Op 4 en 5 juni vond het FNV congres “De kracht van beweging” over het nieuwe Meerjarenbeleid (MJB) plaats. Met ongeveer 450 deelnemers werd gediscussieerd en gestemd over de koers die FNV de komende jaren gaat inzetten. CP- en RSP-leden Roos Woud en Tobias Brand doen verslag.
Dit artikel verschijnt tevens op de website van het Communistisch Platform, communisme.nu.
Aanloop
De aanloop van dit congres bestond natuurlijk uit een conflictsituatie binnen de FNV, waarin uiteindelijk het ledenparlement is afgeschaft en er een bondsraad voor in de plaats is gekomen, met als doel de ‘sectoralisatie’ van de FNV. Deze ‘sectoralisatie’ komt vooral neer op meer macht naar de werkorganisatie, en het benoemen van een bestuur door de Raad van Toezicht in plaats van het verkiezen daarvan door de leden. Het Communistisch Platform publiceerde eerder dit artikel over deze conflictsituatie. Het bestuur had een twaalf pagina’s tellende resolutie opgesteld, die als handvat voor de FNV moet dienen tot 2030. Op deze resolutie waren 554 amendementen ingediend. Het beloofde dus een volle twee dagen te gaan worden, en dat waren ze ook.
De resolutie
De resolutie van het bestuur werd onderverdeeld in 54 tekstvoorstellen, de amendementen werden behandeld per tekstvoorstel. Dat is een flink aantal voorstellen en amendementen, dus een goede voorbereiding was nodig. Dat gebeurde gelukkig ook binnen de sectoren, maar daarnaast is voorbereiding vanuit de ‘linker flank’ van de vakbond ook noodzakelijk.
Verschillende groepen op semi-georganiseerd links zijn actief in de FNV. Zo zijn er plukjes RSP, IS en NCPN verspreid in de gelederen en sinds een paar jaar is er de groep Vakbondsleden Solidair met Palestina (VSmP). Voor dit congres was het vooral een combinatie van VSmP en FNV Jong en Young & United die tot een georganiseerde inbreng probeerden te komen. Hieruit is een stemadvies gekomen. Daarin lag de focus op acht tekstvoorstellen waarvan gedacht werd dat daar de meeste interventie op nodig was. De focus lag vanwege VSmP en FNV Jong logischerwijs op anti–militarisering en het belang van jongeren voor de bond, hoewel FNV Democratisch, die ook betrokken was, juist de noodzaak van democratisering in de vakbond als halszaak meer naar voren had kunnen brengen.
De vorm van het congres
De voornaamste taak van het congres was het stemmen over de resolutie. We zouden willen zeggen het bediscussiëren van de resolutie, maar we kunnen alvast verklappen: alle tekstvoorstellen van het bestuur werden aangenomen, zij het met wat aanpassingen. Spreektijd moest van tevoren via je sector aangevraagd worden, per tekstvoorstel. De spreektijd behelsde aanvankelijk twee minuten per spreker, maar doordat er uiteraard wat uitloop was omdat de techniek niet meewerkte, werd de inbreng tot één minuut teruggebracht. De uitzondering hierop was het bestuur, die opvallend genoeg geen tijdslimiet had om te spreken tijdens de verdediging.
Stemmingen
De stemming ging per tekstvoorstel. Dit waren de stukken die door het bestuur waren geschreven plus hun aanpassingen naar aanleiding van de ingediende amendementen. Het congres stemde op deze gewijzigde tekstvoorstellen, en wanneer een voorstel verworpen zou worden zouden we stemmen over de amendementen. Indien het tekstvoorstel aangenomen werd, werd er dus niet gestemd en gesproken over de amendementen. Alle tekstvoorstellen zijn aangenomen, maar wel met enige actuele wijzigingen en compromissen vanuit het bestuur. Dan nog werden de meeste voorstellen met ongeveer 90% van de stemmen aangenomen.
