Vanaf deze week is in de filmtheaters een gloednieuwe restauratie te bewonderen van de Nederlandse filmklassieker Het meisje met het rode haar. Een lange tijd werd gedacht dat het originele cameranegatief verloren was gegaan, maar deze werd vorig jaar teruggevonden en is in samenwerking met EYE filmmuseum gebruikt voor een 4K digitale restauratie.
Deze film uit 1981, geregisseerd door Ben Verbong, vertelt het waargebeurde verhaal van Hannie Schaft, een jonge vrouw die tijdens de Duitse bezetting tot het gewapend verzet toe trad en onder meer moordaanslagen pleegde op collaborateurs. Hannie – vertolkt door Renée Soutendijk – studeert rechten wanneer ze tot het inzicht komt dat er op dat moment belangrijkere dingen zijn en zij besluit zich aan de taak van het verzet te wijten. Na een mislukte aanslag op een SD-informant, krijgen de nazi’s lucht van ‘das Mädchen mit dem roten Haar’ en wordt de jacht op haar geopend. Zoals ook voor de echte Hannie Schaft, loopt het niet goed met haar af. Het noodlottige einde – vlak voor het einde van de oorlog wordt Hannie opgepakt en gefusilleerd – laat de kijker ontroerd en gedesillusioneerd achter en werpt een kille schaduw over de zogenaamde bevrijding.
Bijna vijftig jaar na dato is de film nog steeds de moeite waard als een portret van een jonge vrouw die dapper het heft in eigen hand neemt en ervoor kiest te vechten voor haar idealen. Met name het camerawerk is indrukwekkend. Wat meteen opvalt, is het originele kleurengebruik van cameraman Theo van de Sande, die de hele film als door een grauw filter heeft geschoten. De bezetting ligt als een dikke stoflaag over het leven in de film. Als enige uitzondering is er het kenmerkende rode haar van Hannie, met een verhoogd kleurcontrast.
Als representatie van het verhaal van de historische Hannie Schaft kent de film echter een aantal grote gebreken. Veel lezers zullen wel weten dat Hannie Schaft een communist was. Hiervan ontbreekt in de film echter elk spoor. Verbongs film is een sterk staaltje depolitisering waarin elke verwijzing naar Hannies ideologische motieven angstvallig wordt vermeden. Hoewel de film gebaseerd is op de gelijknamige roman van Theun de Vries, de bekende schrijver en communist – die, zolang er van Hannie Schaft nog geen stenen monument was, met zijn boek een papieren monument voor haar wilde oprichten – wordt er in de film praktisch met geen woord over Hannies politieke overtuigingen gerept (communisme wordt één keer zijdelings genoemd door een Duitser die Hannie ondervraagt).
Om dit te begrijpen, moeten we wat dieper ingaan op de context van de film. Deze film is namelijk een moment in de tot op heden voortdurende geschiedenis van de herinneringscultuur rondom Hannie Schaft. Ik probeer in dit artikel een kort overzicht van deze geschiedenis te geven.
Herinneringscultuur
Herinneringscultuur gaat over wat en hoe herinnerd wordt. Herinneringen zijn geen vaste en onveranderlijke entiteiten, maar worden voortdurend gevormd en vervormd door de context waarin zij zich bevinden. Een herinnering is noodzakelijkerwijs selectief. Collectieve herinneringen zijn nooit een neutrale weergave van het verleden, maar een narratief over het verleden. Daarom spelen narratieve uitingen (zoals een film) hier een belangrijke rol in. Dit laat zien dat een (collectieve) herinnering altijd de inzet van een strijd is. Machthebbers proberen bepaalde herinneringen te onderdrukken, de onderdrukte klassen moeten hun traditie van verzet beschermen tegen de opgelegde vergetelheid. Dit is een constante strijd van herinneren en vergeten, herdenken en verwaarlozen, schrappen en toevoegen, oprichten en omverwerpen.
“Zullen ze begrijpen hoe wij geleefd hebben, na de oorlog?” verzucht Hannie in de film, nadat ze moet onderduiken. “Wat weten wij nou nog van de vorige oorlog? Zo gaat het ook met deze, met herinneringen…” De onderdrukking van een herinnering, het opgelegde vergeten door de dominante ideologie, vindt echter op slinksere wijze plaats dan een ruwe uitwissing. Vaak is de gedeeltelijke toe-eigening en verdraaiing ervan een succesvollere manier om een herinnering te pacificeren.
