Kloppen: revolutionair of zelfbevrediging? – een reactie op Savriël Dillingh

Beeld: Leadnow Canada / CC-BY-SA / via Wikimedia Commons

Een paar weken geleden betoogde Savriël Dillingh in Jacobin dat deep canvassing net masturberen zou zijn. In dit artikel gaat Ata Scheerder vanuit zijn ervaring in op de voor- en nadelen van de kloptactiek.

Je kan wel de communist uit de SP halen, maar je kan de SP niet uit een communist halen. Tot Lilian Marijnissen de activistische vleugel van de SP besloot te kortwieken, was de SP een vogel met twee vleugels: de parlementaire en de maatschappelijke. De parlementaire vleugel zette de politieke koers in het parlement uit. De maatschappelijke vleugel was actief onder de klasse op diverse wijzen: om de arbeidersklasse politiek te organiseren en, naar Maoïstisch gebruik, het volk te dienen. Hoewel de SP niet langer een geschikt vehikel is voor zulk soort politiek werk, blijft dit werk zich opdienen aan rechtgeaarde communisten.

Dien het Volk! de maatschappelijke vleugel in de geschiedenis

Deze vleugel van de SP heeft een rijke geschiedenis en het zal niet mogelijk zijn voor mij om dit recht aan te doen. Zelf heb ik slechts vijf jaar ervaring binnen deze beweging en ik kan daarom geen volledig beeld schetsen. Omdat er vooral interesse lijkt te zijn in buurtactivisme, ook wel canvassing, buurten of kloppen genoemd, zal ik hier voornamelijk op ingaan. Toch zal ik ook kort andere activiteiten benoemen. Ook zal de algemene geschiedenis van de SP terloops aan bod komen.

Tijdens de Sovjet-Chinese breuk in de internationale communistische beweging ontstond de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (Marxisties-Leninisties) als Maoïstische afsplitsing van de CPN. Dit werd uiteindelijk de SP. Prominente figuren uit deze periode waren Koos van Zomeren, Daan Monjé en Hans van Hooft. De activisten van de partij waren bijzonder actief en hadden veel discipline. Van leden van de partij werd verwacht dat zij vijf avonden per week langs de deuren zouden gaan om hun politieke blad, de Tribune, te verkopen en in gesprek te gaan over de aanstaande socialistische revolutie. Deze mensen waren zo fanatiek dat er een periode was waarin zij besloten dat hun leden niet moesten gaan studeren maar dat zij in de fabriek moesten werken om kennis te maken met de arbeiders. Jan Marijnissen heeft dit gedaan.

Na verloop van tijd versoepelde dit fanatisme omdat men realiseerde dat met gestudeerde leden zich ook nieuwe mogelijkheden aan zouden dienen. Zo werden een aantal leden huisarts en begonnen zij Ons Medies Centrum, een socialistisch medisch centrum dat volgens socialistische denkwijze besloot om mensen te ondersteunen in preventieve medische zorg. De SP richtte ook mantelorganisaties op voor deelbelangen. Zo was er de beweging ‘Voorkomen Is Beter’, die pleitte voor preventieve zorg en patiëntenbelangen. Daarnaast was er ook de ‘Bond van Huurders en Woningzoekenden’, die opkwam voor huurders. Deze organisaties trokken veel leden.

Toch konden deze organisaties niet duurzaam voortbestaan. De reden hierachter is mij nooit duidelijk geworden, maar vermoedelijk heeft het te maken met het feit dat de SP heimelijk de baas wilde spelen over deze organisaties en dat mensen in eerste instantie enthousiast mee wilden doen hierdoor afhaakten.

Actief in de samenleving

Toen ik de SP binnenkwam in 2017 was de maatschappelijke vleugel al veel veranderd sinds de oude tijd. Sommige elementen en Maoïstische gebruiken stonden echter nog fier overeind, in elk geval in mijn lokale afdeling. Zo werd bij de jeugdafdeling elke vergadering begonnen met zelfkritiek, waarin wij kritiek uitten op de voorgaande activiteiten en plannen maakten om het in het vervolg beter te doen. Daarnaast gaf iedereen kritiek op zichzelf als ze niet vaak genoeg aanwezig waren geweest bij acties. Ik kan niet ontkennen dat het soms voelde als een sekte.

