Feministische lessen uit de Sovjet-Unie

Weg met keukenslavernij! Laten we een nieuwe levensstijl omarmen! Grigory Mikhailovich Shegal, 1931

In de jaren na de Oktoberrevolutie kregen vrouwen het recht om te werken, te stemmen en te studeren. Veel vrijheden werden later echter teruggedraaid in de naam van vooruitgang van de staat. Hoe werd dit conservatisme vermomd als vooruitgang en hoe kunnen hedendaagse socialisten hierop reflecteren?

De Russische revolutie van 1917 was het startschot van een van de grootste sprongen vooruit op het gebied van vrouwenrechten. Onder leiding van Vladimir Lenin voerde de jonge Sovjetstaat wetten in die vrouwen ongekende rechten gaven vergeleken met de rest van de wereld. Denk bijvoorbeeld aan stemrecht, toegang tot gelijkwaardig onderwijs, het recht op participatie in de politiek en het recht om gelijkwaardige arbeid te verrichten. Vrouwen kregen ook recht op een echtscheiding, abortus werd gelegaliseerd en kinderopvang werd toegankelijker.

Toch bleek deze vooruitgang helaas tijdelijk. In de jaren dertig werden veel van deze rechten teruggedraaid en verdwenen andere ideeën over vrouwenemancipatie naar de achtergrond. De koers van de Sovjet-Unie prioriteerde stabiliteit boven emancipatie. Daarmee begon een langdurig proces waarin vrouwenrechten ondergeschikt werden gemaakt aan staatsbelangen, een zorgelijke ontwikkeling die veel problemen heeft veroorzaakt in de Sovjet-Unie. De vraag die wij onszelf moeten stellen is: wat veroorzaakte deze achteruitgang, waarom vond deze plaats en welke lessen kunnen hedendaagse socialisten hieruit trekken?

Gelijkstelling

De overgang van het tsaristisch rijk naar de Sovjet-Unie beloofde veel goeds voor vrouwen. De samenleving voor 1917 was diep patriarchaal. Of een vrouw burgerlijk was of niet, ze werden allen onderdrukt. Arbeidersvrouwen werkten onder erbarmelijke omstandigheden en zij voerden vaak fysiek zwaar werk uit, zoals in de agrarische sector, als dienstmeisjes of in textielfabrieken. Deze vrouwen ervoeren ook enorm veel sociale druk, omdat ze door verwachtingen gevormd door het kerngezin, wat destijds centraal stond, ook huishoudelijk werk moesten uitvoeren. Dit geldde ook voor de burgerlijke vrouwen, die misschien niet fysiek zwaar werk verrichten maar wel ondergeschikt waren aan de man in de relatie. Ze voerden het grote gros van de huishoudelijke arbeid uit en van stemrecht konden ze alleen dromen. Deze ongelijkheid werd gelegitimeerd door religie, traditie en de tsaristische staat.

De revolutie van 1917 bracht hier grote verandering in. De Bolsjewieken, geleid door marxistische ideeën, voerden enorm veel hervormingen in die gunstig waren voor vrouwen. Het universele stemrecht werd ingevoerd, vrouwen kregen toegang tot gelijkwaardig onderwijs en hoefden niet meer naar huishoudelijke scholen, ze kregen meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt en de hervormingen van het huwelijk waren ongekend in de rest van de wereld. Het religieuze huwelijk werd vervangen door een burgerlijk huwelijk, waar recht op echtscheiding vanuit de vrouw mogelijk werd gemaakt en kinderen geboren buiten het huwelijk ook gelijke rechten kregen. Huishoudelijke arbeid werd als gevolg van deze maatregelen beter verdeeld onder mannen en vrouwen. In 1920 kwam wellicht de meest progressieve maatregel. Abortus werd voor het eerst op aarde gelegaliseerd.

De beweegredenen voor het invoeren van deze maatregelen kwam vanuit een ideologisch standpunt. Het emanciperen van de vrouw zou juist het kapitalisme verzwakken. Zo heeft Friedrich Engels, in samenwerking met Marx, in De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat het belang van vrouwenemancipatie uiteengezet, wat de vroege Bolsjewieken goed hebben overgenomen. Engels omschreef hoe de onderdrukking van de vrouw voortkwam uit het proces van privaateigendom en klassenonderdrukking. Het idee van het kerngezin zou dit proces beschermen. Net als bij alle door mensen veroorzaakte sociale verschijnselen, is er niets ‘natuurlijks’  aan de onderdrukking van vrouwen.

