Is socialisme ‘goed?’ Is de socialistische maatschappij moreel gezien de ‘juiste?’ Dat is vaak wel hoe marxisten er over praten. Dat is in ieder geval hoe ROOD-leden en RSP’ers met megafoons, flyers en demonstraties strijden voor wat ze dan noemen: ‘gerechtigheid.’ Desondanks is marxisme een wetenschap, althans dat is hoe het marxisme zichzelf ziet. Dat was de innovatie van Marx en Engels: de revolutie is niet ‘goed’ of ‘fout’, ze is een onvermijdbaar resultaat van conflicten tussen onze klasse en de kapitalistische klasse.
In de verschillende linkse bewegingen zorgt het verschil tussen de ‘wetenschappelijke’ blik en de ‘morele’ blik vaak voor spanningen. Discussies over veganisme, persoonlijke verantwoordelijkheid en boycots brengen het contrast tussen deze twee vaak het scherpst in beeld. Communisten in deze bewegingen proberen altijd de bredere maatschappelijke dynamiek te zien en om te redeneren vanuit een strategie die de strijd tussen de werkende en bezittende klasse wil bevorderen. Terwijl voor sommige mensen op links een beweging die zich bijvoorbeeld niet houdt aan bepaalde boycots geen knip voor de neus waard is.
Een treffend voorbeeld is een evenement van ROOD, waar een spreker aanwezig was die de zaal veroordeelde omdat er een paar mensen aanwezig waren die Coca-cola dronken, wat het doelwit is van een ongecoördineerde boycot. Dat zou schandalig zijn en zou ROOD niet serieus te nemen zijn als anti-zionistische organisatie. Dit terwijl de ruimte vol zat met mensen die hun universiteit bezet hadden, actiegroepen hadden opgericht en binnen de FNV het thema Palestina op de kaart gezet hadden. De focus bij ROOD-leden lag niet op het drinken van een bepaald merk frisdrank, maar op het organiseren van werkende en studerende jeugd.
Dit doet denken dat er een bepaalde wrijving bestaat tussen de koele berekenende marxistische analyse en een diepgaande, emotionele, overtuiging die men in de strijd gooit. Dat klopt natuurlijk ook niet helemaal. Zoals aan het begin van dit artikel benoemd: communisten staan vaak zat met een megafoon te roepen wat een schande het wel niet is. Een verklaring voor deze ogenschijnlijke tegenstelling kan gevonden worden met een duik in hoe marxisten naar ethiek, de filosofie van het ‘juiste’ of ‘goede’, kijken.
Ethiek voor materialisten
Intuïtief gezien zien mensen ‘het goede’ of ‘het juiste’ als iets onveranderends. ‘Moord is slecht’ lijkt logisch en niks op af te dingen. Totdat men kijkt naar de realiteit van de mensheid, waar er voor elk mens genoeg moorden in de geschiedenis te vinden zijn die ‘terecht’ waren.
De methode die marxisten gebruiken om de ethische opvattingen van mensen in het verleden te duiden is het historisch materialisme. Communisten zien onze maatschappij als uitvloeisel van alle economische en politieke conflicten die eraan voorafging. Dit is een materialistische manier van kijken naar wereld, het ziet niet ideeën als bepalend voor ontwikkelingen in de wereld, maar materiële ontwikkelingen in de wereld als bepalend voor ideeën. Mensen ontwikkelen dus niet zomaar een bepaalde set normen en waarden.
Mensen worden geconfronteerd met hoe de dominante ideeën en ethiek impact hebben op hun eigen positie. Het is daarmee geen toeval dat er klassenconflict ontstaat. Dit klassenconflict is echter niet een statisch gevecht tussen twee kampen waar arbeiders en kapitalisten vanaf hun geboorte al bij horen. Mensen groeien op met het idee dat werken voor een baas normaal is, dat het terecht is dat de ene persoon het beter heeft dan de ander en dat er conflict is tussen landen, niet tussen klassen. Het vergt een confrontatie voordat iemand hun klassenpositie kan ontdekken: een confrontatie die ze vraagtekens laat zetten bij alles waar hen altijd al in geloofde. Het merendeel van de werkenden wordt niet plotseling communist bij het horen van een marxistische analyse. Zij worden communist gemaakt door omstandigheden.