De marxistische Duitse filosoof en criticus Walter Benjamin heeft dit in de zesde these van zijn bekende tekst over geschiedenis het beste verwoord:
“Voor het historisch materialisme gaat het erom een beeld van het verleden vast te houden zoals het zich op het ogenblik van gevaar onverhoeds aan het historisch subject voordoet. Het gevaar dreigt zowel voor het erfgoed van de traditie als voor de ontvangers ervan. Voor beide is het gevaar één en hetzelfde: zich te lenen als werktuig van de heersende klasse. In elk tijdperk moet worden gepoogd de overlevering opnieuw te veroveren op het conformisme, dat op het punt staat haar te overweldigen.”
De nationale herdenkingscultuur rondom Hannie Schaft wordt gekenmerkt door eenzelfde strijd, met enerzijds de onderdrukking van de herinnering en anderzijds de noodzaak om haar als communist te blijven herdenken.
Het verhaal van Hannie Schaft
Jannetje Johanna Schaft werd geboren op 16 september 1920. Als studieus meisje toont Jo zich al vroeg politiek geëngageerd en uitgesproken antiracistisch en antifascistisch. In 1938 gaat ze rechten studeren in Amsterdam. Overeenkomstig met haar idealistische en marxistische overtuigingen, wil ze zich in haar leven inzetten voor gerechtigheid. Ze helpt onder meer Joodse vriendinnen aan persoonsbewijzen en onderduikadressen. In 1943 besluit ze, net als 85% van de studenten, de loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter niet te ondertekenen. Ze wordt actief in het verzet, waar zij de schuilnaam Hannie aanneemt. Hannie vervult allerlei gangbare verzetstaken, bijvoorbeeld als koerierster. Hannie vormde echter ook een uitzondering, daar zij als één van de weinige vrouwen actief wordt in het gewapend verzet. Dat doet zij samen met de gezusters Truus en Freddy Oversteegen. Philine Lachman-Polak, een goede vriendin van Hannie, zei hierover: “[Hannie] gaf zich er rekenschap van dat de toepassing van de techniek der geweldloosheid mogelijk is, als die erkend wordt als een geldige methode in de maatschappij die men vervormen wil, en dat het niet mogelijk is om die techniek toe te passen in omstandigheden waar de tegenstander absoluut geen begrip voor deze vorm van handelen en denken heeft.” Hannie stelt met haar acties herhaaldelijk haar leven in de waagschaal, en bij een van de aanslagen raakt haar vriend en verzetskameraad Jan Bonekamp gewond, waarna hij overlijdt. Hannie gaat door met verzetswerk, tot zij op 21 maart 1945 bij een controle wordt aangehouden met een pak illegale kranten. Hannie wordt gearresteerd en naar een gevangenis gebracht. Door SS-Sturmbannführer Willy Lages wordt uiteindelijk het bevel gegeven om haar te fusilleren. Op 17 april 1945 wordt Hannie Schaft in de duinen bij Overveen doodgeschoten en begraven.
Onderdrukte herinnering
Op 27 november 1945 vond een erebegrafenis plaats, waarbij Hannies stoffelijk overschot in aanwezigheid van koningin Wilhelmina ter aarde besteld werd. Postuum ontving Hannie Schaft het Nederlandse verzetskruis. Hannie was een verzetsheldin en er werd geen aanstoot genomen aan haar communistische idealen.
Zoals beschreven door Jos van Dijk in Ondanks hun dappere rol in het verzet en Elke Weesjes in haar boek Mama las Marx: Communistische gezinnen in naoorlogs Nederland, was er na de Tweede Wereldoorlog een korte periode waarin communisten meer welwillend bezien werden vanwege hun rol in het verzet, maar onder de invloed van de Koude Oorlog was van deze welwillendheid al gauw niets meer over. De anticommunistische hetze die hierop volgde was in Nederland relatief erg heftig. Communisten werden fel verguisd en gediscrimineerd. Zowel hun rol in het verzet als hun kampervaringen werden gebagatelliseerd. Waren zij in 1945 nog verzetshelden, een paar jaar later werden ze afgeschilderd als een staatsgevaarlijke vijfde colonne. In 1956 culmineerde de communistenhaat naar aanleiding van de Hongaarse Opstand in de – door de politie onverhinderde – gewelddadige bestorming van de Felix Meritis, het gebouw van de CPN, die de Russische inval in Hongarije steunde. Communisten werden bedreigd, mishandeld en moesten onderduiken.
