De tweede helft van de twintigste eeuw werd gekenmerkt door de opkomst en neergang van meerdere sociale bewegingen. Alhoewel er in de naoorlogse periode werd gesproken van de ‘tweede feministische golf’, verschilde deze fundamenteel van de ‘eerste feministische golf.’ De tweede golf ging namelijk gepaard met een grootschalige ontwikkeling van nieuwe ideeën aangaande feminisme en vrouwenonderdrukking. Eén van deze nieuwe ideeën was de eis van ‘een salaris voor de huisvrouw’. Dit was een campagne gelanceerd door Italiaanse en Britse feministen, met het doel om huisvrouwen aan te moedigen om een salaris te eisen voor werk in het huis. Silvia Federici werkte deze eis uit in haar essay ‘Wages Against Housework’. Deze eis werd door socialisten nooit als progressief beschouwd. Tevens heeft de eis, door de grootschalige toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt, maatschappelijke relevantie verloren. Echter kunnen er wel belangrijke lessen worden geleerd door het onderzoeken van de onderliggende argumenten, de historische omstandigheden waarin de eis is ontstaan, en de feministische beweging van destijds.
Het economische argument
Het argument van Federici en andere feministen is tweeledig. De eis wordt enerzijds onderbouwd vanuit de economische benaderingswijze van het werk van de huisvrouw; daarnaast heeft het argument een politieke kant. In deze periode waren er meerdere feministen die nieuwe stellingen ontwikkelden over de economische aard van het werk van de huisvrouw. Sommige feministen, zoals Federici, probeerden voort te borduren op het werk van Marx.
Een claim die door deze feministen vaak herhaald wordt is dat Marx onvoldoende oog had voor het onbetaalde werk dat vrouwen deden, en er om deze reden nooit echt bij heeft stilgestaan. De bekende Nederlandse feminist Anja Meulenbelt verwoord deze stelling in haar boek Klassestrijd in onze Tijd: ‘Terwijl Marx minutieus uit elkaar rafelde waar de arbeid van arbeiders uit bestond, zou hij nooit onder ogen zien dat huishoudelijke arbeid bestond uit eten koken, kleren verstellen en wassen, schoonmaken, op de kinderen passen, en seks leveren. Voor hem bestond die reproductie vooral uit “consumptie”. Hij heeft het over “voedsel, kleding, verwarming en wonen” hoewel hij toch dagelijks kon zien dat voedsel niet vanzelf op zijn bord kwam, en dat er voor zijn schone kleren water aangesleept moest worden – water dat echt niet al verwarmd uit de pomp kwam.’
Anja Meulenbelt is overigens geen voorstander van het salaris voor de huisvrouw. Echter is dit citaat wel heel kenmerkend voor een tendens – zichzelf desondanks socialistische feministen noemend – feministen die een sceptische kijk op Marx’ economische theorie ontwikkelden. Ze vonden dat er ‘gaten’ waren in Marx’ economische theorie, en dat deze verder moest worden aangevuld.
Federici, die hier een poging toe deed, stelt in haar essay dat kapitaal ‘onbetaalde arbeid van huisvrouwen’ eist en huisvrouwen op deze manier worden uitgebuit door het kapitaal. Huisvrouwen zouden door het verrichten van taken in het huishouden waarde creëren voor kapitaal.
Echter is het zo dat Marx wel degelijk oog had voor het onbetaalde werk voor vrouwen en ieder die enige bekendheid heeft met zijn oeuvre weet dit. Dit blijkt uit onderzoek dat hij deed naar het werk van antropoloog Lewis H. Morgan. Onder andere Marx’ aantekeningen waren de inspiratie voor De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat, geschreven door Friedrich Engels. In dit boek wordt de geschiedenis van het ontstaan van de klassenmaatschappij behandeld en wordt uitgebreid stilgestaan bij vrouwenonderdrukking en de verschijningsvormen hiervan. Hierdoor wordt het ook wel gekenmerkt als een vroeg feministisch werk.
Het is wel zo dat er niet uitgebreid wordt stilgestaan bij het onbetaalde werk van vrouwen in het huishouden in Het Kapitaal. Marx staat wel uitgebreid stil bij de uitbuiting van vrouwen in de fabrieken in Het Kapitaal en de negatieve gevolgen hiervan. Het Kapitaal is één van de bekendste werken van Marx en wordt vaak gebruikt als bron om zijn ideeën over economie te citeren. De reden dat Marx niet uitgebreid stilstaat bij het onbetaalde werk van vrouwen in het huishouden is omdat het geen directe rol speelt in de warenproductie.
