De krijgsmacht moet in 2030 122.000 personeelsleden hebben, bijna 50.000 meer dan afgelopen september. Om dat klaar te boksen moeten 17-jarigen een verplichte enquête gaan invullen en kijkt de coalitie zelfs naar de terugkeer van de opkomstplicht.
De roep van de Nederlandse staat om vers bloed is het afgelopen jaar toegenomen. Waar jongeren eerst enkel een brief kregen, begon ‘defensie’ vorig jaar met een vrijwillige enquête voor alle 17-jarigen. Dat was een wervingstruc om meer gemotiveerde soldaten bij het leger te krijgen. Deze enquête wordt verplicht als het aan de coalitie ligt, maar als dat de klus niet geklaard krijgt kijkt het aankomende kabinet naar een ‘selectieve opkomstplicht’. Dat staat vermeld in het nieuwe regeerakkoord.
Bij en ‘selectieve opkomstplicht’ moet niet elke jongere komen opdagen, noch zou er sprake zijn van loting. De selectieve opkomstplicht zou de eerder genoemde vragenlijst van een wervingsbrief naar onderdeel van een selectieprocedure veranderen, waarmee de meest gemotiveerde en fitste invullers gekozen worden voor het leger. Daar is de staat overigens vrij open over: in september 2025 schreef de staatssecretaris van oorlog het open en bloot in een brief aan de Tweede Kamer. Hij noemde de enquête een ‘selecterend instrument’.
Het is logisch dat de krijgsmacht niet gelijk naar volledige of willekeurige opkomstplicht kijkt. Het is voor haar beter om eerst fitte en gemotiveerde jongeren een geweer in de hand te drukken, voordat ze aankomt bij de ongemotiveerde burgers. Hiermee filtert de krijgsmacht namelijk niet enkel op fitheid, maar ook op loyaliteit en mogelijke opoffering van het leven voor het land.
Doordat de enquête vooral gemotiveerde mensen naar het leger trekt, zijn de meeste vooruitstrevende arbeiders tot nu toe buiten het leger te vinden. Wanneer de opkomstplicht in tijden van oorlog of oplopende spanningen steeds breder wordt, zal een steeds groter gedeelte van progressieve arbeiders in het leger gaan. Voor anti-oorlogsactivisten wordt het dan steeds belangrijker om ook binnen het leger anti-oorlogspropaganda te verspreiden.