Beeld eens de positie van een arbeider in tsaristisch Rusland anno 1914 in: je hoort je hele leven al van meneer pastoor dat de Tsaar door God benoemd is om over jouw en je familie te waken. Er breekt een oorlog uit, maar ja, de tsaar weet het vast wel. Na een jaar sterven je kinderen aan het front en leidt je hele familie honger. Toch zal het wel liggen aan de corrupte bojaren aan het hof die de tsaar om de tuin leiden. Pas na bijna drie jaar lijden begint er wat om te slaan: het zijn van een brave, loyale dienaar van de tsaar en de kerk (het idee van ‘het goede’ dat je van jongs af aan aangeleerd hebt gekregen) sluit niet langer aan op je levenswereld en beleving. De idealen van het socialisme wel. Een geloof in de ideeën en ethiek van de heersende klasse paste dus prima in het leven van vele russen, tot er een grote confrontatie kwam tussen de geleefde (klasse)werkelijkheid in de vorm van de Eerste Wereldoorlog die niet in het belang was van werkende en boeren maar wel in het belang van de Tsaar.
Emancipatie
Klassenbewustzijn bevat dus een emotionele component: een verwerping van de normen waarmee je bent opgevoed, op basis van een concrete ervaring van klassenconflict. Het verwerpen van oude ideeën over wat goed of juist is creëert dan in wisselwerking ook een nieuw idee van wat goed of juist is. De waarden en normen die je aanneemt in zo’n situatie zijn dus toegespitst op jouw conflict met de heersende klasse. Hiermee kunnen bepaalde ideeën worden bestempeld als emancipatoir in hun eigen tijd. Hoewel het liberalisme nu terecht gezien wordt als de ideologie van het kapitalisme, betekende het in de 18de eeuw vrijheden voor miljoenen mensen die ze daarvoor simpelweg niet hadden.
De marxistische blik op ethiek kan dus verklaren welke ideeën ‘goed’ of ‘juist’ zijn op basis van de materiële omstandigheden waar ze uit voortkomen en welke rol ze op een bepaald moment hebben. Het liberalisme van de 16de, 17de en 18de eeuw veranderde de politieke en sociale orde van een proto-kapitalistische naar een industrieel-kapitalistische orde. Een klassenstrijd werd gevochten: die tussen feodale heren en kapitalisten. Dit bracht mensen van de ene maatschappijvorm naar de ander. Op eenzelfde wijze probeerde de bolsjewieken de mensheid een stap verder te brengen: door arbeiders te emanciperen van het kapitalisme en de klassenstrijd tot haar conclusie te brengen. Een set ideeën en ethische normen zijn dus emancipatoir wanneer ze een vooruitstrevende uiting zijn van die klassenstrijd. In ons geval een uiting van arbeiders om samen te komen als arbeidersklasse en te vechten tegen het kapitalisme en voor het socialisme. Deze lezing kan ook verklaren waarom communisten zich zo emotioneel verbonden voelen hiermee: het is dan wel een ‘wetenschap’ maar het is een die direct voortkomt uit betrokkenheid bij deze strijd. Marxisten kunnen deze wetenschap alleen verkrijgen door een directe band met de maatschappij die ze bekritiseren. De overtuiging in de wetenschappelijke blik van het marxisme gaat voor communisten samen met een diep gevoelde morele overtuiging.Dit is waarom er bij communisten zo’n afkeer te zien is tegen bepaalde moralistische houdingen die vaak samen gaan met bijvoorbeeld ongecoördineerde boycots of andere acties gericht op consumentengedrag. Het niet kopen van een bepaald product vanwege stappen in het productieproces kan heel nobel zijn. Het kan gedaan worden met de beste bedoelingen, maar het breekt niet met de waarde en normen van het kapitalisme, tenzij er actief een aanval plaatsvindt op de politieke macht van de kapitalist. ‘Vote with your wallet’, de beroemde Amerikaanse uitspraak, is niet emancipatoir. Het bevrijdt niet van de oorzaken van de processen waar men bezwaar tegen heeft. Het is juist precies zoals men geacht wordt te handelen in het kapitalisme. Zonder een radicale breuk met de waarden en methode van het kapitalisme zijn wij niet anders dan de gemiddelde boer in Rusland anno 1915: De tsaar is goed, maar het zijn gewoon een paar corrupte bojaren waar we vanaf moeten!