Als verkiezingen er toe deden, zouden ze niet gehouden worden, zo luidt een flauw maar niet onzinnig gezegde. In elk geval gold ooit in Nederland dat indien de verkiezingsuitkomst de staat onwelgevallig was, de democratie verzet werd.
In het Groningse Finsterwolde werd in 1950-51 zowel gemeenteraad als college opgeheven. Een regeringscommissaris werd aangesteld als bestuurder van de gemeente. Aanleiding was, aldus de Memorie van Toelichting, dat de Communistische Partij van Nederland (CPN) zich als meerderheid in de gemeenteraad ‘van de Nederlandse opvattingen had losgemaakt.’ De aanstelling van de commissaris was zonder meer een antidemocratische maatregel maar wie optimistisch is beschouwt deze episode als een curiositeit uit lang vervlogen tijden.
Dat is het uiteraard ook. De toenmalige interpretatie van de CPN blijft echter onverkort relevant: ‘Er bestaat geen enkele burgerlijke staat, zij het ook de meest demokratische [sic], die in zijn Grondwet geen achterdeurtjes uitzonderingsbepalingen heeft…voor het geval, dat de uitgebuite klasse […] poogt zich niet als slaven te gedragen.’ Ook nu onderdrukken geheime dienst en politie links verzet, van Palestina-beweging tot anti-Zwarte Piet-groepen. Het valt daarom niet uit te sluiten dat een socialistische meerderheid in een vertegenwoordigend lichaam ook nu nog buiten werking zou worden gesteld.
Finsterwolde
In 1935 behaalde de CPN een meerderheid in de Finsterwolder gemeenteraad. De reden van haar populariteit is te vinden in de demografische achtergrond van Oost-Groningen. Daar woonden weinige rijke herenboeren en vele arme landarbeiders. In 1949 stemden daarom van de 1733 stemgerechtigden 1022 (59%) op de CPN. Dat leverde zes van de elf zetels op. De andere zetels waren voor de PvdA (twee) en Gemeentebelangen (drie).
De CPN vormde in haar eentje het college en leverde beide wethouders. Het college zette zich in voor ruime woningen voor arbeiders, de gemeente betaalde de huur van arme bejaarden en invaliden werden een moestuin toebedeeld waarvan de pacht voor rekening van de gemeente kwam. Dat werd allemaal door de staat getolereerd. Dat bleek echter niet het geval bij de steun die de gemeente gaf voor arbeiders die het werk neer hadden gelegd bij de Dienst Uitvoering Werken (DUW). Dat ging de regering te ver.
DUW
De DUW was het toenmalige UWV. Het zag er, net als het UWV sinds de participatiewet van 2015, op toe dat een uitkering vergezeld ging van een tegenprestatie. Landarbeiders die ’s winters geen werk hadden, waren verplicht voor de DUW te werken. Wie dat niet deed, kwam niet in aanmerking voor een uitkering.
In mei 1949 maakten arbeiders bezwaar tegen werktijden bij de DUW. Er moest op zaterdagmiddagen gewerkt worden, soms tot half negen ‘s avonds. De zondagochtend daarop ving het werk om half vijf ‘s ochtends weer aan. Daarbij moesten werklozen in Oost-Groningen zware fysieke arbeid verrichten zoals het graven van sloten aan de aanslibbingswerken in de Dollard. Die werkplek was weer twee uur reizen vanaf Finsterwolde. De werkloze arbeiders wilden dan ook de zaterdagmiddag vrij en boden aan op andere dagen langer door te werken. De DUW ging hier niet op in. De DUW ontsloeg zelfs de betrokkenen die het werk enkele keren hadden neergelegd. Deze verloren daarmee hun recht op overheidssteun.
De Finsterwolder gemeentedienst Sociale Zaken bleef echter financiële steun verlenen. In eerder genoemde Memorie van Toelichting werd gesteld dat de gemeente daarmee steun had verleend aan stakers. Dat was onrechtmatig.
Afzetting
Er volgde een reeks Koninklijke Besluiten (KB) die de steun nietig verklaarden en het bestuur van de gemeentedienst schorsten. De gemeenteraad ging hier tegenin door moties aan te nemen die de KB’s weer buiten werking moesten stellen. In oktober 1950 werd de Wet voorziening in het bestuur van de gemeente Finsterwolde ingediend om het lokale verzet te breken. De Tweede Kamer nam het in mei 1951 aan. Enkel de CPN stemde tegen met acht van de honderd zetels.. Hetzelfde gold voor de Eerste Kamer.
De wet wond er geen doekjes om. Het kabinet Drees I gaf aan de PvdA-burgemeester van Finsterwolde ‘alle bevoegdheid, welke in de gemeentewet of enige andere wet aan de raad of aan de burgemeester of wethouders is opgedragen’. De burgemeester kreeg een volmacht en ‘de besluiten, door de burgemeester […] in de plaats van de raad of het kollege [sic] van burgemeester en wethouders genomen, worden geacht afkomstig te zijn van die organen.’ Het tweede wetsartikel stelt duidelijk: ‘De raad der gemeente Finsterwolde komt niet in vergadering bijeen.’ en onomwonden: ‘Er zijn in Finsterwolde geen wethouders.’ Bezwaar was niet mogelijk, gezien artikel 7 bepaalde: ‘Geschillen omtrent de toepassing van deze wet worden door ons beslist.’ De Memorie van Toelichting volgde pas maanden later in juli 1951. Het besluit ging aan de toelichting vooraf.
Bovenstaande is onontkenbaar geschiedenis. De CPN ging in 1990 op in GroenLinks, dat in 2026 zal fuseren met de PvdA. Een grote partij links van PvdA-GL is met de twintigjarige implosie van de SP überhaupt niet aan de orde. En toch. Toch bevat de geschiedenis van Finsterwolde ook een waarschuwing. Zwarte demonstranten tegen Zwarte Piet werden jarenlang belaagd door de politie, tot kaakslagen aan toe. Studenten die protesteren tegen steun van hun universiteit aan Israel worden in elkaar geslagen. De geheime dienst tracht klimaatbewegingen te infiltreren. Dit is zomaar een greep uit staatsacties tegen linkse bewegingen. Het maakt daarbij niet uit of de regering extreem-rechts of centrum-links is. Het maakt evenmin uit dat de bewegingen vreedzaam zijn.
Mocht het een socialistische of ook maar linkse partij lukken om lokaal een meerderheid te krijgen, dan is het in elk geval niet ondenkbaar dat de gemeenteraad op enig moment opgeheven wordt. In elk geval kan de regering dan wijzen op een precedent van de ‘beste premier van Nederland’.