Tijdens deze eerste fase van de Koude Oorlog werd Hannie Schaft alleen nog maar binnen communistische kringen herdacht, daarbuiten werd er in de decennia na de oorlog amper aandacht aan haar besteed. Zij werd door CPN-leden op handen gedragen als hèt symbool van de verzetsvrouw, de belichaming van communistische, antifascistische strijdbaarheid. In films van de CPN werd Hannie Schaft genoemd in de rij van Marx, Engels, Lenin, Gorter en Nieuwenhuis.
In 1951 bereikte het anticommunisme rond de herinnering aan Hannie Schaft een hoogtepunt. Hannies dood werd na de oorlog jaarlijks herdacht met een tocht van Haarlem naar Bloemendaal. De regering zag hierin goede gelegenheid om het ‘politieke misbruik’ van de herdenking de kop in te drukken. Jacob de Vos van Steenwijk, commissaris van de koningin en felle anticommunist, was bang dat “rauwe ongure elementen scheldspeeches boven de graven” zouden houden. Er werd besloten de herdenking van 25 november 1951 te verbieden, teneinde te voorkomen dat de Eerebegraafplaats het toneel zou worden van een ‘politieke manifestatie.’ Het bestuur van de Eerebegraafplaats wilde geen communistische herdenkingsdienst, maar meende ook dat “indien iemand een krans op de begraafplaats wil neerleggen, zulks natuurlijk nooit zal worden verhinderd.” Die belofte hield geen stand. Er werden honderden politieagenten, marechaussee en militairen ingezet om de vreedzame herdenking te stoppen. Er kwamen zelfs vier pantserwagens aan te pas. De duizenden mensen die op de herdenking af waren gekomen, werden bij de Zeeweg tegengehouden. Het kleine aantal mensen dat wel het graf van Hannie Schaft wist te bereiken via de duinen, werd gearresteerd. Voor de communisten en de verzetskameraden van Hannie, was dit een traumatische gebeurtenis. Theun de Vries schreef later: “Hannie Schaft is in de koude oorlog van de jaren vijftig nog eens vermoord en nu door Nederlanders.”
Na de consternatie in de jaren vijftig bedaarde de discussie over Hannie Schaft. Vanaf 1976 kwam zij weer onder de aandacht door de biografie van Ton Kors. Dit boek werd goed ontvangen en Hannie Schaft werd als verzetssymbool breder geaccepteerd. Tussen 1979 en 1981 vond er weer discussie plaats over de herinnering aan Hannie, ditmaal ten aanzien van de plaatsing van een monument. Mede op initiatief van Truus Oversteegen werd er voorgesteld een gedenkteken voor Hannie op te richten. De gemeente nam het voorstel aan, maar koos ervoor om niét Truus Oversteegen – kunstenares, oud-verzetsvrouw, vriendin en medestrijdster van Hannie Schaft – de opdracht voor een monument toe te kennen. In plaats hiervan, werd een prijsvraag uitgeschreven. Er werd gekozen voor een abstract kunstwerk van Joop van Rijs. Dit viel bij veel mensen niet in goede aarde. Als verzetskameraad van Hannie had Truus Oversteegen er het meeste recht toe om haar monument te ontwerpen, zo vonden velen. Er werd een nieuwe prijsvraag uitgeschreven en haar kunstwerk, getiteld ‘Vrouw in Verzet,’ won alsnog. Het beeld kwam in het Kenaupark in Haarlem te staan en op 3 mei 1982 werd deze door prinses Juliana ingewijd. Verdere aandacht voor Hannie vond in de vroege jaren ‘80 plaats met de publicatie van De Aanslag, de historische oorlogsroman van Harry Mulisch, waarin een personage op Hannie Schaft is gebaseerd.
Haar herinnering werd minder bevlekt door de Koude Oorlog en vanaf deze tijd groeide Hannie Schaft uit tot een algemener ideaalbeeld van de moedige verzetsstrijdster. Deze bredere acceptatie ging echter hand in hand met de verdere veronachtzaming van haar communisme: het witwassen van haar figuur voor een liberaal publiek. Aan de andere kant werd de CPN ervan beticht zich Hannie Schaft toe te eigenen.
Rond diezelfde tijd kwam de film van Ben Verbong uit, waarin zoals gezegd het communisme van Hannie onder het tapijt wordt geveegd. Verbong, die in een recent interview nog helemaal ontkende dat Hannie Schaft communist was, zei hier destijds over: “Bij de voorbereiding van de film besefte ik ineens dat het helemaal niet zo belangrijk was dat ze communiste is geweest. Het is niet bepalend voor haar daden.” Ook in 1981 kwam hier kritiek op, onder meer van Freddy Oversteegen, tevens oud-verzetsvrouw en -kameraad van Hannie: “Het is wel jammer dat er in die film geen politieke gesprekken plaatsvinden. Die zijn er echt wel geweest met Hannie. Je schoot iemand neer vanuit je politieke inzicht. (…) Maar ik denk dat Ben dat niet heeft kunnen doen omdat de film anders onverkoopbaar was geweest.” De recensent van De Waarheid schreef: “een prachtige film, maar er had wat meer communisme in gekund.”