In Het Kapitaal legt Marx uit hoe waarde wordt gecreëerd onder het kapitalistische productiesysteem. De kapitalist heeft het constante kapitaal in handen, ofwel: de productiemiddelen, denk hierbij aan machines maar ook aan materialen die moeten worden verwerkt, zoals wol. En met de toevoeging van het variabele kapitaal, de arbeid, ontstaat een waar die verhandeld kan worden. De enige manier waarop de kapitalist winst kan realiseren is door de arbeider een salaris te betalen dat niet evenredig is aan de waarde die zij hebben gecreëerd.
De meerwaarde die de arbeider heeft geproduceerd tijdens het productieproces vindt zijn directe uiting in de ontstane waar, die verhandelbaar is en een ruilwaarde heeft. Het werk dat de huisvrouw doet kan niet als ‘waarde’ worden gekwalificeerd. In de ogen van het economische verkeer is er geen directe opbrengst. Dit is geen inhoudelijk oordeel over het werk van vrouwen in het huishouden, maar een economische werkelijkheid. Federici en andere feministen zien hier geen verschil tussen.
Daarom beredeneren zij economische stellingen op basis van moralisme. Omdat de vrouw wordt afgestompt door het huishoudelijk werk, zou dit betekenen dat de huisvrouw waarde creëert in de kapitalistische economie. En omdat de huisvrouw lijdt onder het kapitalisme, zou dit betekenen dat zij direct wordt uitgebuit door het kapitaal. Dit vormt echter geen solide basis voor een economische benadering en creëert een slecht fundament voor verdere (politieke) conclusies.
Het politieke argument
Federici beredeneert in haar essay dat de maatschappij gedwongen zou worden om het lijden van vrouwen te erkennen als huisvrouwen een salaris zouden winnen. Het zou tevens de sociale verhoudingen in de maatschappij herstructureren. Deze stelling roept direct een aantal noodzakelijke vragen op: hoe zou deze verandering leiden tot een erkenning van het leed van vrouwen, en hoe zou deze herstructurering van de maatschappij er uit zien?
De huisvrouw is, in vergelijking met de arbeider, geïsoleerd in haar situatie. De arbeider kan zich collectief organiseren tegen de kapitalist; hierin schuilt de macht van de arbeider om de samenleving te transformeren. De huisvrouw kan dit echter niet. Degenen waarmee zij direct te maken heeft, zijn haar partner en haar kinderen. Dit maakt verzet door middel van het ‘staken van het werk’ ingewikkeld. Ook het realiseren van een massa-actie is lastig; hiervoor zouden grote groepen van huisvrouwen individueel moeten worden overtuigd, omdat er geen dringende noodzaak is zoals een hoger salaris. Een massa-actie zou wel een vereiste zijn om de eis te realiseren, omdat huisvrouwen geen krachtig middel hebben zoals de staking, waarmee de arbeiders de kapitalist binnen korte tijd op zijn knieën kunnen dwingen. Het afdwingen van de eis zelf, laat staan erkenning van het lijden van huisvrouwen, stuit op concrete praktische problemen.
Hoewel Federici spreekt over een ‘herstructurering’, daagt de eis de genderdivisie in de klassenmaatschappij helemaal niet uit. Het eisen van een salaris voor de huisvrouw zou zelfs kunnen gezien worden als een bevestiging van de rol; de man op de werkplek, en de vrouw in het huis.
Over het toetreden van vrouwen tot de arbeidsmarkt is Federici zeer cynisch. Ze stelt het volgende: ‘In die zin zal het betalen van loon voor huishoudelijk werk veel leerzamer zijn dan proberen te bewijzen dat we net zo goed kunnen werken als zij, dat we hetzelfde werk kunnen doen. We laten deze waardevolle inspanning over aan de ‘carrièrevrouw’, de vrouw die aan haar onderdrukking ontsnapt, niet door de kracht van eenheid en strijd, maar door de macht van de meester, de macht om te onderdrukken – meestal andere vrouwen.’
