Afgelopen maart hebben radicaal-linkse organisaties, met of zonder succes, meegedaan aan de gemeenteraadsverkiezingen. Kan een socialistische gemeente bestaan, en zo nee, kan de gemeenteraad een rol spelen in een socialistische omwenteling?
Afgelopen maart waren de gemeenteraadsverkiezingen. De heftige strijd om het pluche in het gemeentehuis werd vergezeld door allerlei filmpjes, propaganda en standpunten. Ook in socialistische kringen maakten partijen als De Vonk, BIJ1 en natuurlijk de RSP allerlei video’s waarin vooral duidelijk werd dat ze heel graag hun stem in de gemeenteraad wilden laten horen. Helaas met weinig electoraal succes: enkel BIJ1 haalde in een aantal steden zetels.
Gedurende de campagne werd binnen linkse kringen heftig gedebatteerd over het nut van de gemeenteraadsverkiezingen. Met al het geld dat naar een campagne gaat is het immers een hele besteding om allerlei flyers, posters en ander materiaal te bestellen en uit te delen, zeker gezien grote geldschieters vaak niet bij linkse partijen te vinden zijn. Om nog niet te spreken over het aantal uren dat in zo’n campagne gaat. Daarom is het belangrijk de voor- en nadelen van deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen goed tegen elkaar af te wegen.
De macht van de gemeente
In Nederland staat de gemeente bekend als de ‘eerste overheid’, de overheid die het dichtst bij de burger staat. Dat valt ook te zien in de bevoegdheden en taken van de gemeente. Wat daaruit rolt, kan de burger vaak in zijn directe omgeving opmerken. Waar bomen komen, of de straat voor je goed schoongehouden wordt en of je op zondag naar de winkel kan, wordt allemaal bepaald door de gemeenteraad.
De gemeente heeft daarnaast allerlei sociale functies en zorgtaken. Zeker sinds 2015, toen veel zaken die eerst bij het landelijk bestuur lagen naar de gemeente toe werden geschoven, is het takenpakket van de gemeente groot geworden. Ze moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat mensen die dat nodig hebben maatschappelijke ondersteuning krijgen, dat de jeugdzorg op orde is en dat mensen ‘met afstand tot de arbeidsmarkt’ weer aan het werk gaan.
Een laatste opvallende taak van de gemeente gaat over het blauw op straat. De gemeente, specifiek de onverkozen burgemeester, zit namelijk de zogenaamde ‘driehoek’ voor. De drie hoeken verwijzen naar de drie diensten die samen beslissen over politie-inzet: de Officier van Justitie namens het Openbaar Ministerie, de lokale korpschef namens de Politie, en de aangewezen burgerouder. Gezamenlijk beslissen zij of jouw protest met de politie te maken krijgt en of jij dan de lange, of de korte lat over je heen krijgt.
De geldkraan
Om dat allemaal te financieren, is er een hoop geld nodig. Dat komt veelal van het rijk in de vorm van het zogenaamde gemeentefonds. Dat geld mag de gemeente inzetten zoals ze wil. Ook krijgt de gemeente geld voor specifieke taken, zoals bijvoorbeeld voor de jeugdzorg of voor de bijstand.
Naast het geld van het rijk heeft de gemeente ook haar eigen inkomsten. Het grootste deel daarvan komt uit de gemeentelijke belastingen. Denk daarbij aan rioolheffing, afvalstoffenheffing, parkeerbelasting en hondenbelasting. Een belangrijke belasting die de gemeente daarnaast heft is de onroerendezaakbelasting (OZB). Die belasting betalen eigenaren van grond of panden over de WOZ-waarde van hun eigendom, een waarde die door de overheid elk jaar berekend wordt zodat de overheid weet hoeveel belasting iemand moet betalen. Ten slotte verdient de gemeente nog een klein zakcentje aan leges, die je betaalt wanneer je een nieuw paspoort of een ander document bestelt.