De Zhenotdel

Een groot deel van dit emancipatorisch werk kwam vanuit de koker van de Zhenotdel, de vrouwenafdeling van de Communistische Partij. Deze afdeling werd opgericht door Russische revolutionairen Inessa Armand en Alexandra Kollontai, schrijfster van veel belangrijke werken over de bevrijding van de vrouw en de ontmanteling van sekseverschillen, zoals Rode Liefde, en Communisme en het gezin. In veel van haar werken en toespraken beschreef ze hoe zij het traditionele kerngezin zag: als een instelling die vrouwen vastketende aan onbetaalde huishoudelijke arbeid en emotionele afhankelijkheid. Volgens haar zou gelijkheid alleen kunnen bestaan als al deze zaken werden gesocialiseerd. Dit zou inhouden dat deze verantwoordelijkheden collectief gemaakt moesten worden. Zo riep zij op tot het socialiseren van de zorg en het huishoudelijke werk, via collectieve kinderopvang, volkskeukens en wasserijen.

In 1919 werd de Zhenotdel opgericht om deze ideeën eindelijk in de praktijk te brengen. Deze afdeling richtte zich niet alleen op het bewerkstelligen van deze ideeën in de vorm van wetten, maar ook op het daadwerkelijk bereiken van vrouwen. Intern was er veel kritiek op de Zhenotdel, omdat sommige Bolsjewieken geloofden dat het emanciperen van de vrouw een secundaire zaak was ten opzichte van economische en militaire uitdagingen waar de Sovjet-Unie mee te maken had. Lenin begreep echter dat de emancipatie van de vrouw wel van groot belang was, waardoor Kollontai en de rest van de Zhenotdel konden werken aan politieke educatie, vaak gericht op boerinnen en arbeidersvrouwen die anders moeilijk te organiseren waren.

Belangrijk is dat deze aanpak erkende dat formele gelijkheid niet automatisch zal leiden tot daadwerkelijke bevrijding. De Zhenotdel functioneerde als een brug tussen de wetgeving en de sociale realiteit. Haar doel was om vrouwen te betrekken bij het socialistische project. Juist dat maakte haar bestaan politiek gevoelig, vooral toen de prioriteiten van de staat begonnen te verschuiven.

Positieve verandering

Deze vooruitstrevendheid heeft veel veranderd. Zo zijn er nog meer maatregelen genomen die het patriarchale systeem en het kerngezin ondermijnden. Ook werd samenwonen voor het huwelijk mogelijk, werd echtelijke verkrachting gecriminaliseerd en werd de manier waarop er naar vrouwen gekeken werd, omgegooid. Vrouwen werden gezien als hoeksteen van de revolutie. Lenin zei bijvoorbeeld dat de onderdanigheid van de vrouw enorm schadelijk was voor de voortgang van het socialistisch project en beschreef zelfs dat de huishoudelijke arbeid te vergelijken was met slavernij.

Wat ook betekenisvol bleek, was dat vrouwen toegang kregen tot politieke posities. Ook kregen ze toegang tot het ambtenarenapparaat en mochten ze dus voor de overheid werken. Steeds meer vrouwen treedden toe tot het Rode Leger, waarbij er zelfs volledig vrouwelijke gevechtseenheden bestonden. Tot het einde van de Sovjet-Unie bleef dit het geval. Later kwam dit vooral uit noodzaak en was dit niet meer uit een oogpunt van gelijkheid. Zo waren er bijvoorbeeld de zogenaamde ‘Nachtheksen’, die duizenden tonnen aan bommen hebben laten vallen op Duitse militairen.

Dankzij het harde werk van de Zhenotdel begon het steeds beter te gaan met vrouwen in de Sovjet-Unie. Het gedachtegoed begon zich te evolueren waardoor het kerngezin steeds meer naar de achtergrond verdween. Veel van deze hervormingen bleken echter niet van lange duur. Veel van deze hervormingen werden namelijk teruggedraaid en het kerngezin kwam weer naar de voorgrond. De vraag is dan natuurlijk: waarom gebeurde dit en wat heeft het veroorzaakt?