Bij dit citaat is het belangrijk om de context te geven dat dit essay geschreven is in de jaren ‘70, een tijd waarin er veel minder vrouwen buitenshuis werkten dan nu. De geschiedenis heeft echter duidelijk bewezen hoe onwaar de stelling van Federici is. De grootschalige toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt, in het bijzonder het winnen van een inkomen onafhankelijk van de man, heeft vrouwen meer autonomie gegeven. Hoewel vrouwen gemiddeld genomen nog steeds meer werk in het huishouden doen dan mannen, is de verhouding minder scheef dan in de 20ste eeuw.
Ook moet niet alleen het effect van het toetreden van vrouwen tot de arbeidsmarkt an sich op waarde worden gesteld, maar ook vooral de deelname van vrouwen aan de arbeidersstrijd. Deelnemen aan een staking door een arbeider kan een sprong betekenen in het zelfvertrouwen en het klassenbewustzijn.
Een klein, maar toch tekenend voorbeeld, kan worden gehaald uit de staking van het Bijenkorf personeel in 2022; het personeelsbestand van de Bijenkorf bestaat voor de meerderheid uit vrouwen. In 2022 werd er meerdere keren gestaakt, waarbij de frustratie hoog opliep. Zo wilde het personeel een symbolische ‘hoge rekening’ overhandigen aan de directie, die niet aanwezig was op het afgesproken moment. Als kerstpakket kregen de medewerkers van de Bijenkorf alleen één enkele kerstbal, terwijl het bedrijf hoge winsten boekte. Bij een daaropvolgende staking gooiden de vrouwen de kerstballen stuk tegen het hoofdkantoor in Amsterdam!
Op het moment van collectieve actie worden de eigendomsverhoudingen uitgedaagd en durven arbeiders meer te eisen. Vrouwen zijn binnen de arbeidersstrijd in een veel betere positie om eisen te stellen ten behoeve van vrouwenbevrijding (bijvoorbeeld gratis kinderopvang), dan huisvrouwen. Bovendien wordt de hele arbeidersklasse sterker door de deelname van vrouwen aan de strijd, doordat er meer eenheid is.
Federici stelt in haar essay dat het eisen van een salaris van de huisvrouw het ‘enige revolutionaire’ perspectief is. Op basis van de gemaakte punten moeten we echter concluderen dat dit geenszins het geval is. Zoals al eerder benoemd, impliceert deze eis dus een acceptatie van de bestaande genderverdeling onder de klassenmaatschappij en daagt deze eis vrouwen niet uit om zich te bevrijden uit de geïsoleerde positie van de huisvrouw.
De bron van deze verkeerde eis is terug te leiden naar de onjuiste aanname dat vrouwen in de positie van de huisvrouw effectief in staat zijn om zichzelf te organiseren ten behoeve van vrouwenbevrijding, onafhankelijk van de arbeidersbeweging. Zoals aangetoond in de paragraaf over de economische kant van het argument, is er door Federici en anderen onvoldoende grondig onderzoek gedaan naar de bestaande klassenverhoudingen, waardoor er verkeerde conclusies getrokken zijn.
Tenslotte rest nog wel de vraag – hoe moeten vrouwen dan bevrijd worden van het werk in het huis? Wat moeten wij als socialisten wel eisen?
Collectivisering van huishoudelijk werk
Een bekende eis die Marx naar voren brengt in het Communistisch Manifest – een eis die door de maatschappij van destijd als ‘schandalig’ werd gezien – is de ‘opheffing’ van het gezin. De vraag is echter hoe deze eis in de praktijk kan worden gebracht, en wat er precies bedoeld wordt met ‘de opheffing van het gezin’.
In de klassenmaatschappij valt de last van het huishoudelijk werk en de opvoeding van kinderen op vrouwen. Dit geldt voor de huisvrouw onder het kapitalisme, maar gold ook in meer of mindere mate voor vrouwen onder het feodalisme en de slavenmaatschappij. De individualisering die het kapitalisme kenmerkt maakt wel dat het opvoeden van kinderen en het huishouden steeds meer een privé-aangelegenheid is geworden. De reden hiervoor is de manier waarop de verschillende sociale klassen, arbeiders en kapitalisten, zich verhouden tot de productiemiddelen.
