Vier leden van ROOD waren van 13 t/m 17 juli 2026 naar het zomerkamp van Rød Ungdom op Utøya in Noorwegen. De internationaal secretaris van ROOD, Koen de Kooter, werd vergezeld door Guido Keep en Dide van Lubek van het bestuur en Maik van der Kroft uit het internationaal secretariaat. Ze doen verslag.
Rød Ungdom
Rød Ungdom (RU) is de organisatie waar we sinds de splitsing met de SP het langst banden mee hebben onderhouden, al zo’n 5 à 6 jaar. RU is een democratisch centralistische organisatie met zo’n 800-1000 leden door het hele land. De ledenbasis bestaat voor een groot deel uit middelbare scholieren door de politieke context in Noorwegen. Enkel in Oslo bestaat er een basisgroep van studenten.
RU bevindt zich momenteel in een vergelijkbare situatie als ROOD
voorafgaand aan de split met de SP. (Lees hierover ook het artikelTirannie bij de Rode Jeugd, 27 feb 2025, van RU-bestuurslid Sondre Alvestad – red.)
RU vormt de jongerenorganisatie van de parlementaire partij Rødt, origineel – net zoals de SP – voortgekomen uit een maoïstische partij en de afgelopen jaren – ook zoals de SP – sterk naar rechts opgeschoven. Twee jaar geleden kwam hier een direct conflict uit voort, tussen de partijgezinde rechterflank en linkerflank. De rechterflank probeerde in 2023 en ‘24 op bureaucratische wijze 6 leden te schorsen. Zodra dit in de media opspeelde, gaf de partijleiding van Rødt openlijk steun aan de schorsingen. Uiteindelijk werd dit conflict gewonnen door de linkerflank. RU is nu dus intern in ieder geval nog steeds een revolutionaire organisatie, maar sinds het interne conflict zijn de relaties met de moederorganisatie sterk verslechterd. Er is dus een substantieel risico dat Rødt binnen enkele jaren definitief besluit te breken met RU.
Doel
Het doel van onze aanwezigheid was meervoudig. We wilden de banden met RU weer aanhalen, nadat ze het afgelopen jaar door een verscheidenheid aan oorzaken waren verwaterd. Daarnaast wilden we zo veel mogelijk kaderleden van RU spreken, om een breed beeld van de organisatie, haar politiek en haar situatie te verkrijgen, en zo veel mogelijk contacten te leggen. Ten slotte wilden we onze banden met RU formaliseren en publiekelijk uitspreken.
Programma
Het Noorse zomerkamp heeft duidelijk een grotere focus op gezelligheidsactiviteiten dan onze zomerschool. Daarnaast wordt er uitgebreid aandacht besteed aan activiteiten rondom de interne cultuur, met wisselend succes. Scholingsactiviteiten waren er ook wel, maar beperkt en van wisselend niveau. Het programma is hieronder in haar geheel te vinden voor wie dat interessant vindt.

Scholingen
Het thema van het kamp was Hva må gjøres?, de Noorse vertaling van Lenins befaamde boekje Wat te doen? Binnen dit thema was er een introducerende scholing van de voorzitter van RU, een scholing over hoe om te gaan met ‘radicaal-rechts’, een panel over revolutionaire strategie en een scholing over militarisering. De kwaliteit was wisselend; de scholing over ‘radicaal-rechts’ bestond uit een idealistische benadering van radicaal-rechtse bewegingen met als enige strategische conclusie het volksfront, een strategie die historisch keer op keer heeft gefaald. De introducerende scholing was weinig diepgaand en lichtte vooral de situatie van de wereld uit. De scholing over militarisering was na een aantal teleurstellende sessies een verademing; een historische uitweiding over hoe we ons moeten verhouden tot inter-imperialistisch conflict, met als strategische conclusie de noodzaak van militarisering van de arbeidersklasse en verzet tegen de militarisering van de burgerij.
De kwaliteit van de scholingen kwam voor een deel voort uit een gebrek aan brede scholing binnen de ranken van de organisatie. Veel jonge leden die nog niet lang lid waren hadden weinig basiskennis van marxisme, waardoor de scholingen weinig diepgaand waren.
Cultuursessies
RU organiseert al enige tijd zogenaamde gendered sessions, waar onze cultuurdialoogsessies ook op gebaseerd zijn. De sessies dienen om het feminisme van de organisatie te versterken, en seksisme in de omgangsvormen binnen de organisatie te bestrijden. Deze worden door de Noren georganiseerd op verschillende niveaus, voor nieuwere en meer ervaren leden. Onze sessies zijn gebaseerd op een versie van de eerste twee niveaus, dus we waren vooral benieuwd naar wat het derde niveau inhield. De resultaten van het derde niveau waren teleurstellend. De aanwezige ROOD-leden waren de enigen die zelfkritiek leverden en de onderlinge kritiek bleef volledig uit. De houding van de Noorse mannen in de sessie was passief en niet heel reflectief. Dit kan deels verklaard worden door de taalbarrière: de sessie moest door onze aanwezigheid immers in het Engels gehouden worden, maar zelfs onder die omstandigheden hadden we beter verwacht van onze mannelijke Noorse kameraden.
Een nieuwe toevoeging aan het programma was de minderheid-/meerderheidsessie. Deze is in theorie vergelijkbaar met de gendered sessions, maar dan met een focus op (anti-)racisme. De meerderheidsessie, waar wij aanwezig waren, bleek echter over verzet tegen ‘radicaal-rechts’ te gaan, de desastreuze scholing die hierboven werd genoemd. Hier hebben we dus weinig van kunnen leren.
Bilateraal overleg
Tijdens het kamp hebben we ook een bilateraal overleg georganiseerd met zeven van de negen bestuursleden van RU. De focus van dit overleg was het versterken en formaliseren van onze banden. Om officiële banden uit te spreken moet hun nationale raad daar eerst nog over stemmen, dus daarvoor zullen wij nog een concreet voorstel hun kant op sturen, maar het bestuur van RU stond er in ieder geval positief in.
Daarnaast hebben we het gehad over enkele politieke discussies die in onze organisaties spelen waar we wellicht in kunnen samenwerken. Het ging hier vooral om het uitwerken van volksmilities en de verhouding van RU met Rødt. Op het tweede aspect hebben we hen geadviseerd rekening te houden met een grote kans dat er uiteindelijk een split zal komen, en daar op voor te bereiden, en in tussentijd gestructureerd strijd te voeren tegen bureaucratisme binnen Rødt, samen met sympathisanten binnen de moederpartij. Wat volksmilities betreft hebben we de wens uitgesproken dit standpunt gezamenlijk verder uit te diepen.




