De Indiase antikoloniale blockbuster Rise Roar Revolt (afgekort tot RRR) is een kleurige, over-the-top ode aan de revolutie. Echter plaatst het nationalistische mythes boven de echte revolutionaire weg.
India, begin twintigste eeuw. De koloniale grip van het Britse Rijk lijkt onbreekbaar. Maar een volk laat zich niet oneindig onderdrukken. Opstand na opstand en een groeiende onafhankelijkheidsbeweging laten de Britse ketenen schudden. Tegen deze historische achtergrond zullen twee revolutionairen een onwaarschijnlijke vriendschap ontwikkelen, die sterk genoeg is om het Britse Rijk te breken.
Zo gaat het in de film ten minste. Het verhaal draait om de gefictionaliseerde versie van twee echte revolutionairen: Bheem is geïnspireerd op Komaram Bheem, leider van de inheemse Gondi en Ram is geïnspireerd op Alluri Sitarama Raju, die in Zuid-India gewapende strijd voerde tegen het Britse Rijk. De kans is groot dat de twee hoofdpersonen elkaar nooit in het echt hebben ontmoet, maar het feit dat ze tegelijkertijd een aantal jaar in Delhi hebben gewoond, inspireerde regisseur Rajamouli’s fantasie: wat als ze elkaar wèl hadden gekend, en goede vrienden waren geworden?
De revolutie is een dansnummer!
Wie denkt dat deze historische inspiratie heeft geleid tot een serieuze, waarheidsgetrouwe film, zal er al snel achter komen dat dit toch echt een ander kaliber film is. Het soort stereotype over-the-top Indiase films met ontploffende treinen, vliegende tijgers en onverklaarbare dansnummers die de innerlijke stri jd van de personages tot in de diepste details beschrijven. Als je niet bekend bent met de clichés van de Indiase filmindustrie, zal de hele film tamelijk onserieus overkomen. Revolutie en koloniale onderdrukking is een serieuze zaak en dat wordt ondermijnd door scenes zoals de grote showdown in het midden waarin Bheem een horde wilde dieren van tijgers tot wolven en herten loslaat in het paleis van de gouverneur.
Toch wil ik een lans breken voor dit soort over-the-top actie. Revolutie en het omverwerpen van de oude, onderdrukkende wereld is een serieuze zaak, maar is daarnaast ook spannend en vol energie. We hebben soms de neiging te focussen op de meer ingetogen onderdelen van revolutie: partijopbouw, de lange mars naar de macht, theorie, vergaderingen… Revolutie is geen picknick! Inderdaad niet, maar het kan wel een avontuur zijn. Plannetjes smeden, infiltreren, vurige speeches, marcherende massa’s, en dan..actie! Hoewel de film iets wat overdreven is in het uitbeelden van de actiescènes, weet het wel je revolutionaire enthousiasme aan te wakkeren op een manier die stoffige boeken zelden kunnen.
Hindoe-nationalisme; een politieke tekortkoming
Graag wilde ik deze film heel graag perfect vinden. De film is absoluut prachtig en hoewel het verhaal enigszins creatief omgaat met de geschiedenis, is er duidelijk veel werk gestoken in alle historische details, van kleding tot dialecten. De setpieces zijn prachtig en bruisen van het leven, met duizenden extra’s die ervoor zorgen dat de steden en paleizen voelen alsof ze leven. Zelfs de eerder genoemde cheesy actiescènes werden al snel mijn favoriet. Op een gegeven moment zat ik te klappen als een zeeleeuw toen Bheem met behulp van een liedje het volk overtuigde om met blote handen en voeten de Britse soldaten te lijf te gaan. Maar in het laatste uur van de film daalde de kwaliteit van de special effects niet alleen merkbaar, het nam ook een onverwachte politieke wending waar zelfs ik, die vrij weinig van Indiase politiek afweet, mijn wenkbrauwen door optrok.
Ram, een Hindoe, neemt de wapens van een beeld gewijd aan de god Rama ter hand om het voltallige Britse leger mee te verslaan. De symboliek in de scène is duidelijk: Ram wordt Rama, de mythische koning en krijger die een rijk van rechtvaardigheid zal heroveren. Terwijl Ram tot een god wordt verheven, blijft Bheem gewoon Bheem. De op gelijkwaardigheid gebaseerde vriendschap tussen de twee hoofdpersonen wankelt. In de slotscène valt Bheem op zijn knieën en smeekt hij om Rams leerling te mogen worden. Dat is vreemd, want in de echte wereld was Komaram Bheem op geen enkele manier ondergeschikt aan Alluri Siturama. Allebei voerden ze gewapende strijd tegen de Britten.
Eigenlijk had ik de bui al eerder moeten zien hangen. Helemaal aan het begin van de film worden de Gondi, het inheemse volk waar Bheem deel van uitmaakt, vergeleken met schapen die nooit een vinger uit zouden steken om zich te verweren tegen hun onderdrukker. In de echte wereld voerden de Gondi al jaren strijd tegen de koloniale regels die hen het recht op gebruik van het bos ontnam, wat uitmondde in een gigantische opstand in 1910. Natuurlijk staan de uitspraken van karakters in een film niet gelijk aan de daadwerkelijke boodschap of de mening van de regisseur, met het blijft een bizarre opmerking, zeker gezien het niet door een racistische Brit, maar door een Indiaas karakter wordt gezegd.
De slotscène, waarin alle acteurs samen traditiegetrouw een dansnummer opvoeren, laat een heleboel belangrijke figuren uit de Indiase anti-koloniale strijd zien. Nu moet ik toegeven dat ik veel van de figuren niet herkende, maar blijkbaar zijn alle Islamitische revolutionairen heel toevallig buiten de film gelaten. Het is jammer dat een film die zo goed de revolutionaire geest kan aanwakkeren, zijn best doet om echte revolutionairen uit de geschiedenis te gummen. Ondanks deze politieke tekortkoming is de film nog steeds het kijken meer dan waard.