Voorts was er terechte kritiek op de manier waarop de film seksistische tropen reproduceert. De film concentreert zich niet op de vastberadenheid of intelligentie van Hannie, maar op haar emotionaliteit. Dezelfde nadruk op gevoeligheid geldt niet voor de mannelijke personages. Hannie wordt gerepresenteerd als kwetsbaar, roekeloos, onbesuisd en sterk afhankelijk van Jan Bonekamp, in de film Hugo genoemd (gespeeld door Peter Tuinman). Verbong legt de nadruk op de romantische verhouding – uiteraard zeer kuis in beeld gebracht – tussen Hannie en Hugo. Deze narratieve keuzes gingen ook gepaard met een miskenning van de rol van de gezusters Oversteegen. Truus zei hierover schertsend: “Wat ik nu voel is: verrek, dit is weer door een man gemaakt en dus moesten die twee meiden eruit. Er moest er maar één zijn, met een man. Want het kan toch niet zonder man in het verzet? Drie vrouwen alleen, dat gaat toch niet?”
Verzetsvrouwen
Hierin zien we dat naast haar communisme, ook Hannies vrouw-zijn een beslissende rol speelt in de manier waarop zij wordt herinnerd. Ongeveer 10% van de mensen in het verzet in Nederland was vrouw. Het betrof vooral jonge, ongehuwde vrouwen. Patriarchale normen die maatschappijbreed heersten, werkten door binnen verzetsorganisaties. Vrouwen vervulden voornamelijk verzorgende, ondersteunende taken. Dat wil overigens niet zeggen dat deze taken niet minstens zo belangrijk waren als de meer zichtbare en spectaculaire acties van mannen. De positie van de vrouw in het verzet werd desondanks gekenmerkt door geringschatting en onderwaardering. Verzetsvrouwen konden meer dan eens op paternaliserend gedrag van hun mannelijke medestrijders rekenen. Wat dat betreft is de film realistisch; Hannie moet zich daarin ook als vrouw dubbel bewijzen tegenover de commanderende verzetsmannen. Seksistische opvattingen over vrouwen als onschuldig en onnozel werden soms juist ook gebruikt in het verzetswerk. Vrouwen werden bijvoorbeeld minder snel gecontroleerd door Duitse soldaten. Een ander voorbeeld van hoe de rol van de vrouw in de maatschappij als dekmantel diende, is het korset. Bonkaarten en revolvers werden soms door verzetsvrouwen in korsetten vervoerd. Het korset kwam dus van pas in het verzet, terwijl het tevens een symbool van vrouwenonderdrukking is.
Verzetsvrouwen zijn veelal anoniem gebleven en in de geschiedschrijving over het verzet is hun situatie onderbelicht. Hier komt steeds meer verandering in door nieuw historisch onderzoek. Maar in het naoorlogse seksistische narratief werden de daden van verzetsvrouwen binnen het traditionele gebied van vrouwelijkheid geplaatst. In dit narratief hadden vrouwen simpelweg hun intuïtieve moederschap gevolgd en hun ‘typisch-vrouwelijke’ kwaliteiten gebruikt, vooral om mannen te ondersteunen. De vrouwen verdwenen naar de achtergrond en het waren vooral verzetsmannen, wie aandacht en onderscheidingen ten deel vielen. In de beeldvorming over het verzet werd het beeld van emotionele, irrationele en roekeloze vrouwen, die de verstandige leiding van mannen nodig hadden, bevestigd.
Hannie Schaft was een uitzonderlijke verzetsvrouw en paste niet in het naoorlogse beeld waarin de daden van verzetsvrouwen werden toegeschreven aan hun ‘natuurlijke’ zorgzame moederrol. Hannie had vele liquidaties gepleegd en zeker niet alleen ondersteunend ‘vrouwenwerk’ verricht. Toch ontsnapte ook zij niet aan een interpretatie op basis van haar vrouwelijke ‘emotionaliteit.’ In het standaardwerk Onderdrukking en verzet, wijtte A.M.J. ten Holt-Taselaar, zelf een oud-verzetsvrouw, de dood van Hannie aan haar onverantwoorde, ‘vrouwelijke’ roekeloosheid: “De hardheid, felheid en menselijke bewogenheid van deze jonge vrouwen is tekenend voor een heftige emotionaliteit, die in een niet te stuiten dadendrang haar vorm vond.” Verbongs film lijkt hetzelfde te suggereren, daarin wordt Hannies weigering om zich tegen het einde van de oorlog neer te leggen bij de pacificerende leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) voorgesteld als ondoordachte roekeloosheid in plaats van gerechtvaardigd wantrouwen.
