Over nut en nadeel van Communistisch Platform voor het partijleven

In het bulletin van 12 mei j.l. stelde kameraad Olivier uit Nijmegen de tweeledige vraag waarom Communistisch Platform als factie blijft bestaan, ondanks de mogelijkheid om meerderheden te winnen en of de RSP niet alle doelstellingen van CP al heeft behaald.[1] Deze vraag staat niet op zichzelf maar keert via informele kanalen herhaaldelijk terug in de vereniging. In dit stuk wil ik daarom de ruimte nemen om twee argumenten te ontwikkelen. Ten eerste schets ik in het kort een beeld  van de ontstaansgeschiedenis van wat nu de RSP heet en de veranderende standpunten van CP daarin. Ten tweede maak ik een aantal algemene punten over het functioneren van facties in een democratische organisatie en de relatie daarvan tot CP. Deze argumenten zijn geen officieel standpunt van mijn factie, maar een persoonlijke reflectie.

Van SP naar RSP

Communistisch Platform heeft zich door de jaren heen ingezet voor de realisatie van een communistische massapartij, waarvan wij overtuigd waren dat deze niet tot stand zou komen door de promotie van de eigen bescheiden organisatie tot volwaardig alternatief. In plaats daarvan organiseerden wij ons in eerste instantie voornamelijk binnen de SP, uit de overtuiging dat deze partij als al bestaande arbeiderspartij de mogelijkheid zou bieden om zich te ontwikkelen tot een communistische partij. Daartoe pleitten wij voor de transformatie van die partij door middel van een radicaal democratisch model en met een communistisch programma. De RSP en ROOD in haar huidige vorm zijn ontstaan uit een (opgelegde) breuk met de SP, en een verzameling van tendensen en organisaties die zichzelf verenigden om zichzelf te verzetten door een door de SP-bureaucratie gestarte heksenjacht. De gehele geschiedenis kan ik hier geen recht doen, maar riskerend de gebeurtenissen plat te slaan wil ik zeer kort het verloop uiteen zetten en de factionele benadering van CP daarin belichten.

In de eerste jaren bestond ons werk in de SP er voornamelijk uit om te pleiten voor marxisme in bredere zin, en voor de vestiging van een radicaal democratische partijstructuur. De interventie in de SP vertrok vanuit het beginsel dat een communistische partij alleen kon voortkomen uit de bestaande elementen van de arbeidersbeweging en een proces van overtuiging, splitsing en fusie. We waren dus nooit overtuigd dat de SP op zichzelf voldoende zou zijn om de oversteek te maken: als we er wel in geslaagd waren om een communistische meerderheid te organiseren, dan lag het ook in de lijn der verwachting dat een substantieel gedeelte van de oude partij zou vertrekken. Wel zagen we de partij als het beste aanknopingspunt om het bredere veld te bestrijken.[2] In de praktijk bestond onze activiteit voornamelijk uit het analyseren van de ontwikkelingen in de partij in artikelen op onze website, het organiseren van debatten en scholingen, en het indienen van wijzigingsvoorstellen. Op termijn begonnen onze ideeën aan populariteit te winnen, niet zo zeer binnen de moederpartij maar wel bij de jongerenorganisatie ROOD. Hoewel we op sommige punten voorzichtig terrein wonnen, en meerderheden konden vinden op het afschaffen van bevooroordeelde kandidatencommissies en bureaucratisch meesturende medewerkers, was het aanvankelijk niet enkel een gericht voorstel vanuit de factie dat ROOD in conflict bracht met de SP leiding. In plaats daarvan was het een oproep van de ledenvergadering aan het ROOD bestuur om zich te distantiëren van pogingen van Lilian Marijnissen en haar parlementaire kliek om toenadering te zoeken tot de VVD voor een mogelijke regeringsdeelname die de vlam in de pan liet slaan. Wel waren ook het door ons toedoen wegstemmen van een jaarverslag en het instellen van een vergoeding voor bestuursleden voor het partijbestuur reden om in te grijpen in de jongerenvereniging. Slechts nadat deze crisis zich ontwikkelde hebben wij kandidaten naar voren geschoven om een meerderheid van het ROOD bestuur te vormen. De directe aanleiding voor het stellen van eigen kandidaten kwam nadat er geen bestuur gevormd kon worden als gevolg van een oproep van ons om blanco te stemmen bij de bestuursverkiezingen.[3]