De kapitalisten bezitten de productiemiddelen, ze voeren voortdurend strijd tegen de arbeidersklasse om meer kapitaal te accumuleren en om een groter gedeelte van het meerproduct dat door de gehele maatschappij gecreëerd wordt te bezitten. Een bekende vorm hiervan is de strijd om het loon. Andere verschijningsvormen zijn ook de commodificatie die doordringt in alle aspecten van het leven, en de afbraak van verworvenheden (sociale voorzieningen die bekostigd worden door de staat). Dit kan ertoe leiden dat huishoudelijke taken steeds meer vallen op het individuele gezin.
Ondanks deze ontwikkeling, is er ook een parallelle, tegenstrijdige ontwikkeling in de andere richting. Dit is een van de centrale leerstellingen van dialectisch materialisme; de maatschappij hangt samen van tegenstellingen, die zich verscherpen, en door middel van sprongen en schokken kunnen leiden tot een transformatie. De embryo van de nieuwe maatschappij schuilt in de oude. Onder het kapitalisme betreft dit de hoge ontwikkelingsgraad van de productiemiddelen, die, als zij onteigend worden, de grondslag zullen vormen voor de socialistische maatschappij.
Als het aankomt op huishoudelijk werk, kan een voorbeeld van dit fenomeen worden gevonden in het feit dat kinderopvang buitenshuis steeds meer de norm wordt. Er moet echter wel worden gezegd dat om deze opvang waardig te maken voor het kind, deze grondig zou moeten worden hervormd. Een vervolmaakte versie hiervan is alleen mogelijk onder het socialisme. Alexandra Kollontai stelt in het voorwoord van Society and Motherhood: ‘Logischerwijs lijkt het dat de verantwoordelijkheid voor de nieuwe generatie bij die economische eenheid zou moeten liggen, bij dat sociale collectief dat die generatie nodig heeft voor zijn eigen voortbestaan… Een dergelijk argument is echter alleen aanvaardbaar voor een samenleving die oprecht begaan is met de belangen van het ‘geheel’ dat haar is toevertrouwd…’
Het huishoudelijk werk moet dus maatschappelijk worden gecollectiviseerd, net zoals de zorg voor kinderen. Dan kan het gezin ‘opgeheven’ worden, omdat de verantwoordelijkheden van het gezin maatschappelijk gedragen worden, denk bijvoorbeeld aan gratis kinderopvang, kantines, wasserettes.
De volledige bevrijding van de vrouw van het werk in huis, en ook de bevrijding van de vrouw over het algemeen, is onder het kapitalisme dus niet mogelijk, zoals Kollontai uitlegd in het citaat. Dit betekent echter niet dat de strijd voor vrouwenbevrijding op de tweede plaats moet komen te staan, of dat het op de lange baan moet worden geschoven. Sterker nog, het is ten zeerste van belang dat het aankaarten van vrouwenonderdrukking, en het eisen van hervormingen ten behoeve van het bevrijden van de vrouw een centrale plaats innemen in ons werk als socialisten.
In het verleden zijn socialisten, of mensen die zichzelf dit label toekennen, hier ernstige fouten in begaan, waardoor er vruchtbare grond is ontstaan voor allerlei ideologische dwalingen, waaronder die van Federici.
De aard van de feministische beweging van de jaren ‘70
Voor de moderne lezer is het eerder aangehaalde citaat van Federici, over de werkende vrouw, misschien moeilijk te begrijpen. Hoe kan een feminist beweren dat een vrouw andere vrouwen onderdrukt, alleen omdat zij werkt?
Om te begrijpen hoe deze sentimenten zijn ontstaan, is het belangrijk om de aard van de feministische beweging van destijds te begrijpen. De nieuwe ideeën die ontstonden, waren voornamelijk kinderen van de studentenbeweging. Deze ideeën werden ontwikkeld in academische sferen die geen of weinig connecties hadden met de arbeidersbeweging.
Er kwam een grote nadruk op hoe onderdrukking op een persoonlijk niveau ervaren werd; de slogan ‘the personal is political’ was erg populair. Politieke bijeenkomsten waren soms volledig gericht op het delen van persoonlijke ervaringen, met het doel om het ‘bewustzijn te verhogen’. In de praktijk leidde het ertoe dat deze groepen, die voornamelijk gefocust waren op deze activiteiten verrichten in een bepaald isolement, ideeën tot stand lieten komen zuiver op basis van psychologische en moralistische argumenten. Dit leidde tot allerlei rare conclusies die in de praktijk onwerkbaar waren.
