Vrede is niet apolitiek- en de strijd ervoor ook niet!

Grote NGO’s, zoals de Nieuwe Vredesbeweging en PAX, doen demonstraties voor vrede voor als ‘apolitiek’. Dat terwijl er toch weinig meer politiek is dan protesteren tegen oorlog.

Recent verscheen voor mijn ogen de aankondiging voor een nationale demonstratie, georganiseerd door de Nieuwe Vredesbeweging (NVB) onder de leus ‘Stop de oorlog tegen Iran!’ De oproep sluit af met: ‘Dit is een oproep tot vrede. We dragen geen politieke uitingen en nationale vlaggen.’

Oorlog is politiek

Dat er bij een oproep tot vrede geen politieke uitingen zouden mogen worden gedragen is natuurlijk volkomen bizar. Oorlogen zijn bij uitstek hét voorbeeld van geopolitieke conflicten, maar ook binnen de grenzen van landen hebben ze verregaande politieke consequenties. Hoe een land zich verhoudt tot oorlog heeft bijvoorbeeld een groot effect op het onderhouden van de verzorgingsstaat in dat land, zoals we in het laatste regeerakkoord weer hebben mogen ondervinden.

De houding van Nederland ten aanzien van de aanvallen op Iran is dan ook alles behalve apolitiek te noemen. Nederland is misschien wel een van de trouwste bondgenoten van de Verenigde Staten en heeft zodoende de VS gebruik laten maken van ons luchtruim voor hun aanvallen, in tegenstelling tot een aantal andere Europese landen, zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Een demonstratie tegen deze oorlog zou daar dus vrij direct politieke eisen aan onze overheid aan kunnen koppelen.

Massale demonstraties, minimale impact

Een demonstratie zonder politieke boodschap is enkel een uitlaat voor de wanhoop van mensen. De NGO’s die het protest organiseerden, de NVB en PAX, proberen ook geen politieke verandering af te dwingen. Zij stellen zich tevreden met het tonen van solidariteit met alle slachtoffers van geweld, en wel op de meest passieve manier mogelijk.

Het effect van deze demonstraties op grond van morele appèls is gering. Op de korte termijn weten ze soms best veel mensen te mobiliseren. Dit werd bijvoorbeeld erg duidelijk bij de ‘Rode Lijn’-protesten vorig jaar. Het probleem is dat dit soort protesten er, haast doelbewust, niet in slagen om mensen op de lange termijn te betrekken. Wanneer een beweging volledig gegrond is op de boodschap ‘stop het geweld!’, zal deze al snel uitsterven zodra het geweld lichtelijk afneemt, of simpelweg minder uitgebreid in de media behandeld wordt. Ook hiervan zijn de ‘Rode Lijn’-protesten een duidelijk voorbeeld.

Het doel van demonstreren

Demonstraties zijn vaak niet direct in staat om veranderingen te bewerkstelligen. Het is namelijk niet zo’n sterk pressiemiddel. Alleen wanneer grote protesten ook verbonden zijn aan een bredere, duurzame beweging die tot meer bereid is dan een of twee keer hun vrije zaterdag opofferen, zullen ze genoeg druk kunnen uitoefenen om dingen af te dwingen. Bewegingen van zulke schaal en ontwikkeling hebben we in Nederland niet en die ontstaan ook niet zomaar buiten crisistijden.

Wat is dan het doel van protesteren, zou je je af kunnen vragen. Het belangrijkste wat een demonstratie kan doen, is het politiek bewustzijn van de aanwezigen verhogen en ze organiseren. Zo kan een duurzamere beweging opgebouwd worden. Een grondvoorwaarde hiervoor is uiteraard dat er politieke uitingen kunnen worden gedragen. Dat de Nieuwe Vredesbeweging dit verbiedt toont dat ze niet geïnteresseerd zijn in het bouwen van een beweging die strijdt voor vrede. 

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!