Geconfronteerd met een snel oplopend politiek geschil binnen de partij, waaronder het royement van een zestal leden en het verbreken van de banden met ROOD, besloten we dat het noodzakelijk was om een breder onmiddellijk verbond te sluiten. Als Communistisch Platform deden we de oproep aan alle marxisten binnen de partij om zich formeel in een factie te verenigen met het doel om een onafhankelijk alternatief te vormen op de activistische en parlementaire vleugels van de partij. Gezien de recente ontwikkelingen benadrukten we daarbij de noodzaak tot democratisering van de partijstructuren en stelden voor om zelf het goede voorbeeld te geven.[4] Die oproep werd door zo’n 300 leden gesteund, waaronder een aantal bestaande groepen zoals Offensief, destijds de Nederlandse sectie van het trotskistische CWI (Committee for a Workers International). Op een serie van bijeenkomsten werd een gezamenlijk platform ontwikkeld om aan de verkiezingen voor het partijbestuur mee te doen, met als titel ‘Eenheid in verscheidenheid’.[5]

Aanvankelijk leek het partijbestuur van de SP de verkiezingen eerlijk te laten verlopen, en er werd een aantal debatten georganiseerd tussen de kandidaten voor het voorzitterschap en de secretarispositie. Halverwege het proces besloot het zittende bestuur echter om alle leden van ROOD en Marxistisch Forum, waaronder alle tegenkandidaten in de bestuursverkiezingen, te royeren. Daarop lanceerden deze groepen gezamenlijk het initiatief ‘SP tegen de Heksenjacht’, een campagne om het partijbestuur op te roepen om de ingezette koers terug te draaien.[6] Dit leverde een grootschalige bijeenkomst op waar feitelijk het concrete fundament werd gelegd voor de Socialisten, een verzameling SP-leden voor wie de heksenjacht ontolereerbaar was.[7] In de periode die daarop volgde werden de overgebleven leden van ROOD formeel de partij uitgeduwd en besloot een aantal grote afdelingen – Amsterdam, Utrecht en Rotterdam –om onafhankelijk verder te gaan. De drie afdelingen deden bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in hun gemeentes mee onder de vlag ‘Socialisten’, waar verder geen gedeelde politieke standpunten aan vast zaten behalve een algemene afkeer tegen royementen en schorsingen en het inzicht dat het voorlopig niet meer mogelijk was om binnen de SP te blijven.[8]

Pas in September 2022 werd een eerste conferentie gehouden waarop gesproken zou worden over het inrichten van een landelijke organisatiestructuur en een gedeelde politieke basis.[9] Destijds gingen er stemmen op om de Socialisten met onmiddellijke ingang om te zetten in een nieuwe politieke partij, waarover ik een polemiek gevoerd heb met Gijs Marteau, die ook dit standpunt was opgedaan.[10] Mijn standpunt, en het standpunt van mijn factie, was dat een overhaaste verheffing van het project tot partij alleen desastreuze gevolgen kon hebben. Immers was de Socialisten slechts een losse formatie van afgesplitste afdelingen, individuele leden, en de Mandelistische website Grenzeloos, die buiten een afkeer van de recente ervaringen in de SP en een vaag gedefinieerd socialisme geen concrete overeenstemming hadden. Dat maakte dat elke vlucht naar voren een misstap zou zijn. Een eenheid in een partij die zich beperkte tot een breed gedefinieerd socialisme zou slechts een marginale variant van de SP vormen, terwijl het op korte termijn proberen te forceren van een volledig communistisch programma op dat moment slechts een sekte tot gevolg kon hebben die zich weinig zou kunnen onderscheiden van de bestaande organisaties op klein links. Wij pleitten er daarom voor om de Socialisten om te vormen tot een vorm van eenheidsfront, waarbij beperkte eenheid in actie de gelegenheid zou bieden om op termijn een sterkere fusie te organiseren.[11] Daarin waren wij bereid samen op te trekken met de factie van kameraad Marteau, maar die uitnodiging bleef onbeantwoord.