De socialistische gemeente
Veel van de ‘grote’ taken of belastingen blijven dus bij de landelijke regering liggen. De gemeente kan geen inkomstenbelasting heffen, belangrijke wetten veranderen of alle bedrijven onder collectief beheer brengen. Toch proberen socialistische organisaties via de gemeente van alles te veranderen.
Vaak doen ze dit in de eerste plaats door te zeggen dat de gemeente een organisatie moet oprichten die bepaalde problemen op gaat lossen in plaats van de markt. Het meest voorkomende voorbeeld daarvan is het gemeentelijk woonbedrijf, dat in plaats van de alom bekende woningcorporaties zonder winstoogmerk woningen zou gaan bouwen. Een andere oplossing is dat de gemeente bepaalde dingen voor inwoners financiert. Dit gebeurt vaak bij het openbaar vervoer voor specifieke groepen zoals minima, bijvoorbeeld in Nijmegen of in Amsterdam. Dat zou uitgebreid kunnen worden naar iedereen.
De kosten hiervan worden vaak gedrukt door de OZB of door de toeristenbelasting te verhogen. De gemeente Amsterdam heeft daarin de unieke positie dat ze de toeristenbelasting erg kunnen verhogen zonder dat ze daar veel narigheid door kweken, waar De Vonk in haar conceptbegroting gretig gebruik van maakte. Amsterdam is al jaren een trekpleister voor toeristen en een verhoging van de toeristenbelasting zou misschien voor iets minder toeristen zorgen, maar toch zouden de inkomsten flink stijgen. Met de OZB is dat in de meeste steden net zo. Steden zijn door de samenkomst van mensen al erg aantrekkelijk voor bedrijven en binnen redelijkheid zullen zij daar best meer voor willen betalen. In kleinere gemeenten zijn deze twee inkomsten vaak minder grote vetpotten. Toeristen zien deze gemeenten minder, en het verhogen van de OZB kan ervoor zorgen dat minder nieuwe voorzieningen voor bewoners zich vestigen of zelfs voor faillissementen van bestaande voorzieningen zorgen.
Het hoogste wat voor de gemeente wettelijk mogelijk is, is dus een sociaaldemocratisch-achtige nanny state. De zeggenschap over de productiemiddelen kan de gemeente binnen de huidige wetten lastig naar de werkende mensen verleggen, om over de gemeenteraadsverkiezingen, het verbreden van de democratie en bijvoorbeeld het verkiezen van een burgemeester nog maar te zwijgen. Voor veel gemeenten zou het zelfs de vraag zijn hoe ze aan de nodige liquide middelen komen voor ingrijpende verbeteringen van de omstandigheden van de werkende mensen. Hoe kan een gemeenteraad dan bijdragen aan de opmars van socialisme?
Een traptrede?
Een gemeente met socialisten aan het roer kan een traptrede zijn voor landelijke verkiezingen. Natuurlijk kan de gemeente de levens van werkende mensen aanzienlijk verbeteren, wat voor vertrouwen zorgt, maar via de gemeente kan een socialistische organisatie ook laten zien dat om werkelijk verandering teweeg te brengen er vooral verandering op landelijk niveau nodig is. Ook kan de gemeente de grenzen van de wet opzoeken en deze op proberen te rekken door dingen te doen die ze eigenlijk niet mogen. Dit zal niet altijd goed gaan. Een belangrijk voorbeeld is dat van Finsterwolde, waar de Communistische Partij Nederland lange tijd de dienst uitmaakte. In 1951 besloten zij stakers via de gemeentekas uit te betalen, tot grote woede van het rijk. Die besloot een regeringsfunctionaris aan te stellen, waarmee de gemeenteraad buiten werking werd gesteld. Grote ophef bleef uit. Mensen gingen niet massaal de straat op en de aanstelling heeft al zeker niet voor een revolutie gezorgd. Een gemeentepost moet dus anders benut worden.
