Vrouwen hielden half het verzet overeind

Vrouwen speelden een cruciale rol aan en achter de frontlinies tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze verhalen blijven vaak onderbelicht wanneer ze in strijd lijken met traditionele genderrollen. Ook het verhaal van Femy Efftink, wiens daden een kleine staking deed groeien tot de grootste staking tegen de Nazi’s in Europa, word vaak onderbelicht. 

‘In grote deelen en steden van het land, is de Nederlandse bevolking in verzet gekomen, 

op de brutale afkondiging der moffen aan de weerbare bevolking om zich in krijgsgevangenschap te begeven.

Het antwoord hierop is en moet zijn

ALGEMEENE STAKING!’

Zo leest het op affiches door het hele land op de eerste dagen van mei 1943. Een van de grootste georganiseerde verzetsdaden in heel Europa voltrekt zich voor de lede ogen van de bezetter en  honderdduizenden Nederlandse arbeiders sluiten zich massaal aan. Het begon allemaal in een kleine machinefabriek in Hengelo en zonder de telefonisten van dat bedrijf was het nooit van de grond gekomen.

Femy Efftink had het druk met haar werk als telefoniste van de Stork machinefabriek in Hengelo toen stakingsleider Jan Berend Vlam op 29 april naar binnen liep om officieel te beginnen met de staking die later het best herinnerd zou worden als de april/meistaking. Hij was niet zo lang geleden vrijgekomen nadat hij 8 maanden in interneringskamp Kamp Sint-Michielsgestel had gezeten. Hij wist bijna zeker dat hij daar nooit levend uit zou komen. Hij was ten slotte opgepakt voor het organiseren van een eerdere, mislukte staking. Jan had echter geluk: de Nazis waren niet op de hoogte van zijn stakingsverleden. Wel was er een andere reden om hem op te pakken: zijn vakbondswerk. Dat stond niet de doodstraf op. Ondanks die ervaring was er geen moment twijfel in de hoofden van Vlam, Efftink of de uiteindelijk half miljoen Nederlanders die mee zouden staken toen ze de oproep tot krijgsgevangenschap in de kranten lazen.

300.000 in krijgsgevangenschap

Het land werd die ochtend wakker met een grote bekendmaking van de ‘Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden‘ in de kranten: driehonderdduizend mannen die hadden gevochten in het Nederlandse leger tijdens de inval moesten terug in krijgsgevangenschap. Het was de bedoeling dat deze mannen werden ingezet bij de zogenaamde ‘arbeitseinsatz‘ om als slaven in Duitse fabrieken te werken. 

Voor Jan Berend, Femy en de rest van de werknemers van Stork was het genoeg geweest. Het hele bedrijf legde het werk neer en liep naar buiten. De enige die achter bleef was Femy, de telefoniste, zij bleef bij de telefoon zitten. Ze had besloten om haar werkervaring op een uitermate moedige manier te gebruiken. Met gevaar voor eigen leven riep ze elk bedrijf dat belde op om mee te gaan staken met de machinefabriek. Ze nam ook zelf het initiatief en begon andere bedrijven te bellen met telkens dezelfde vraag: of ze ook deel zouden nemen aan de staking. De telefonisten die daarbij positief antwoordden, gingen soms zelf ook het nieuws verspreiden.

Luftwaffe aan de lijn

Met haar acties kreeg Femy het voor elkaar om de hele regio te bereiken. Om de rest van het land te bereiken was echter nog meer nodig. Mocht ze opgepakt worden stond haar namelijk al een standrechtelijke executie te wachten en die kans zou een stuk groter worden toen ze besloot om de rest van het land daadwerkelijk te mobiliseren. Hierbij stond haar een groot obstakel te wachten: de Luftwaffe, de luchtmacht van de Nazis, leidde de districtcentrales die het interregionale telefoonverkeer regelden. Dus om het goede woord eruit te krijgen moest ze dus keer op keer aan de lijn hangen met de vijand, constant hopend dat de man in uniform aan de andere kant van de hoorn niks in de gaten kreeg. En dat was precies wat ze deed.

Dankzij dit koelbloedige optreden van Femy en de vele ongenoemde telefonistes waar ze mee sprak, groeide deze plaatselijke verzetsdaad uit tot een van de grootste stakingen in de Nederlandse of zelfs Europese geschiedenis. Meer dan een half miljoen mensen sloten zich in de dagen die volgen aan bij de staking. In grote delen van het zuiden van het land staat de staking bekend als ‘de mijnstaking’ vanwege de gigantische aantallen mijnwerkers die zich achter de staking scharen. Op andere plekken in het oosten en noorden wordt de actie herinnerd als ‘de melkstaking’ ter ere van de vele melkboeren die stoppen met melk leveren aan de zuivelfabrieken.