Op de conferentie zelf werd echter overweldigend duidelijk dat ons voorstel niet op een meerderheid kon rekenen. We besloten daarom tot een overeenkomst te komen met de voorstanders van het zo snel mogelijk oprichten van een partij. Het resultaat was de formulering dat de Socialisten een partij-in-oprichting was, met een aantal concreet gestelde voorwaarden waaraan moest worden voldaan voordat de organisatie zichzelf met recht een zelfstandige partij kan noemen. De vereniging moest het eens worden over een programma en een statutendocument, tien actieve afdelingen met een volwaardig bestuur oprichten, en daarbij zowel op landelijk als lokaal niveau actief te zijn in de arbeids- en sociale beweging.[12] Wat volgde was een langgerekte programmadiscussie, die nodig was om de vele tactische en strategische kwesties grondig door te kunnen spreken. In deze discussie hebben wij, blijkbaar overtuigend, gepleit voor een revolutionair minimum-maximum programma. Over de uitkomst van die discussie kunnen twee dingen gezegd worden. Ten eerste, dat we gelijk hebben gekregen dat een vroege programmadiscussie tot gevolg zou hebben dat een groot deel van de oorspronkelijke deelnemers aan de Socialisten zich zouden terugtrekken. Grenzeloos stapte op nadat een meerderheid van de vereniging zich uitsprak tegen wapenleveranties aan de NAVO-proxyoorlog in Oekraine, en de meer reformistischgezinde oud-SP leden verdwenen stilletjes van de conferentievloer. Boegbeeld Erik Meijer bijvoorbeeld verkiest tegenwoordig de PRO factie LinksBoven boven de logische conclusie van zijn jarenlange engagement met de SP. Ten tweede, hebben wij de veerkracht en de aantrekkingskracht van de Socialisten onderschat in de zin dat de vereniging erin geslaagd is om de geleden verliezen niet alleen te vervangen, maar ook daar bovenuit te stijgen. Het mag met recht gezegd worden dat de RSP tegenwoordig een van de twee, als niet de grootste organisatie op revolutionair links is.

Juist in die kracht schuilt echter ook gevaar. De Socialisten mag zich inmiddels hernoemd hebben naar Revolutionair Socialistische Partij, en wij hebben als CP ook besloten om de semantische discussie daarover los te laten, maar het doel van een massapartij is nog niet binnen handbereik. Zelfs volgens de eigen kadering is RSP slechts nog een ‘partij-in-oprichting’, de aanpassing van de naam is eigenlijk een misnoemer. We moeten de RSP ook niet zien als een eindstation, dan wel een veelbelovend beginpunt van een massapartij. Het principe blijft gelden dat we niet moeten vervallen in sektarisch denken waarin de ca. 400 contributie betalende leden die de RSP rijk is zich op wonderbaarlijke wijze vermenigvuldigen tot een miljoenenpartij. Het blijft van belang om de bestaande linkse organisaties en bewegingen actief te engageren en verschillende stromingen aan te moedigen om zich met ons te verenigen.