Zo waren er vrouwen die stelden dat, omdat alle mannen in staat zijn tot vrouwenonderdrukking, alle associatie met mannen ‘heulen met de vijand’ is, en dat daarom enkel lesbiennes de ware revolutionairen zijn. Dit klinkt misschien absurd, maar was destijds wel degelijk een bestaande politieke tendens.
Naast het gebrek aan een connectie met de arbeidersbeweging, die een verklarende factor is voor het ontstaan van deze ideeën, was er nog een belangrijke historische factor: de invloed van het stalinisme.
De stalinistische draai
De hervormingen die na de Russische Revolutie van 1917 werden doorgevoerd, trokken veel vrouwen aan tot het socialisme. Vrouwen werden voor de wet gelijkgesteld aan mannen, scheiden werd makkelijker gemaakt en het fenomeen van het ‘niet-erkende’ kind werd afgeschaft. Abortus werd gelegaliseerd en in 1922 werd homoseksualiteit gedecriminaliseerd.
De idealen die door socialisten eerder op papier waren gezet, zoals door Bebel, die schreef dat de ‘geslachtsdrift’ een privé-aangelegenheid moest zijn, werden in de Sovjet-Unie gerealiseerd, onder andere door de eerder genoemde hervormingen. Na de consolidatie van de macht van Stalin, als vertegenwoordiger van de bureaucratische laag in de Sovjet-Unie, werd deze vooruitgang echter weer teruggedraaid.
De politieke uiting van deze draai was de zogenaamde ‘Volksfrontperiode’. De Sovjet-Unie probeerde toenadering te zoeken tot de westerse kapitalistische staten om een bondgenootschap aan te gaan met hen. Om hen tegemoet te komen werd het socialisme vermengd met allerlei conservatieve ideeën, zoals nationalisme en seksisme. Hierdoor wilde de Sovjet-Unie laten zien dat ze een geschikte partner waren voor een bondgenootschap.
Jodie Collins schrijft in haar artikel Women, the family, and sexuality in U.S. Communist Party publications: refashioning Marxism for the Popular Front era:
‘Een belangrijk aspect van de nieuwe Volksfront-aanpak van de Communistische Partij tussen 1935 en 1939 was de herpositionering van de partij als toonbeeld van Amerikaanse culturele en morele waarden, zoals in de slogan “Communisme is twintigste-eeuws Amerikanisme”.’
Hoewel dit enerzijds een reactie was op de druk van het anticommunisme, sloot het nationalisme en conservatisme ervan naadloos aan bij de veranderende wetgeving van de Sovjet-Unie op het gebied van seks en het gezin. Homoseksualiteit werd in 1934 in de USSR verboden en in 1936 werd de wet “inzake de bescherming van moeders en kinderen” ingevoerd, die strenge abortuswetten oplegde, grote gezinnen bevorderde en de beperkingen op echtscheiding introduceerde. Het doel van de wetgeving was om de primaire rol van vrouwen als moeder te bevestigen en grote, sterke gezinnen aan te moedigen met waarden die vergelijkbaar waren met degene al lang bestonden in westerse landen en het pre-revolutionaire Rusland. Dit was een duidelijke draai in vergelijking met de eerdere wetten van de bolsjewieken, die gericht waren op de emancipatie van vrouwen en de ”ontbinding van het burgerlijke gezinsleven’’.
Communistische partijen in verschillende landen, die geaffilieerd waren met de Sovjet-Unie, beweerden opeens dat het gezin belangrijk was voor het socialisme en dat het gezin juist bedreigd werd door het kapitalisme. Het gezin kreeg tijdens deze periode bij veel communistische partijen een hele centrale plaats in het propagandawerk. Het idee dat seksuele relaties een privé-aangelegenheid moesten zijn, werd afgeschilderd als ‘burgerlijk’ door Stalin.
Een goed voorbeeld van deze draai was de verandering van het vrouwenblad bij de CPUSA. Voor de Volksfrontperiode publiceerde de CPUSA een blad genaamd ‘Working Woman’. In dit blad was er veel aandacht voor de deelname van vrouwen aan de arbeidersstrijd, zo stonden er vaak foto’s en artikelen in over stakingen en dapper verzet van vrouwen, bijvoorbeeld tegen politie.
