Pacifisme is niet de basis, maar utopisch: de noodzaak van een anti-pacifistisch blok op het vredesprotest

Hoewel een gezamenlijk socialistisch blok op het vredesprotest en het statement van RSP tegen het pacifisme van het manifest van Stop de Oorlogskoorts goede eerste stappen zijn, mist het statement door zijn agitatorische insteek een duidelijke uiteenzetting van waarom pacifisme niet werkt, stelt Tom Cornelisse. Hij probeert dit aan te vullen, inclusief sporadische kritiek, en pleit voor een anti-pacifistisch blok zonder ondertekenaars van het manifest zoals De Vonk.

De vredesbeweging leek van de aarde verdwenen. Na de massale protesten van de jaren tachtig stierf ze een stille dood samen met algeheel protest tegen militarisering. Met de val van de Sovjet-Unie, de ‘grote vijand’ van het westen, werd militarisering minder belangrijk voor de meeste landen. De opkomstplicht werd opgeschort en de meeste Europese landen lieten hun defensiebudgetten dalen. De grote broer aan de overkant van de oceaan dwong de belangen van het westen wel af. De meeste EU-landen, afgezien van voornamelijk Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, gebruikten hun beroepslegers vooral om bij te dragen aan het geweld dat de VS in de wereld rondstrooide. Oorlog werd een domein waar Uncle Sam de leiding had.

De afgelopen jaren zien we echter een opleving van de vredesbeweging als antwoord op de toenemende investeringen van de Nederlandse overheid in de oorlogsmacht. Deze militarisering is op haar beurt het gevolg van toenemende spanningen in de wereld, die weer het gevolg zijn van een wereldwijde machtsverschuiving van de VS richting China. De VS, die hun macht daarbij dreigt te verliezen aan de andere opkomende imperialistische macht, houden krampachtig vast aan hun invloed en proberen die op allerlei manieren af te dwingen.

De opkomst van de vredesbeweging, evenals het protest op 27 september, is alleen maar aan te moedigen. Dat FNV Y&U, LSVb en de NVB samenkomen om een coalitie te starten, doet blijken dat verzet tegen militarisering steeds breder gedragen is. De basis waarop dat gebeurt is er echter een met fundamentele misvattingen over wat de voorwaarden voor vrede zijn en hoe zij behaald kan worden. Het manifest waarin deze eisen uiteen worden gezet, is namelijk een utopisch, pacifistisch manifest dat de oorzaak van oorlog niet erkent: kapitalisme. Het communistische antwoord op oorlog is in tegenstelling daartoe gebaseerd op de krachten die landen richting oorlog duwen en hoe we die krachten veranderen. 

Alhoewel het statement van de RSP een goede eerste ontkrachting is, staan er ook een aantal misvattingen in en poneert het de voorwaarden voor vrede niet duidelijk genoeg. Desondanks heeft het statement ook veel bij het rechte eind, en moet dit artikel vooral gelezen worden als een aanvulling met sporadische kritiek. Vooral de noodzaak van een anti-pacifistisch blok is kritisch, gezien dat geheel ontbreekt in het statement van de RSP. Een blok met die boodschap bundelt de krachten om de klassenbewuste lijn te versterken en wordt verzwakt door de aanwezigheid van ondertekenaars van het manifest, zoals De Vonk. 

Oorlogskoorts

Volgens de coalitie ‘Stop de oorlogskoorts’ is de Nederlandse politiek bevangen door, je raadt het al, ‘oorlogskoorts’. Die uitspraak komt niet uit het niets: de verzorgingsstaat wordt verder afgebroken om de kas van defensie te spekken, Nederland koopt steeds meer wapens in en verschillende wetten zijn in aanbouw om Nederland ‘gevechtsklaar’ te maken. Militarisering tiert welig.