De realiteit is op dit moment dat het project zelf in de praktijk een factie in de arbeidersbeweging is die zich inzet voor een partij, en zichzelf dus vooral kan verhouden tot die bredere arbeidersbeweging. Dat het project meer is gebleken dan de som van haar delen is prijzenswaardig, maar we zijn nog ver verwijderd van een situatie waarin zij met kop en schouder boven alle anderen uitsteekt. De groei in het ledenbestand is slechts gedeeltelijk te verklaren uit de kracht van het project zelf, en heeft ook een duidelijke relatie met de algemene groei in populariteit van marxistische, communistische, en revolutionaire ideeën. Hoewel andere organisaties hun ledenaantallen niet kenbaar maken, is het op basis van opkomst op demonstraties en bij evenementen aannemelijk om te zeggen dat de NCPN / CJB een vergelijkbare omvang hebben. Verder vormt de RSP in Amsterdam misschien het grootste component van de VONK-coalitie, maar is het overduidelijk dat zij zelfstandig maar over een fractie van de politieke slagkracht zou beschikken. Ook daarom pleiten wij bij de voor de vorige conferentie ingediende stukken tegen de motie om uit de VONK-coalitie te treden.[13] Het rijzende tij tilt alle boten op en de RSP is vooralsnog slechts een van vele links-radicale schepen. Eigen agitatie, acties, of zelfs verkiezingsdeelname zijn niet uitgesloten, maar we moeten ervoor waken dat de RSP niet naar binnen keert en zich opstelt als troonpretendent van de arbeiderspartij. 

Engagement met de bestaande beweging heeft ook een zeer concreet nut; het geeft ons de kans om de vereniging verder te ontwikkelen. Ondanks een relatief groot ledenaantal leidt de RSP aan duidelijke mankementen: in praktijk is het (actieve) ledental niet toereikend om brede activiteiten te ontwikkelen en het bestaande kader ontbreekt het vaak aan theoretische en historische scholing. Die kennis en ervaring kunnen we juist opdoen door niet alleen naar ‘de klasse’ te kijken, maar te proberen op een hoger niveau te opereren. In discussies die binnen de eigen gelederen spelen klinken vaak argumenten die met meer theoretische inbedding door andere organisaties worden gemaakt, en andere organisaties beschikken vaak over jarenlange ervaring in sociale bewegingen en vakbonden waar wij ons niet altijd bewegen. Zo een naar buiten gerichte aanpak heeft een tweeledig profijt: we kunnen het relatieve gewicht van de RSP gebruiken om revolutionair links uit te dagen om haar op te bouwen en we verhogen het politieke niveau van revolutionair links in brede zin.

Facties, functies en partijwezen

Dan het tweede punt. Het nut van het organiseren van facties is veelzijdig, maar een van de primaire redenen om een factieverband aan te gaan is om te helpen met het ontwikkelen van standpunten en voorstellen. Was dit niet zo, dan zouden stromingen in een partij zich slechts uiten als tendensen, waarbij individuen hun eigen teksten en voorstellen uitschrijven en daarvoor medestanders zoeken in besluitvormingsorganen. De elementaire behoefte die leidt tot het vormen van factie is om die ideeën te slijpen en om betere, en een grotere hoeveelheid voorstellen te kunnen produceren. Het moet elk lid vrij staan om de samenwerking met gelijkdenkenden op te zoeken in elke vorm die hen juist acht, er moet dus sprake zijn van een vrijheid van vereniging. Voor het individu biedt dit de kans om de invloed van zijn of haar ideeën te vergroten, maar ook voor de vereniging levert het voordelen op; de kwaliteit van de besluiten wordt groter, argumenten moeten beter worden doorgrond, en de verschillende opties die de partij heeft in elke situatie worden duidelijker in beeld gebracht. Dat CP in die zin een productieve factie is, is voor mij evident. Enerzijds zou ik zonder de mogelijkheid om weerklank te vinden in een factie de verschillende ideeën in dit stuk nooit kunnen formuleren en combineren. Anderzijds produceert CP met slechts een fractie van de congresaanwezigen een buitenproportioneel aandeel van de resoluties, moties en wijzigingsvoorstellen op het congres en blijft ijveren om analyses van de ontwikkelende positie van de RSP te leveren via de eigen website waar anderen zich aan kunnen meten.