De afbraak

In 1924 kwam Lenin te overlijden. Stalin heeft Lenin zijn rol als leider van de Sovjet-Unie overgenomen, met alle gevolgen van dien. Stalin had een andere manier van zaken aanpakken dan Lenin en de focus van de koers van de Sovjet-Unie begon hiermee te verschuiven. Dit was natuurlijk niet zonder reden. De focus werd bijvoorbeeld gelegd op snelle industrialisatie, de centralisering van de macht en sociale stabiliteit. Dit was ten behoeve van de economie van de Sovjet-Unie, die onder druk lag. Hier werden vrouwenrechten naar de achtergrond geschoven. Zo heeft dit ook geleid tot een afbraak van het werk dat was geleverd door de Zhenotdel.

Het begin van deze afbraak was dan ook het opheffen van de Zhenotdel. De vrouwenafdeling werd als ‘overbodig’ bestempeld, omdat Stalin van mening was dat de vrouwenemancipatie compleet was en dat er geen verder werk nodig was om vrouwen te emanciperen. In de praktijk betekende dit dat er geen formeel orgaan meer was dat de politieke participatie van vrouwen kon intensiveren en zo zou uiteindelijk de belangenbehartiging van vrouwen verminderen. Het traditionele kerngezin werd weer omarmd, maar dan als hoeksteen van een socialistische samenleving boven een kapitalistische samenleving. Dit was een bewuste keuze die gemaakt werd om het geboortecijfer omhoog te brengen. Het geboortecijfer ging omhoog, maar de positie van de vrouw verslechterde hierdoor wel.

Stalin’s hervormingen

De drijfveer achter Stalins hervormingen was de verandering van de demografie van de Sovjet-Unie. Nog geen zestien jaar na het legaliseren van abortus heeft Stalin abortus wederom geillegaliseerd. Abortus werd eerder gezien als noodzakelijke zorg die armoede en ongelijkheid tegen zou kunnen gaan, omdat het zorgen voor een kind enorm duur was. Maar de Sovjetregering zag het geboortecijfer dalen. Om dit tegen te gaan, besloten ze legale toegang tot abortus te verbieden. Ook al was abortus nog wel toegestaan wanneer het een bedreiging zou vormen voor het leven van de vrouw, was het niet meer legaal als anticonceptiemiddel. Vrouwen die alsnog abortus wilden, zouden dit op illegale manieren moeten doen in privé klinieken, wat vaak gevaarlijk was voor het leven van de moeder. Mocht een vrouw betrapt worden, dan moest zij een fikse boete betalen en zou zij zelfs gevangen genomen moeten worden

Ook het kerngezin, dat de Zhenotdel actief probeerde te bestrijden, werd actief gepromoot. Dit besluit leidde tot de afbrokkeling van veel rechten waar vrouwen eerder voor hebben gestreden, ten behoeve van het geboortecijfer en sociale stabiliteit. Zo werd het steeds moeilijker om te scheiden, in sommige gevallen was dit zelfs onmogelijk en moederschap werd aangemoedigd. Maar tegelijkertijd werd er wel van vrouwen verwacht dat zij voltijds mee zouden doen aan de arbeidsmarkt. Dit leidde tot een dubbele last voor vrouwen, omdat zij niet alleen zouden moeten helpen met het inkomen van het gezin, maar ook met het volledige huishouden, wat juist het leven van vrouwen lastiger maakte.

Er waren verschillende redenen voor de afbrokkeling van deze wetgeving. Door de vooruitstrevende wetgeving, die de levenskwaliteit van vrouwen én mannen enorm verbeterde, kwamen wel een hoop andere problemen op, zoals het dalende geboortecijfer. Het was dus geen willekeurige terugval in conservatisme, maar een politieke keuze. Een aantal van deze problemen waren bijvoorbeeld het alsmaar dalende geboortecijfer, wat de grootschalige plannen tot industrialisatie onmogelijk zou maken. Ook was er krapte op de arbeidsmarkt en behoefte aan meer sociale stabiliteit die nog wankel was door de grote veranderingen die plaats hebben gevonden door de revolutie. Staatsbelangen werden dus geprioriteerd boven de rechten van vrouwen. 