De coalitie pleit voor een pacifistische koerswijziging: ‘weg van militarisering en escalatie en richting vrede, diplomatie, sociale veiligheid en een onafhankelijke Nederlandse vredespolitiek.’ In eerste instantie lijkt dit een doorsnee pacifistisch uitgangspunt. Zeker wanneer ze later de gedachte verwerpen dat ‘bewapening en militaire escalatie […] het antwoord zijn’ op oorlog en agressie, lijkt de kous af. De weg naar vrede ligt ‘niet bij permanente militarisering, maar bij sociale zekerheid, diplomatie, de-escalatie en internationale samenwerking.’

Als we echter goed lezen, ziet de coalitie zelf ook al dat dat niet altijd uitkomst biedt. Zo eisen ze dat ‘Nederland zich actief inzet voor een rechtvaardige en duurzame vrede en Oekraïne de diplomatieke, politieke en humanitaire steun geeft die nodig is om een onderhandelde oplossing met solide veiligheidsgaranties te bereiken.’ De ‘veiligheidsgaranties’ refereren in het maatschappelijk debat aan een toezegging van andere mogendheden om Oekraïne te verdedigen als zij door Rusland aangevallen zou worden. Daarnaast stelt de NVB, de enige organisatie in de coalitie die zich expliciet richt op de vredesbeweging, dat ze het recht op verzet tegen onderdrukking erkennen in lijn met het internationaal recht. Met pacifisme bedoelen we daarom niet slechts verzet tegen oorlog of militarisering, maar een politieke benadering waarin vrede primair wordt gezocht via diplomatie, internationaal recht en de-escalatie, zonder de machtsverhoudingen die deze conflicten voortbrengen fundamenteel te veranderen. 

De coalitie en de NVB erkennen dus zelf al dat er factoren kunnen zijn die ervoor zorgen dat conflict niet enkel opgelost kan worden met diplomatie of de-escalatie. Dat is correct. Wat ze echter niet zien, is dat dat niet alleen geldt voor Oekraïne en verzet, maar dat diplomatie ook in andere conflicten niet altijd uitkomst biedt.

Diplomatie

De roep om diplomatie is een lieflijk streven. In plaats van dat landen hun conflicten via oorlog uitvechten, moeten ze dat aan de onderhandelingstafel doen. Wat pacifisten echter vergeten, is de vraag op welke basis landen diplomatie voeren. Diplomatie zweeft namelijk niet in een vacuüm. In plaats daarvan is het een reflectie van de krachtsverhoudingen op economisch, politiek en militair gebied.

Door geweld te verbannen uit onderhandelingen komen pacifisten in een rare gedachtenkronkel terecht. Omdat onderhandelingen nog steeds bestaan, zullen ze niet ontkennen dat er nog steeds tegenovergestelde belangen tussen landen zijn. Deze tegenovergestelde belangen moeten plots opgelost worden zonder op militaire middelen te berusten, terwijl de landen nog steeds belang hebben bij een militaire pokerchip. Neem Rusland en Oekraïne: als zij aan tafel zitten, onderhandelen zij op basis van wat hun legers bezet houden en wat hun economieën kunnen dragen. Als de een zou ontwapenen, zou de ander nog meer belang hebben bij een groter leger en kan zij meer eisen. De tegenovergestelde belangen van landen zorgen ervoor dat diplomatie afhankelijk blijft van de verschillende machtsverhoudingen, die voor een belangrijk deel beïnvloed worden door de militaire krijgsmacht. Als een land focust op onderhandelingen, heeft zij in feite dus juist baat bij militarisering.

Dit is de fundamentele fout van het pacifisme. Het erkent de wijsheid van Carl von Clausewitz niet: dat oorlog de voortzetting van politiek met andere middelen is. Het pacifisme wenst de tegengestelde belangen van landen weg en poneert in plaats daarvan dat diplomatie oorlog kan verhelpen, terwijl de belangen van landen niet altijd diplomatisch op elkaar af te stemmen zijn. Dat is wat het utopisch maakt. Het is niet, zoals het RSP-statement stelt, ‘niet genoeg’; het is algeheel geen oplossing voor militarisering. 