Verder vertegenwoordigt CP een reële stroming binnen de RSP. De RSP is een diverse organisatie waarin een grote variëteit aan opvattingen is vertegenwoordigd. Dat is een positieve zaak maar betekent dus ook dat er extra reden is voor gelijkdenkenden om elkaar op te zoeken. Wil de RSP de oversteek maken naar een massapartij, dan moet de partij in staat zijn om verschillende stromingen in de arbeidersbeweging binnen haar grenzen te laten passen ook als het grootste deel van de huidige leden zich herkennen in de groepen die zich hebben losgemaakt van de SP, of zich post-facto bewust hebben aangesloten bij die groepen.

Daarnaast is het juist een sektarische gedachte dat de invloed van bepaalde stromingen geheel kan worden onderdrukt door andersdenkenden zoveel mogelijk buiten de deur te houden. De verschillende stromingen en gedachten in de arbeidersbeweging zijn namelijk niet alleen het resultaat van ideële vorming, maar vertegenwoordigen vaak ook concrete en materiële tegenstellingen in de arbeidersbeweging. Het beleid van ideologische bescherming door het regelmatig uitvoeren van zuiveringen dat na 1914 werd gevoerd door de officiële Communistische Partijen kon niet voorkomen dat zij op termijn werden overgenomen door reformisme in de vorm van de volksfrontpolitiek. Dit omdat compromis met de kapitalistische staat reële voordelen kan opleveren voor delen van de werkende klasse en de partijbureaucratie. Daar kwam nog bij dat reformisme in het westen betekende dat de Sovjet-Unie in staat was om haar beleid van ‘vreedzame coëxistentie’ met de kapitalistische staten door te zetten. Het openlijk organiseren van facties stelt ons tegelijkertijd in staat om een massale communistische partij te realiseren en om de bureaucratie te controleren en daarmee te voorkomen dat een sectie van de beweging het revolutionaire karakter van de partij prijsgeeft.

De RSP is niet gevrijwaard van een bureaucratische reflex. Ook nu stond bijvoorbeeld in de jaartaken ingediend voor het vorige congres dat het bestuur het ongepast acht dat nieuwe of inactieve leden het intern bulletin ontvangen, dit sentiment heeft de logische consequentie dat het open karakter van de vereniging wordt beknot. Anderzijds is het recht op associatie binnen de RSP geen zekerheid. Regelmatig klinken er stemmen die kritisch zijn op het openlijk functioneren van facties in de partij, en in het specifiek op Communistisch Platform. Vorig jaar ontstond bijvoorbeeld al een korte uitwisseling waarin werd beweerd dat het zelf werven van middelen door de factie ‘ongerechtvaardigd’ zou zijn.[14] Het gebrek van ontwikkeling van andere stromingen in facties getuigt van de broosheid van het geloof in het recht op factionele politiek en inzicht in het nut van dit recht. Ook het idee dat de RSP zich breder moet engageren in de arbeidersbeweging levert nog discussies op. Zie bijvoorbeeld de laatste congresdiscussie waarin werd geopperd dat RSP zich alleen met buitenlandse organisaties zou moeten engageren vanwege het onzuivere karakter van de verschillende Nederlandse organisaties.

Hoewel ik het eerder in dit stuk schreef over de noodzaak om een open debat te voeren met de bredere revolutionair linkse beweging, is het open debat binnen de RSP zelf ook nog erg broos. De RSP slaagt er niet in om de debatten in de partij inzichtelijk te maken. Er verschijnen geen verslagen van het congres op de website, en in het partijblad Paraat worden vrijwel geen polemieken gepubliceerd. Bijna alle discussies voltrekken zich via het intern bulletin, in de wandelgangen of op het congres zelf. Het is goed mogelijk dat deze tekortkoming slechts een groeipijn is, maar toont desalniettemin aan dat de organisatie nog slechts in de kinderschoenen staat. Het is dus geen luxe probleem om over de benodigde openheid te waken, deze te bestendigen en aan te moedigen.     