De Duitse reactie

De reactie vanuit de Wehrmacht kwam snel en was hard. Op 1 mei voert de militaire gouverneur van de bezette Nederlandse gebieden, Arthur Zes-en-een-kwart, het politiestandrecht in en hij legt een avondklok aan het hele land op. Iedereen die na acht uur ‘s avonds nog buiten is en iedereen die op wat voor manier dan ook lijkt bij te dragen aan de stakingen, kan zonder proces geëxecuteerd worden. Honderden stakers werden op straat gefusilleerd, nog meer raakten gewond tijdens wilde beschietingen. Velen worden opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd.

Onderbelichte helden

Het verhaal van Femy en haar collegatelefonistes is een van de vele onderbelichte verhalen van heldhaftige vrouwen die bereid waren alles te geven voor de strijd tegen het fascisme. Zonder de inzet en de offers van miljoenen vrouwen, aan alle fronten, had de oorlog veel langer geduurd. Daarom is het zo problematisch dat die inzet zo vaak weggemoffeld wordt in het westen. 

Dit komt voornamelijk naar voren wanneer de verzetsdaad waar een vrouw bij betrokken is geen traditioneel vrouwelijk aspect heeft of te maken heeft met een traditioneel vrouwelijke rol in de samenleving. Tenzij je diep de archieven induikt kom je nauwelijks verhalen in de geschiedenisboeken tegen van vrouwen die de leiding nemen in het verzet, of van verzetsvrouwen die zelf het vuurgevecht aangaan. Wie kent aan de andere kant de verhalen van verzetsvrouwen die voedselbonnen voor onderduikers bezorgen in kinderwagens niet? Van de verhalen waarin de traditionele rol van vrouwen op een of andere manier bevestigd wordt lijkt geen gebrek te zijn. De situatie aan en achter het front was compleet anders dan de schijnwerkelijkheid die voorgeschoteld word.

Wanneer die link met traditionele vrouwelijkheid mist, dan mist de verzetsdaad vaak ook uit het landelijke geheugen, in tegenstelling tot de meer egalitarische samenleving die zich ontwikkelde in de Sovjet-Unie. Daar werd het vrouwelijke verzet juist in het bijzonder gevierd. Dit sijpelt nog steeds door in het gezamenlijke geheugen van de veel minder gelijke samenleving van hedendaags Rusland. Vrouwelijke helden in het Rode Leger en de Rode Luchtmacht, maar ook vrouwelijke partizanen worden op een merkbaar andere manier herdacht in landen met een socialistisch verleden zoals Rusland, Oekraïne. In Joegoslavië werd de inzet van de AFŽ, het antifascistische vrouwenfront, na de oorlog niet alleen geëerd maar leidde zij zelfs tot een versnelling van de emancipatie van vrouwen in heel Joegoslavië. De grote hoeveelheid van vrouwen die vrijwillig de ontberingen van het partizanen leven in de Balkan aangingen en de mate van militaire effectiviteit dat ze desondanks konden bereiken was niet te negeren.

Tegelijkertijd blijven organisaties zoals het Amerikaanse Women’s Army Corp en het Canadian Women’s Army Corp en hun bijdrage aan het winnen van de oorlog heel erg onderbelicht. Ongeveer vijftigduizend vrouwen dienden in non-combatrollen in het Canadese leger en meer dan honderdvijftigduizend dienden in het Amerikaanse leger. Hetzelfde geldt voor veel vrouwelijke ondergrondse verzetsstrijders in heel West-Europa, voor vrouwen zoals Femy. Hun verzet, hun inzet en de offers die deze vrouwen hebben gemaakt wordt in het westen nog te vaak gezien als ‘slechts ondersteunend’. Als er al bij stilgestaan wordt. 

Zonder de moed van Femy was de grootste staking in verzet tegen de nazi’s nooit van de grond gekomen buiten de regio Hengelo. Zonder de meer dan een miljoen vrouwen in de strijdkrachten van de geallieerden, de honderdduizenden vrouwelijke partizanen in Oost-Europa en de Balkan en de tienduizenden vrouwelijke verzetsstrijders in het Westen had de oorlog veel langer geduurd en waren er nog meer slachtoffers te betreuren geweest. Mocht er ooit al enige twijfel bestaan over de gelijkheid van vrouwen en mannen, dan was elke rationele ideologie overtuigd geweest na het zien van deze heldinnen. Socialistische samenlevingen zijn als enige voor deze test geslaagd. Dat lijken helaas vooralsnog de enige samenlevingen die inzien dat vrouwen de helft van het verzet overeind houden.

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!