Na de ideologische draai begon de CPUSA een blad te produceren voor vrouwen genaamd ‘Women Today’, waar er in elke editie rubrieken waren voor koken, schoonheid en mode. Tevens werd er via ‘Women Today’ een pamflet gepubliceerd die vrouwen moest overtuigen dat de beslissing om abortus te verbieden in de Sovjet-Unie in 1936 niet seksistisch en niet heel erg fout was.
Het communisme kreeg de reputatie dat het sociaal-conservatief was. Dit heeft niet alleen veel feministen vervreemd, maar ook veel mensen van de LHBTI-gemeenschap. Homoseksualiteit werd geclassificeerd als een ‘burgelijke seksuele dwaling’ door de Sovjet-Unie. Als gevolg hiervan verloor de socialistische beweging het vertrouwen van deze gemeenschap. Een bekend voorbeeld hiervan is de brief die Harry Whyte, een Schotse communist, schreef aan Stalin na de beslissing om homoseksualiteit te criminaliseren, waarna hij door Stalin gekenmerkt werd als een ‘idioot en een dégeneré’. Ook Harry Hay, een Amerikaanse communist die tevens homoseksueel was, verliet de CPUSA vanwege homofobie.
Lessen
De introductie van conservatieve ideeën aan socialistische propaganda door Stalin in de Volksfront Periode heeft op meerdere manieren een significante impact gehad. Het heeft de basis gelegd voor een bepaalde conservatieve, communistische tendens. Een voorbeeld hiervan is de Griekse communistische partij, die tegen het homohuwelijk stemde in het parlement.
Daarnaast heeft het ervoor gezorgd dat de communistische partijen geen rol konden spelen in de tweede feministische golf. Hierdoor kwam er ruimte voor allerlei ideeën die een effectieve strijd voor vrouwenbevrijding, gedeeltelijk, ontaard heeft.
We zijn vandaag de dag nog steeds de gevolgen aan het oogsten van de zaden die in de Volksfrontperiode gepland zijn. Het feministisch circuit tiert weelig van semi-academische figuren die hoog en laag schreeuwen dat Marx het bij het verkeerde eind had, zodat ze van deze activiteit hun brood kunnen verdienen, zoals Anja Meulenbelt.
Het salaris voor de huisvrouw als eis is verdwenen, simpelweg omdat het maatschappelijke relevantie heeft verloren. Er is echter nog veel verwarring op het gebied van vrouwenbevrijding. Aan de meeste vrouwen wordt het liberale idee verkocht dat de ‘gelijkheid van mannen en vrouwen’ gerealiseerd is als een vrouw ook een ceo kan zijn van een groot bedrijf.
Het idee dat vrouwen zichzelf zouden kunnen bevrijden via de arbeidersstrijd is niet populair; het is niet eens heel bekend. De harde, maar wel eerlijke conclusie die er moet worden getrokken, is dat de socialistische beweging dit gedeeltelijk aan zichzelf heeft te danken.
Daarom is het van een enorm groot belang dat we de lessen leren van het verleden en niet dezelfde fouten maken. Ten eerste mag er geen enkele ruimte zijn voor sociaal-conservatisme. Het is onze verantwoordelijkheid om af te rekenen met alle individuen en organisaties die zichzelf ‘socialistisch’ noemen, maar een rechtvaardiging hebben voor vrouwenonderdrukking in welke vorm dan ook, wat die rechtvaardiging dan ook mag zijn. Dit geldt voor stalinistische partijen, maar ook voor zogenaamde ‘trotskistische’ organisaties, Zoals de Revolutionary Communist International, voormalig bekend als de IMT, die een absoluut abominabele geschiedenis heeft op het gebied van schandalen met seksueel geweld, en weigeren om hun leiding verantwoordelijk te houden.
Ten tweede moet de strijd tegen vrouwenonderdrukking de plaats krijgen die het verdient. Het moet een integraal onderdeel zijn van onze activiteiten. We moeten sociale bewegingen ondersteunen, acties organiseren, en dit aangrijpen om vrouwen te overtuigen van de noodzaak van het socialisme.
We moeten het belang van de strijd tegen vrouwenonderdrukking erkennen, en niet, zoals in het verleden is gedaan, deze strijd ondergeschikt maken aan de arbeidersstrijd. De strijd tegen vrouwenonderdrukking, net zoals de strijd tegen racisme, homofobie, transfobie, en alle andere vormen van onderdrukking, moet een onderdeel zijn van de strijd tegen het kapitalisme. Alleen zo kunnen deze worden gewonnen.