Minderheden en meerderheden

Het argument dat de politiek van Communistisch Platform achterhaald zou zijn door onder andere het aannemen van een minimum-maximum programma berust op een misverstand, waarin winst altijd bestaat uit een eenmalig omslagpunt. In het specifieke geval van het minimum-maximum programma ben ik er vast van overtuigd dat de vorm wel is aangenomen door het congres, maar de inhoud niet geaccepteerd is door een substantieel gedeelte van de vereniging. Dit wordt al snel duidelijk voor wie het RSP programma bij de hand neemt. Het document toont namelijk duidelijk de sporen van de richtingenstrijd die op de programmacongressen plaats vond, omdat het congres daarin geen duidelijke lijn heeft getrokken maar in plaats daarvan tegenstrijdige formuleringen geadopteerd heeft. Zo wordt in de introductie de omschrijving van het minimumprogramma als voorwaarde om te breken met het kapitaal gecombineerd met een paragraaf die een actieprogramma voorschrijft door ‘ideeën en actievoorstellen naar voren te brengen, en zo richting het socialisme te gaan’. Een groot gedeelte van het maximum-programma spreekt over zaken die op zijn hoogst in het minimum-programma thuis horen, zoals het vormen van ‘een provinciaal bestuurscollege en een college van wethouders’, de noodzaak tot een nieuwe grondwet, het nationaliseren van ‘fabrieken, banken, transport, grond, delfstoffen, publieke diensten en huurwoningen’. Dit is niet een onschuldige verwarring van zaken, maar was een actieve poging om de organisatie op de korte tot middellange termijn open te stellen voor de politiek van actieprogramma’s en reformistische regeringsdeelname. De stilte van de kritiek hierop uit alle hoeken van de RSP is oorverdovend.[15] 

Ook de verkiezingsdeelnames in Amsterdam en Nijmegen tonen aan dat er in de praktijk verschillende opvattingen bestaan over hoe de partij programmatisch moet handelen, dat de standpunten van het programma door grote delen van de leden niet zijn eigen gemaakt, dat het ondanks een verplichting tot acceptatie van dat programma mogelijk is om tegen de inzet van de landelijke partij in te handelen en dat dit niet op een substantiële manier wordt ingebracht door de overtredende partijen.[16] Dat geeft de indruk dat de RSP zich in dit stadium nog dichter bevindt bij de losse federatie van groepen en afgesplitste afdelingen waarmee het project is begonnen dan bij een communistische massapartij.  

Het bestaan van deze stromingen is voor ons een reden om als factie te blijven functioneren. We zien namelijk voldoende reden om deze stromingen en ideeën op politieke gronden te blijven bevechten. Zelfs als veel van de concrete voorstellen momenteel geen meerderheden halen, valt niet te garanderen dat zij een minderheid zouden blijven zonder grondig voorbereide en aangeslepen tegenargumenten. Waar er meerderheden bestaan voor onze voorstellen en doelstellingen, willen we die meerderheden uitbreiden, uitdiepen en verdedigen tegen dwalingen.     

Dat politiek zou bestaan uit een eenrichtingsverkeer van het behalen van meerderheden is geen nieuw idee. De voormalige factie LinkerFlank hief zich op met hetzelfde argument toen ze zich als groep kandideerden voor het bestuur. Zogenaamd zou het verkiezen in het bestuur van de meest actieve factieleden het bestaansrecht van de factie wegnemen. Bovenaan de homepagina van de website van de voormalige LinkerFlank is de sobere boodschap te lezen: ‘De LinkerFlank is 31 mei 2025 opgeheven vanuit de overweging dat de factie geen functie meer had omdat ze te weinig [afweek] van het meerderheidsstandpunt van de RSP’.[17] De realiteit is echter dat dit bestuur is vertrokken zonder dat de kernpunten van de factie daadwerkelijk in de RSP zijn doorgewerkt, noch zijn enige substantiële voorstellen door het congres aangenomen. Sterker nog, in het eigen bestuursplatform klonk al de doodskreet van de LinkerFlank door: de sociale verenigingen moesten toch tactisch worden benaderd en geen onmiddellijke prioriteit krijgen van het

bestuur.[18] De werkelijke reden voor de ontbinding lag dus anders: de leden van de factie zijn afgedreven van de politiek van hun eigen factie. Geen enkel voormalig lid hoor je tegenwoordig nog over het prioritaire belang van ‘cultuursocialisme’, het radicaal inkorten van het programma, of het oprichten van ongebonden sociale verenigingen boven de uitwerking en verspreiding van programmatische standpunten.