De jeugdafdeling had als doel om problemen te vinden onder de jongeren in Nederland, en om vervolgens jongeren te organiseren om een oplossing te eisen bij de machthebbers in de situatie. We deelden de Huisjesmelker van het Jaar-trofee uit, deden acties tegen schoolkosten op het MBO en ageerden tegen dure prestigeprojecten. Daarnaast werd er veel alcohol gedronken en over politiek geschreeuwd. Het was een leuke tijd. We kwamen er wel achter dat de bevolking moeilijk te organiseren was. We haalden bijvoorbeeld petities op en belden alle ondertekenaars op voor een bijeenkomst over het thema, maar telkens was de opkomst gering. Men had vaak niet zoveel zin om de straat op te gaan.

Bij de kerngroep, de kaderleden van de lokale afdeling, ging het wat dat betreft wat beter. Vanuit deze groep werd de klopclub georganiseerd. Deze groep ging met grote regelmaat langs de deuren wanneer men had vernomen dat ergens iets speelde. Voordat ik verderga met de praktische ervaringen, zal ik ingaan op de politieke achtergrond ervan. Er bestonden verschillende opvattingen over het nut van kloppen. Voor sommigen was het niets meer dan zieltjes winnen. Voor anderen was het een manier van vrijwilligerswerk.

Daarnaast was er een hulpdienst. Hier waren een handjevol zeer gemotiveerde vrijwilligers voor actief. Deze groep hielp mensen met allerlei problemen waar zij tegenaan liepen. Een veelvoorkomend probleem was bijvoorbeeld dat mensen last hadden van bewindvoerders die om de een of de andere reden niet eerlijk waren. De hulpdienst probeerde mensen dan te helpen de regie over hun geldzaken terug te krijgen. De hulpdienst kreeg veel sympathie onder de mensen die er gebruik van maakten en maakte ook direct een positieve impact op het leven van deze mensen.

Ideologische achtergrond kloppen

Voor de ideologen die het meest fanatiek waren, zoals Ron Meyer en vroeger ook Jimmy Dijk toen hij in het scholingsteam zat, ging het kloppen om het creëren van bewustzijn. Zij dachten dat wanneer je met mensen in een buurt actie zou voeren tegen de een of de andere machthebber, de actievoerders zich zouden realiseren dat zij een politieke actor kunnen zijn en dat wanneer zij solidair met lotgenoten zijn, zij overwinningen kunnen boeken. Hierbij gold: kwantitatieve groei, leidt tot kwalitatieve omslag. Wanneer dit bewustzijn genoeg is doorgedrongen onder de bevolking is er op een gegeven moment zoveel bewustzijn, dat de beweging de kapitalistische orde op de knieën zou kunnen dwingen.

Toen we bij ROOD marxistische ideologische scholing wilden introduceren, vonden wij deze lieden tegenover ons. Zij vonden dat ideologische discussie thuis hoorden in de kroeg, en dat het mensen af zou schrikken van de SP. Men was spookbang voor het afschrikeffect: wanneer er te radicale praat naar buiten zou komen, zou de arbeidersklasse de luiken dichtgooien en niet meer bereid zijn om met de buurt en de SP in actie te komen. Door deze angst was de SP erg vatbaar voor opportunisme. Kritiek op opportunisme was dan ook uit den boze.

Rode Jehova’s in de praktijk

De SP’ers trokken de buurt in wanneer men had vernomen dat er iets speelde. Dit kon gaan over een verdwijnende buslijn, schimmel in de woningen, sloop van woningen, huizen die van het gas af zouden gaan of milieuproblemen in de buurt zoals ontgassende schepen.

Allereerst belde de organisator de SP-leden en connecties in de buurt om te peilen of ze wilden helpen en of ze hun huiskamer beschikbaar wilden stellen als verzamelpunt. Daarna verspreidde de SP briefjes in de buurt met de aankondiging dat we langs zouden komen. Als dit gedaan was, ging de klopclub op pad, aangevuld met de jeugdafdeling en SP’ers in de buurt. Zij kregen een briefing en konden hun in cursussen of scholingen opgedane kennis in de praktijk toepassen. Mensen die voor het eerst meegingen of het nog spannend vonden werden in een duo geplaatst.