Conclusie
Het voert te ver om hier uit te wijden over de algemene dominante herinneringspolitiek in Nederland rondom oorlog, bezetting en verzet, maar ik hoop een kort overzicht te hebben gegeven van de politieke strijd rondom de herdenking van Hannie Schaft. Het (her)kijken van Het meisje met het rode haar herinnert ons niet alleen aan het verzet van Hannie Schaft. Een kritische lezing wijst ons ook op de noodzaak van herinneren en herdenken. We moeten dit herinneren en herdenken niet overlaten aan een liberaal antifascisme – dat nooit een wezenlijk antifascisme kan zijn, daar het liberalisme zelf het fascisme als inherente tendens in zich draagt. De bekende uitspraak van Max Horkheimer geldt vandaag de dag nog steeds, en wellicht des te meer: wie het niet over kapitalisme wil hebben, moet ook zwijgen over fascisme.
We moeten het herinneren en herdenken cultiveren, niet als spannend verhaal voor de cultuurindustrie of als gedepolitiseerd nationalistisch ritueel, maar als inspiratie voor de strijd. Dit herinneren is onderdeel van die strijd en behoedt ons voor de liberale inkapseling van radicale geschiedenissen. Zeker met het oog op de huidige militarisering van de samenleving, is het essentieel de communistische antifascistische traditie levend te houden, en om de herinnering aan figuren zoals Hannie Schaft, Jan Bonekamp en Truus en Freddy Oversteegen niet uit handen te geven. Zij blijven een lichtend voorbeeld voor hen die tegenover het fascisme niet de liberale orde plaatsen, maar de revolutie.
Verder lezen en kijken:
Bas von Benda-Beckmann, De Velser Affaire: Een Omstreden Oorlogsgeschiedenis (Boom, 2013).
Elke Weesjes, Mama las Marx. Communistische gezinnen in naoorlogs Nederland (Mazirel Pers, 2023).
Jolande Withuis, Opoffering en heroiek: de mentale wereld van een communistische vrouwenorganisatie in naoorlogs Nederland, 1946-1976 (Boom, 1990).
Jolande Withuis, De jurk van de kosmonaute: Over politiek, cultuur en psyche (Boom, 1995).
Jos van Dijk, Ondanks hun dappere rol in het verzet… Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog (Aspekt, 2016).
Lidwien Marcus en Bob de Graaff, Kinderwagens en Korsetten: Een Onderzoek Naar De Sociale Achtergrond en De Rol Van Vrouwen in Het Verzet, 1940-1945 (Bakker, 1980).
Madelon de Keizer en Marije Plomp, Een Open Zenuw: Hoe Wij Ons De Tweede Wereldoorlog Herinneren (Bakker, 2010).
Marjan Schwegman, “Het Stille Verzet: Vrouwen in Illegale Organisaties: Nederland 1940-1945” Dissertatie (Socialistische Uitgeverij Amsterdam, 1980).
Ton Kors, Hannie Schaft: Het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s (Van Gennep, 1976).
Walter Benjamin, “Over het begrip van de geschiedenis” in Maar een storm waait uit het paradijs. Filosofische essays over taal en geschiedenis, vertaald door Ineke van der Burg en Mark Wildschut (SUN 1996).
Wendy Burke, Images of Occupation in Dutch Film: Memory, Myth, and the Cultural Legacy of War (Amsterdam University Press, 2017).
Andere Tijden, Pantserwagens tegen kransen: Hannie Schaft-herdenking onder vuur (VPRO, 14-12-2010). https://anderetijden.nl/programma/1/Andere-Tijden/aflevering/393/Pantserwagens-tegen-kransen-Hannie-Schaft-herdenking-onder-vuur
Radio 1, “Verzetsheld Hannie Schaft herleeft in gerestaureerde film,” interview met Ben Verbong en Sophie Poldermans (VPRO, 17-4-26). https://www.vpro.nl/ovt/artikelen/verzetsheld-hannie-schaft-herleeft-in-gerestaureerde-film