Het is een vergissing om te denken dat het verkiezen van een meerderheid in het bestuur of op een bepaald voorstel een noodzakelijk eindpunt is van factionele politiek. De factionele splitsing tussen bolsjewieken en mensjewieken ging expliciet over een factie van de meerderheid en een factie van de minderheid. Aanvankelijk ging het geschil tussen de facties over lidmaatschapsvoorwaarden, maar dit leidde uiteindelijk tot een diepe, langdurige verdeling van 1903 tot 1912. Het ‘partij-isme’ van de bolsjewieken bestond juist daaruit dat ze weigerden om de eigen factie tot partij te verheffen en de bredere eenheid van de arbeiderspartij probeerden te behouden. Anders gezegd, het doel was om leiding te geven aan de bredere arbeidersklasse, niet om de partij zo veel mogelijk te reduceren tot de eigen groep. Het feit dat een meerderheid op het centraal comité werd gehaald voor een bepaald voorstel was juist aanleiding om de facties concrete vorm te geven, niet om coördinatie tussen gelijkdenkenden te ontbinden.

Bovenstaande voorbeelden zijn ook illustratief voor een fundamenteler punt over factiepolitiek. Mijn indruk uit persoonlijke gesprekken en het stuk van Olivier is dat de gedachte leeft dat de primaire functie van het toestaan van facties is om te faciliteren dat een minderheid van de partij een meerderheid kan overtuigen van hun standpunten. Dit is echter, hoewel belangrijk, slechts een gedeelte van de reden om facties te legaliseren. Het impliceert namelijk ten eerste dat facties altijd een minderheid zouden vormen, en ten tweede dat een formeel verbod op facties ook leidt tot een feitelijke opheffing van facties. In de meeste organisaties is het echter zo dat de politieke leiding de facto een onzichtbare factie vormt die alle andere stromingen marginaliseert (of dat probeert). Het recht op facties dient dus ook om de verschillen in de partij zichtbaar te maken en om verborgen (zoals bestuurlijke) facties te dwingen om openlijke standpunten in te nemen. Het is evengoed legitiem als de proponenten van de meerderheidspositie op basis van openlijke standpunten proberen om een minderheid ervan te weerhouden om de meerderheidspositie te worden.

Een factie in beweging

Elke factie, en zelfs politieke organisaties in bredere zin, ervaart druk om te veranderen naarmate de politieke situatie zich verschuift. Communistisch Platform is daarop geen uitzondering. De afgelopen jaren hebben we dan ook de structuur en prioritering van de organisatie aangepast zodat die beter bij de huidige situatie passen. Een grotere nadruk kwam te liggen op het werk in de RSP, de eigen website is een tweede viool gaan spelen, de eigen structuren zijn vereenvoudigd en er zijn minder politieke kwesties waarin het bestuur de leden bindt. Waar CP ooit de voornaamste aanjager was van de strijd tegen bureaucratisering en verrechtsing in de SP, waarin de tegenstellingen zeer scherp waren afgetekend, speelt ze nu een bescheidener rol in een organisatie die voor het leeuwendeel uit marxistische revolutionairen bestaat. Het is evident dat die veranderende rol effect heeft op de praktijk van de factie. Op het hoogtepunt van de SP-strijd waaruit de RSP uiteindelijk is voortgekomen had het Platform meer dan 40 leden, nu slechts een fractie daarvan. De ontwikkelingen in het conflict met de SP drukten daarop een grote stempel: veel leden sloten zich bij ons aan met de voornaamste reden dat zij het CP zagen als effectief instrument tegen de bureaucratische reflex van de SP leiding, minder omdat ze het fundamenteel eens waren met elk uitgangspunt van ons platform. Dat was destijds nuttig, maar evengoed is het vanzelfsprekend dat daar binnen de RSP niet in dezelfde mate behoefte aan is. Wij hebben momenteel ook niet de wens om de ledenaantallen weer significant te verhogen, noch om daar actief campagne voor te voeren.