Internationaal recht

Om conflicten op te lossen zonder geweld of economische overmacht, wordt in de pacifistische zienswijze vaak naar het internationaal recht verwezen. Alhoewel de coalitie daar slechts terloops naar verwijst, is het belangrijk deze voortzetting van het pacifistisch argument te ontleden. Het argument gaat als volgt: als conflicten tussen landen niet opgelost kunnen worden door diplomatie omdat de krachtsverhoudingen daarin mee worden genomen, moet naar iets anders verwezen worden om voor beide landen een rechtvaardige oplossing te bieden. Dat andere is het internationaal recht. Een oplossing is in die zin rechtvaardig als het niet breekt met internationaal recht en onrechtvaardig als het daar wel mee breekt. Dat betekent ook: geen handelsoorlogen, geen sancties die niet door een internationaal strafhof zijn goedgekeurd en geen militaire krachtpatserij.

Zoals het internationaal recht al heeft uitgewezen, is het vaak een dode letter. Het is nog steeds aan landen om het internationaal recht te handhaven en zij doen dat vaak enkel wanneer het met hun eigen belangen overeenkomt. Het is geen toeval dat vele Europese overheden hebben toegezegd Netanyahu niet te arresteren wanneer hij in hun land is, ondanks dat er een arrestatiebevel tegen hem uitstaat. Hier komen we aan bij de laatste vraag: hoe gaat het internationaal recht ervoor zorgen dat landen het naleven? Arrestatiebevelen kunnen genegeerd worden, sancties kunnen zomaar opgelegd worden en oorlogen worden enkel veroordeeld. De enige oplossing lijkt een wereldpolitie: een oorlogsmacht van het internationaal recht die haar bevelen uit kan voeren.

Daarmee breekt het pacifisme echter met zijn eigen idealen. In plaats van dat een breuk met het internationaal recht met diplomatie beslecht wordt, wordt een internationale krijgsmacht opgetuigd die met geweld het internationaal recht kan verdedigen. Zo wordt militarisering wederom de basis waarop naleving van het internationaal recht wel, of niet af wordt gedwongen. Dat is nog los van het feit dat landen geen belang hebben bij zo’n internationale wereldpolitie. Grootmachten zoals de VS en China zijn niet voor niks geen lid van het Internationaal Strafhof. Zij zien dat de oordelen van zo’n strafhof hen in de weg kunnen zitten en trekken liever hun eigen pad.

De fundamentele fout van het pacifisme steekt wederom de kop op. Zowel diplomatie als internationaal recht zijn geen oplossingen zolang strijd en het negeren van internationaal recht in het belang van individuele landen is. Het pacifisme poneert dat machten dit of dat moeten doen, maar heeft geen manier waarop het deze machten daar ook toe zou zetten. 

Wat zorgt voor oorlog

De communistische visie op oorlog begint bij een analyse van de belangen en krachtsverhoudingen. In plaats van dat oorlog als losstaand object wordt bekeken, probeert het communistische antwoord de gehele economie en politiek te veranderen. Om dit verder uit te leggen, moeten we daarom de hoofdredenen waarom landen oorlog voeren blootleggen. De kern daarvan ligt bij een belangrijk onderdeel van kapitaal: dat het altijd moet groeien.

In een kapitalistisch systeem moeten bedrijven hun winsten voortdurend herinvesteren om te blijven concurreren. Deze constante drang naar uitbreiding dreef het kapitalisme eind negentiende eeuw naar het vormen van nationale monopolies. Wanneer de thuismarkt vervolgens verzadigd raakt, worden kapitalisten gedwongen hun kapitaal te exporteren naar het buitenland. Ze zoeken daar naar nieuwe markten, goedkope grondstoffen en goedkope arbeid. Via deze kapitaalexport wordt de wereld opgedeeld in imperialistische machtsblokken die voortdurend met elkaar concurreren.