Aan de deur verliep het gesprek als volgt: Eerst stel je jezelf netjes voor en vertel je wat je komt doen en vraag je of de ander tijd heeft. Dan stel je wat vragen om erachter te komen wat de persoon denkt over de buurt. ‘Hoelang woon je hier al? Hoe vind je het om hier te wonen? Heb je in de tijd dat je hier woont dingen zien veranderen? Wat vind je daarvan?’ Die vragen maakte de tongen vaak al los. De antwoorden noteerde je dan keurig en je liet de ander zich gehoord voelen.

Hierna introduceer je de aanleiding: ‘We hebben gehoord dat mensen hier te hard rijden of we hebben gehoord dat er veel schimmel is. Heb jij hier ook last van? Hoe kijk jij hier tegenaan?’ Na dit deel van het gesprek te hebben afgerond, was het de bedoeling om de actiebereidheid te peilen. ‘Stel: al je buren zijn hier boos over en we willen hier verandering in brengen. Ben je bereid om ons te helpen? Mogen we hierover contact met je opnemen? 

Nadat alle gesprekken hadden plaatsgevonden werden de formulieren ingezameld en verwerkt door de organisator. Deze organisator bepaalde het vervolg. Als het succesvol was, werd een startbijeenkomst georganiseerd, waaruit een actiecomité met buurtbewoners volgde en een actietraject gestart werd. Over dit proces valt veel te zeggen, maar voor nu laat ik dat achterwege.

Wat hadden we hier eigenlijk aan?

Zoals je wel zult begrijpen was dit een enorm tijdrovende en arbeidsintensieve methode en aangezien de SP nog niet de kwalitatieve omslag heeft bewerkstelligd en de kwantitatieve groei achterblijft zijn de ambities niet ten volste waargemaakt. Er is ook wel kritiek te bedenken op deze methode. Zo vergeleek Savriël Dillingh (een waailap, als je het mij vraagt) het met zelfbevrediging. De SP haalde vaak maar marginaal meer stemmers uit buurten waarin zulke actietrajecten hadden plaatsgevonden.

Toch wil ik niet zo ver gaan als de haters. Het kloppen was naar mijn inzicht om meerdere redenen zeer nuttig voor de partij. Het klopt dat je mensen met een dergelijke campagne niet  kan overtuigen van socialisme en dat ze niet per se loyaal aan de partij zullen worden. Toch is het wel belangrijk. In de eerste plaats omdat je daadwerkelijk problemen in mensen hun leven kan aankaarten en zelfs op kan lossen. Uiteindelijk is dat per slot van rekening het doel van politiek. Ook niet onbelangrijk is wat voor effect het heeft op je partij om te kloppen.

Door te kloppen geef je je partijleden iets om te doen. Het is een manier om politiek agentschap te nemen. Mensen die politiek actief worden zijn nou eenmaal vaak een beetje eigenaardig. De doorsnee persoon houdt zich bezig met diens eigen leven, maakt zich zorgen om diens eigen omgeving en voelt niet de noodzaak om zich in allerlei clubjes te mengen om de wereld te veranderen. Politieke partijen zijn hierdoor tot de nok toe gevuld met mafketels, of nog erger: mensen met carrìereambities. Het gevaar hiervan is dat de partijen helemaal niet weten waar de doorsnee persoon over nadenkt, wat voor problemen die heeft en welke taal die spreekt. Hierin biedt kloppen uitkomst. Door je leden te dwingen met normale mensen te praten, leren ze deze dingen. Als men hier goed in is, kunnen ze hierdoor beter aansluiten op de mensen thuis en beter hun belangen vertegenwoordigen. Dat is de werkelijke kracht van kloppen.

Uiteindelijk is kloppen geen zilveren kogel  en is het geen laaghangend fruit. Wij revolutionairen willen grote veranderingen in de wereld bewerkstelligen. Je hebt mensen die dit proberen te doen door in allerlei activistische clubjes de longen uit het lijf te lopen, je hebt mensen die instagram volspammen met posters en ophitsende teksten en je hebt mensen die alleen maar lezen over revolutionairen van voorheen. Uiteindelijk zullen we aansluiting moeten vinden bij de mensen buiten de activistische scène, moeten weten welke problemen we in het verleden hebben gehad én de machten die er zijn confronteren. Zonder praktijk geen theorie en zonder theorie geen praktijk.

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!