denkt over de arbeidersklasse. Tegelijkertijd speelt er een helder financieel motief. De versnelde verhoging zou de staat jaarlijks 2,7 miljard euro opleveren.

Wij zien hier de inherente logica van het kapitalisme in crisis. De staat fungeert slechts als het comité dat de gemeenschappelijke zaken van de heersende klasse beheert. Om de winstgevendheid van het kapitaal veilig te stellen, minimaliseert de overheid de sociale uitgaven. Zodra de politieke macht verschuift, scheurt de heersende klasse elk akkoord aan stukken. Binnen het kapitalisme is een onbezorgde oude dag nooit gegarandeerd.

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!