Laat mij besluiten met de vraag of er een toekomst denkbaar is waarin CP als factie verdwijnt. Het antwoord daarop is ja, namelijk als de voornaamste taak niet meer het vestigen van een communistische massapartij is, maar andere, tactische, kwesties de bovenhand voeren. Logischerwijs zal de factie dan niet meer een reële stroming in de partij vertegenwoordigen maar zelf worden verdeeld door de verschillen die in de partij ontstaan. Op dat moment zou het logisch zijn dat er op een organische manier plaats wordt gemaakt voor persoonlijke verbonden en nieuwe tijdelijke en permanente facties. Dit is ook onderdeel van een gezonde partijdemocratie waarin het factionele landschap in een proces van permanente ontwikkeling verkeert.


[1] RSP intern bulletin, 12-05-2026

[2] Zie hierover ook het stuk https://communisme.nu/artikelen/partij-en-programma/2017/10/03/stellingen-over-de-sp/

[3] Zie ook https://communisme.nu/van-het-platform/2020/07/02/2490/

[4] https://marxistischforum.nl/onze-oproep/

[5] https://marxistischforum.nl/wp-content/uploads/2021/09/MF_flyer.pdf

[6] https://sptegendeheksenjacht.nl/

[7] https://sptegendeheksenjacht.nl/2021/10/31/verslag-bijeenkomst-9-oktober/

[8] https://rsp.nu/posts/op-naar-een-democratisch-socialistisch-perspectief/

[9] https://rsp.nu/posts/conferentie/

[10]https://communisme.nu/artikelen/partij-en-programma/2022/03/03/de-socialisten-tussen-partij-en-beweging/

[11] Zie daarover ook: https://communisme.nu/artikelen/2022/08/06/reactie-van-het-cp-bestuur-op-de-vragen-vanuit-de-socialisten-conferentie/

[12]https://communisme.nu/artikelen/2022/10/20/compromissen-uit-de-zolderkamer-verslag-van-de-socialistenconferentie/

[13] Zie voor de motie ‘uittreden uit de VONK’ de congresbundeling van 30-03-2026. Wij hebben een tegenvoorstel ingediend dat op het volgende congres behandeld zal worden.

[14] RSP Intern Bulletin, 07-06-2025

[15] Dit is eerder al kort in een discussie aan bod gekomen, vergelijk https://communisme.nu/artikelen/2025/08/17/rsp-programma-is-niet-geschikt-maar-voor-wat/

[16] Zie hierover https://communisme.nu/artikelen/2026/03/17/stemadvies-gemeenteraadsverkiezingen-maart-2026/ en voor een eerdere discussie rondom de benadering van de verkiezingen door de RSP https://communisme.nu/artikelen/2025/08/13/verkiezingsplan-rsp-mist-programma/

[17] Zie hierover verder het bericht ‘Linkerflank is dood lang leve de linkerflank’,  https://linkerflank.net/2025/05/13/linkerflank-is-dood-lang-leve-de-linkerflank/

[18] RSP Intern Bulletin 39, 24-05-2015, 31.‘Het opzetten van periferieorganisaties is echter altijd een tactische overweging, en dit moeten we op dit moment goed afweging tegen de capaciteit die we hebben en de andere taken die we moeten vervullen’, en; ‘Het opzetten van periferieorganisaties krijgt nog geen prioriteit vanuit het bestuur.’

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!