Dat betekent ook dat een partij die in een gemeente een meerderheid haalt, wellicht de controle over het burgerlijke orgaan over moet nemen zonder deze van binnenuit te vernietigen, hoogstwaarschijnlijk tot afkeer van vele socialistische lezers. Het besturen van de gemeente kan er namelijk voor zorgen dat je de belangen van de burgerlijke staat boven die van de arbeidersklasse gaat zetten, waarmee de arbeidersklasse vertrouwen kan verliezen in de socialistische partij in kwestie. Om de omstandigheden te verbeteren voor arbeiders en niet onder curatele gesteld te worden door het rijk kan een partij niet altijd de randjes opzoeken zoals in Finsterwolde in 1951. Het continu opblazen van de gemeenteraad zorgt immers ook niet voor vertrouwen en zal ook niet voor een algehele revolutie zorgen. Daarmee neemt het belang van worteling in de arbeidersklasse opnieuw het podium als belangrijkste onderdeel van het werk van communisten. Via worteling kan de communistische partij in dit geval aan de arbeidersklasse duidelijk maken dat socialistische omwenteling nodig is, maar de partij niet via één gemeente een revolutie kan ontketenen. In de tussentijd kan zij werken aan de verbetering van de leefomstandigheden van de werkende mensen in de gemeente.
Om werkelijk verandering teweeg te brengen, zouden meerdere gemeenten tegelijkertijd de staat moeten uitdagen. Daarbij zou er een moment moeten ontstaan waarin de werkende mensen massaal in opstand komen. Die voorwaarden doen zich niet zomaar voor.
Socialisten zonder meerderheid
Een meerderheid in de gemeenteraad komt er niet zomaar. Daarvoor moet een socialistische partij eerst jarenlang sterk werk leveren. Naar alle waarschijnlijkheid zal zij de eerste keer dat zij met de verkiezingen meedoet geen meerderheid halen. Vele partijen zouden zelfs blij moeten zijn met een enkele pietluttige zetel!
Niet getreurd: een enkele zetel kan al een verschil maken. Via de gemeenteraad verkrijgt een partij een berg aan middelen die ze in kan zetten om haar verhaal te versterken. Ten eerste gaat dit natuurlijk om geld: de gemeenteraadsleden krijgen een vergoeding die zij, in elk geval bij de meeste socialistische partijen, voor een groot gedeelte af zullen staan aan de partij waar zij onderdeel van zijn. Ook de commissieleden of andere ondersteunende leden krijgen in veel gemeenten een vergoeding.
Het belangrijkste wat een partij via de gemeenteraad echter krijgt, is een podium. Via de gemeenteraad kan zij de stem van het socialisme uitspreken. Zo kan het socialisme via gepeperde uitspraken meer besproken worden. Worteling in de arbeidersklasse is hierin wederom belangrijk. De controversiële uitspraken die een socialistisch gemeenteraadslid uiteraard zal maken moeten arbeiders met socialisten kunnen bespreken. Met een welbekend socialistisch buurtbewoner of vakbondslid kunnen de uitspraken zo geduid worden en kan de gemeenteraad dienen als agitatie, terwijl de gesprekken met de gewortelde socialist een vorm van propaganda zijn.
Alhoewel dit soort scenario’s zich met een zetel voor zullen doen, is het een heel ander spelletje tijdens verkiezingstijd. Rondom verkiezingstijd krijgen zo goed als alle deelnemende partijen namelijk aandacht van de media. Interessante uitspraken op flyers of posters kunnen dan voor ophef en gesprekken zorgen, terwijl buiten verkiezingstijd deze op de grond of op de muur ongezien zouden blijven.
Zodra het tijd is om te stemmen, komt een laatste voordeel van de verkiezingen naar boven: socialisten weten dan namelijk hoeveel mensen er achter hun partij staan. Ze weten ook bij welke stembureaus ze populairder en minder populair waren. Dat is waardevolle informatie. Hierdoor kan de partij achterhalen welke tactieken wel en niet werken en kan zij haar werk na de verkiezingen focussen op gebieden waar zij populair was, om zo meer mensen te bereiken die vatbaar zijn voor haar verhaal. Alhoewel de revolutie lastig via de gemeente uitgeroepen kan worden, kan een verkiezing zo toch een hoopvolle stemming met zich meebrengen.