De aarde is echter van beperkte omvang. Wanneer deze blokken de wereld verdelen, lopen ze onvermijdelijk tegen de grenzen van die groei aan. De geopolitiek wordt daardoor een zero-sum game: het verlies van invloed voor het ene blok betekent direct winst voor de concurrent. Een imperialistisch blok dat terrein verliest, riskeert een economische crisis omdat kapitaal niet langer kan uitbreiden.

De staat is daarbij de trouwe bondgenoot van het kapitaal. De belangen van beiden liggen veelal op een lijn. De staat is afhankelijk van kapitaal voor belastinginkomsten, werkgelegenheid en stabiliteit, terwijl het kapitaal de staat nodig heeft om eigendomsrechten en winsten te beschermen. Waar kapitaal de staat echter buiten de eigen landsgrenzen voor nodig heeft, is bij het afdwingen van zijn belangen. Dat gebeurt via diplomatieke druk en economische sancties, maar wanneer dat faalt biedt militaire overmacht uitkomst. Militarisering is daarmee geen mening van politici of een ‘koorts’ waar een stelsel van bezeten kan zijn, maar een uitkomst van de toenemende spanningen op geopolitiek niveau.

Hier gaat ook het statement van RSP de fout in. In plaats van dat het de oorzaak van militarisering neerlegt bij de toenemende geopolitieke spanningen, legt het statement het simpelweg neer bij NAVO-lidmaatschap. Dit is fout. De NAVO-norm is namelijk niet bindend en lange tijd zat Nederland onder de NAVO-norm. Waarom Nederland zich aan de NAVO-norm houdt, is omdat het in het algemeen in het belang is van de Nederlandse burgerij, wiens belangen beïnvloed worden door haar geopolitieke positie.

Het belang van de Nederlandse burgerij bij imperialisme wordt in het statement helaas vaker verbloemd. Het statement wijst voor de oplopende spanningen en de aanwending van de economie voor oorlog niet naar de Nederlandse overheid, maar enkel naar de overheid van de VS. Zie bijvoorbeeld de stelling dat het inherent is aan NAVO-lidmaatschap dat besluiten over oorlog achter gesloten deuren gebeuren. Dit is niet inherent aan NAVO-lidmaatschap, maar inherent aan de kapitalistische staat. Het klopt dat de VS de leider is van het westerse blok, maar hun leiding is niet mechanisch. Andere landen in het blok hebben ook eigen belangen. Vaak komen die overeen met de belangen van de VS, maar niet altijd. Of deze belangen nou wel of niet overeenkomen, zal de beslissing over oorlog altijd bij een kleine kliek in Den Haag liggen.

Oplossing

De oplossing hiervan is niet te vinden in diplomatie of in internationaal recht. De toenemende strijd van landen om gebieden waar zij exclusief winst kunnen maken is er een waar een van de landen het onderspit delft. Uiteraard zal diplomatie die overgave in sommige gevallen vreedzaam kunnen maken, zeker wanneer er duidelijke overmacht van een van de landen is. Dat is echter slechts uitstel van executie. Vrijwillige overgave zal niet altijd in het belang zijn van de heersende klasse, zeker wanneer dat crisis tot gevolg zou hebben.  Dat kunnen de kapitalisten en de staat zich niet veroorloven.

In plaats daarvan pleiten communisten voor een geheel andere politiek: een waar niet winst centraal staat, maar de behoeften van mensen. Om dit te behalen is echter strijd nodig. Een strijd van de arbeidersklasse tegen de klasse die nu de toon zet in de staat en de politiek: de kapitalistische klasse. Met een socialistische omwenteling kan de basis van de economie en politiek veranderen en kan oorlog als de voortzetting van politiek verdwijnen. Dit moet de basis zijn van socialistische vredespolitiek: het socialisme is de basis en pacifisme is utopisch. Niet: pacifisme is de basis en socialisme is een aanvulling. 