De klap op de vuurpijl voor vrouwenrechten was de gezinswet van 1944. Dit was een pakket aan maatregelen om het geboortecijfer te laten groeien, die de vooruitstrevende wetten van voor Stalin’s tijd terugdraaide. Kinderen geboren buiten het huwelijk waren juridisch minder goed beschermd dan daarvoor, alleenstaande moeders werden gemarginaliseerd en het huwelijk werd geherwaardeerd als hoek van de samenleving. Vanaf dat moment erkende de staat vrouwen primair als moeders binnen een gezin, niet als autonome burgers met specifieke belangen.

Gevolgen

Voor hedendaagse socialisten is het enorm belangrijk om te reflecteren op dit historische project, om zo te leren van het verleden. Om te beginnen waren er, verrassend genoeg, positieve gevolgen door deze hervormingen. Demografisch gezien werkten deze hervormingen enorm goed. Het geboortecijfer steeg daadwerkelijk. En omdat er meer mensen werden geboren en er zo uiteindelijk na die kinderen opgroeiden meer geld naar de staat kon, konden er andere positieve hervormingen worden geïntroduceerd. Zo werden betaald zwangerschapsverlof en kinderbijslag mogelijk gemaakt. Hierdoor konden gezinnen zichzelf alsnog onderhouden, zelfs met de dubbele last. Deze hervormingen hebben ook weinig effect gehad op de participatie van vrouwen in de maatschappij. Vrouwen deelden bijvoorbeeld alsnog mee aan arbeid en onderwijs. Ook waren zij nog vertegenwoordigd in lokale sovjets en maatschappelijk organisaties, alhoewel dan niet voor het verbeteren van het vrouwenrecht.

De negatieve gevolgen, waarvan een hoop eerder omschreven werden, mogen echter niet genegeerd worden. Deze gevolgen bleven structureel. Conservatieve gezinsopvattingen zijn tot vandaag der dag de norm in ex-Sovjet landen, zelfs nadat een hoop van Stalin zijn hervormingen, zoals het verbod op abortus, teruggedraaid werden. De vrouw wordt gedefinieerd door haar rol in het gezin. De oorspronkelijk beloofde bevrijding van huishoudelijke arbeid werd niet gerealiseerd, maar vervangen door een systeem waarin vrouwen zowel productieve als reproductieve arbeid moesten verrichten, wat voor de revolutie ook de norm was.

Een van de belangrijkste conclusies die te trekken is uit deze geschiedenis, is dat de juridische gelijkheid die vrouwen hadden niet gelijk leidde tot sociale gelijkheid. Onder Lenin werd erkend dat emancipatie actieve, institutionele ondersteuning vereiste. In deze tijd waren er ook pogingen om deze ondersteuning te bieden, door bijvoorbeeld de eerder genoemde Zhenotdel. Onder Stalin werd deze les genegeerd ten behoeve van staatsbelangen, zoals het opkrikken van het geboortecijfer na de Tweede Wereldoorlog, met als gevolg een gedeeltelijke terugkeer van patriarchale structuren, die incompatibel zijn met het socialisme.

Dat vrouwen wel bleven werken, stemmen en deelnemen aan de maatschappij verhult niet dat hun uitbuiting werd verdiept. De dubbele last, loonarbeid gecombineerd met onbetaald huishoudelijke arbeid, werd niet opgeheven, maar geïnstitutionaliseerd. Juist het opheffen van de vrouwenafdeling en het afwijzen van de inzichten van vele vrouwen, zoals Armand en Kollontai, maakten zichtbaar dat socialisme zonder actieve institutionele ondersteuning kwetsbaar is voor een conservatieve terugval.

Een toekomstig socialisme dat deze lessen serieuzer neemt, kan verder gaan dan het Sovjet-project: niet door emancipatie ondergeschikt te maken aan de staat, maar door haar centraal te stellen als maatstaf voor daadwerkelijke emancipatie.

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!