Een pleidooi voor een nieuwe communistische internationale, nu van ‘partijïsten’, werd internationaal breed verspreid. Filip Spijkerman betreurt dat de auteurs of hun ondersteuners niet aanwezig waren bij een bespreking van het stuk. Ook stelt hij vraagtekens bij het nut van het label ‘partijïsme’, zoals dat recent door twee nieuwe facties in de RSP wordt geclaimd.
Een nieuwe Komintern, maar dan van ‘partijïsten’, is het pleidooi van Edith Fischer uit Australië en Elise van der Doelen uit ons eigen land (‘Terug naar Comintern’, 16 september). Hun stuk hebben ze naar verscheidene marxistische publicaties ingestuurd: naar Paraat in Nederland, Cosmonaut in de VS, Partisan in Australië, en Prometheus en de Weekly Worker (uitgegeven door de CPGB) in Groot-Brittannië.[1] Het was daarom jammer dat de auteurs, of andere kameraden die het pleidooi steunen, niet aanwezig waren bij een online bespreking van hun artikel bij het wekelijkse ‘Online Communist Forum’ van de CPGB.[2]
Mike Macnair betoogde mijns inziens correct dat we niet nóg een internationale naast alle trotskistische en stalinistische etc. internationales moeten oprichten, maar dit keer van ‘partijïsten’. In plaats daarvan moeten we doen wat fundamenteel is aan mijn strategisch begrip van partijïsme: door engagement met en een transformatie van bestaand marxistisch links (nationaal en internationaal) communistische partijen smeden die zichzelf in een internationale kunnen organiseren.
De kameraden hebben de CPGB juist geïdentificeerd als onderdeel van de ‘partijïstische’ tendens: dit woord komt – naar ik begrijp via Cosmonaut – bij hen vandaan![3] Daarnaast heeft het boek Revolutionary strategy van CPGB-prominent Mike Macnair een sleutelrol gespeeld in de internationale verspreiding van het ‘orthodox marxistische’ of ‘partijïstische’ gedachtegoed, zo ook in Nederland. Des te meer reden om met ze het gesprek aan te gaan over internationale betrekkingen tussen communisten die zich tot deze stroming rekenen.
Mij is verteld dat logistieke problemen meespeelden in de afwezigheid van de auteurs, voor kameraden uit Australië ook te verwachten in verband met het tijdsverschil; dit zijn de eerste obstakels om uit de weg te ruimen als je een internationale wil bouwen. Maar als je zo’n brede oproep doet, zou ik toch verwachten dat je wat meer kameraden hebt gevonden die je voorstel steunen en kunnen verdedigen. Kameraden, je wordt uitgenodigd om de zusterlijke relaties die jullie voorstellen te vormen, waarom ben je er niet? Ik vermoed dus dat er meer in het spel is, dat er namelijk politieke verschillen zijn die niet worden uitgesproken.
Ik wil inderdaad vraagtekens plaatsen bij het nut van het label ‘partijïsme’ en of het juist is te spreken van een internationale partijïstische tendens. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld zijn de ‘partijïsten’ van Prometheus en de Marxist Unity Caucus binnen rs21 (een splitsing van de SWP) niet bereid om de discussie aan te gaan met de CPGB. Hier in Nederland is de RSP sinds kort twee (!) nieuwe facties rijker die allebei het ‘partijïsme’ claimen in hun punten van eenheid: Het Plan[4] en de Factie voor een Revolutionaire Strategie (FveRS)[5]. Die laatste heeft als eerste punt van eenheid dat geen betekenisvol engagement met breder Nederlands links mogelijk is, en dat de focus alleen moet liggen op het opbouwen van de RSP.
Wat is dan ‘partijïsme’? Voor sommige kameraden betekent dit woord vermoedelijk niets meer dan het inzien van de noodzaak van een communistische massapartij. En oké, dit onderscheidt ze al van verscheidene delen van links; maar het onderscheidt ze niet op strategisch gebied van het leeuwendeel van radicaallinks. Net als alle andere clubjes zeggen ze dat de focus moet liggen op agitatie, dat wil zeggen, ‘direct naar de klasse’ gaan. Deze strategie wordt al decennia door linkse sektes toegepast, en volstaat niet om de partij te bouwen die we nodig hebben.
Ook in andere opzichten distantiëren deze nieuwe facties zich van het ‘orthodox marxisme’ en ‘partijïsme’. De FveRS besteedt bijvoorbeeld een goed aandeel van hun punten van eenheid aan een pleidooi voor beperkingen op politieke discussies[6]; zulke inperkingen hebben links de afgelopen ruim honderd jaar alleen maar sektarisme en splitsingen gebracht. Het is toch enigszins merkwaardig dat de kameraden de noodzaak voelen aansluiting te zoeken bij het ‘orthodox marxisme’, terwijl ze een van de belangrijkste politieke pijlers daarvan – radicale democratie – niet steunen.
Wat mij betreft staat het kameraden vrij het label ‘partijïsme’ te gebruiken – hoewel deze foeilelijke directe vertaling van partyism niet afgedrukt zou moeten worden. Maar laat ons dan met alle ‘partijïsten’ de strategische vraagstukken bespreken die tot communistische massapartijen en een nieuwe internationale kunnen leiden – ook met de kameraden van de Weekly Worker, naar wie jullie je artikel hebben opgestuurd.
[1] Zie Mike Macnair, ‘Two out of three’ (Weekly Worker, 8 oktober 2026), https://weeklyworker.co.uk/worker/1604/two–out–of–three/ voor links naar de betreffende websites.
[2] Zie ibid. voor een schriftelijke uitwerking van de inleiding van Mike Macnair.
[3] In de context van de VS krijgt het woord denk ik een iets andere lading: namelijk het doel dat de DSA zich tot onafhankelijke politieke partij moet ontwikkelen in plaats van achter de Democraten aan te lopen. Verder wil ik niet beweren dat de CPGB het woord heeft bedacht, maar wel dat het tegenwoordige gebruik van het woord terug te traceren is naar hen.
[5] https://www.revolutionairestrategie.nl/punten–van–eenheid. Overigens zij opgemerkt dat het voor de hand ligt de naam van deze factie te interpreteren als verwijzing naar Mike Macnairs boek.
[6] Dit is niet slechts een abstracte toezegging, maar ook de politieke praktijk van enkele leden van deze factie; zie mijn eerdere schrijven daarover: Filip Spijkerman, ‘Gedrag, grappen, grenzen’ (Communistisch Platform, 6 augustus 2026), https://communisme.nu/artikelen/2026/08/06/gedrag–grappen–grenzen/.