De eis die RSP stelt, de volksmilitie, moet als onderdeel van die transitie worden gezien. De volksmilitie is een vervanging van het leger, de politie, de marechaussee en alle andere aparte gewapende organen. Het heeft het doel het uitvoeren van de belangen van de heersende klasse opnieuw een taak van de gehele maatschappij te maken en uiteindelijk het bestaan van een heersende klasse op te heffen. Dat vergt wel de heerschappij van de werkende klasse. Binnen het kapitalisme wordt de volksmilitie echter vooral, ook door het statement van RSP, gezien als vervanging van het leger, niet van andere gewapende organen. Dat is overeenkomstig met het feit dat de kapitalistische klasse nog heerst en de arbeidersklasse niet binnen de samenleving de dienst uitmaakt. Ook de volksmilitie blijft daarom onder het kapitalisme een orgaan onder heerschappij van de kapitalistische klasse die ingezet kan worden voor imperialistische belangen, alhoewel het de verhoudingen tussen de kapitalistische en arbeidersklasse wel op scherp zou zetten. We kunnen de eis daarom onder het kapitalisme slechts functioneel zien. Dat wil zeggen, als een versterking van de positie van de arbeidersklasse die tot het communisme kan leiden en onder het communisme wederom verandert om het afdwingen van de belangen van de arbeidersklasse een taak van de gehele maatschappij te maken.

Een anti-pacifistisch geluid

Het feit is dat deze klassenbewuste vredespolitiek op dit moment niet de boventoon voert in de vredesbeweging. In plaats daarvan is het pacifisme populair. Zelfs radicale organisaties zoals BIJ1 en communistische partijen zoals NCPN ondertekenden het manifest en scharen zich zo achter de utopische benadering van de coalitie. Bij de NCPN is dat mogelijk een verhulling van hun politiek: in een artikel dat laatst op leesmanifest.nl verscheen stellen zij namelijk op negatieve wijze dat sociaal-pacifistische opvattingen in de vredesbeweging dominant zijn.

Om het tij van het pacifisme te keren moeten klassenbewuste, materieel georiënteerde activisten zich sterk uitspreken tegen de utopische visie van de vredesbeweging. De voornaamste vertegenwoordiger hiervan is de RSP, maar er zijn meerdere groepen die deze zienswijze ogenschijnlijk delen, zoals ROOD, VeTO en mogelijk NCPN. Wanneer zij de krachten bundelen en zich op allerlei manieren gezamenlijk uitspreken tegen het pacifisme, kan dat bijdragen aan een opleving van de klassenbewuste vredespolitiek die socialisme als eerste voorwaarde voor vrede stelt. 

De vorming van een socialistisch blok is daarbij een goede eerste stap, maar niet een volledige. Om het pacifisme uit te dagen moeten we niet enkel stellen dat het niet ‘goed genoeg’ is, maar dat het een algeheel onjuist antwoord is op oorlog. Socialisme is dan geen aanvulling meer op pacifisme, maar de basis om vrede te bereiken. Dat zou een ander blok zijn: niet een blok van organisaties die toevallig socialistisch zijn, maar een anti-pacifistisch blok dat socialisme als eerste voorwaarde voor vrede ziet. 

Om die lijn effectief uit te dragen, is het beter dat een anti-pacifistisch blok enkel bestaat uit groepen die het oneens zijn met de pacifistische lijn die onder andere in het manifest uit wordt gedragen. Om deze lijn als blok uit te dragen zouden gezamenlijke flyers, banners en leuzen bijvoorbeeld goed werken, maar een gedeeld antwoord op ‘waar staan jullie als blok voor?’ is al een goed begin. 

Desondanks is het socialistisch blok een belangrijke zet om een klassenbewuste lijn binnen de vredesbeweging te versterken. Alhoewel een anti-pacifistisch blok sterker was geweest, is de beste stap op dit moment om de groepen met een materialistische lijn in het blok te versterken. Zoek daarvoor vlaggen en bordjes van RSP, ROOD of VeTO op. Het socialistische blok verzamelt op 27 september om 12:30 op de Dam in Amsterdam bij het monument.