Dag 1
Het congres trapte af met een scala aan sprekers met meer of mindere mate van politieke relevantie. Dit was prima, de aanwezigen moesten nog even landen in het imposante ‘van der Valk-schiphol’ en de sprekers waren best interessant (in tegenstelling tot die van dag twee). Er waren sprekers van het Europees Verbond van Vakverenigingen (ETUC) en de International Trade Union Confederation (ITUC) die het belang van internationalisme in de vakbeweging benadrukten, Young & United hield een speech over het belang van sociale zekerheid voor jongeren en trapte de campagne tegen de kabinetsplannen met als slogan Generatie Zonder af, en bestuursleden Lieke Smits en Hans Spekman vertelden ons daarop aansluitend over de aankomende stakingen en acties tegen de afbraak van de sociale zekerheid.
Na de lunch begon het bespreken van de tekstvoorstellen. Ook dit startte langzaam op door technische problemen. De discussie die door middel van de op voorhand aangevraagde spreektijd gevoerd werd, had soms meer weg van een toneelstuk. De onderwerpen waarop afgevaardigden (vanuit Jong, of actief bij VSmP voornamelijk) gecoördineerd inbreng deden, zorgden ook voor de relatief spannendste stemmingen. Deze stemmingen waren bij de grootste onderwerpen bijna 50/50. Een goede indicatie van de georganiseerde voorbereiding en wat voor effect die had: zichtbaar, maar net niet genoeg om stemmingen volledig te winnen.
Voorstellen over het politiseren en scherper formuleren van de tekst omtrent het tegengaan van marktwerking, het hoger belasten van kapitaal en militarisering, werden met stemmingen als 51% voor en 49% tegen aangenomen, wat duidelijk aangaf dat de discussie in de zaal groot was en dat de bestuurslijn niet de gedoodverfde winnaar was.
Daarnaast was een opvallende discussie nog die over de Automatische PrijsCompensatie (APC). Hoewel een APC wenselijk is, is deze vooral wenselijk als de vakbond macht kan blijven uitoefenen over indexatie van deze APC. Dit is ook wat het FNV bestuur zei in hun argumentatie tegen het overnemen van de amendementen omtrent de APC. We willen als FNV een APC, maar dan per sector vastgelegd in CAO’s. Want dan ligt de indexatiemacht ook bij de vakbond ligt en niet volledig bij de overheid, waar die macht dus verloren zou gaan. Op het moment dat de overheid beslist de APC anders te indexeren, kan er vanuit de vakbond veel minder makkelijk opgetreden worden om werknemers te beschermen, en verliezen we als werkende klasse juist macht. Op het moment dat de APC alleen via CAO’s tot stand kan komen, vallen veel werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden er juist weer buiten, wat een argument is tegen deze manier van een APC invoeren. Ondanks dat het bestuursvoorstel (dus APC via de sector en CAO’s) het haalde, lijkt deze discussie nog niet helemaal beslecht binnen de bond.
Dag 2
Aan het eind van de eerste dag hadden we nog geen 20 tekstvoorstellen besproken, wat betekende dat we nog een erg volle dag tegemoet gingen. De verbazing was daarom groot dat we op vrijdagochtend opeens begonnen met een ‘motivational speaker’ die voornamelijk getraind leek in clichés. Hij maakte uitgekauwde grapjes en tot ons aller schrik werden we aangemoedigd om bollen wol naar elkaar te gooien om zo een letterlijk ‘netwerk’ te creëren. Toegegeven: het idee dat dit mensen samen moest brengen, deed het, maar dan niet om de juiste redenen. Zure blikken vingen elkaar en in het wolgewoel werd uitvoerig besproken hoe bizar (en hoogstwaarschijnlijk duur!) deze tijdsinvulling was. Nog opmerkelijker was dat op de donderdag nog zowel bestuursleden als mensen in de zaal hadden gesproken over dit soort ‘belachelijke trainingen die je als teambuilding voor je werk moet doen om te kijken wat voor interne dolfijn je zou zijn’. Een cru staaltje ironie zullen we maar zeggen.
De stemmingen op dag twee verliepen toch een stuk anders dan die op dag één, en de houding van het bestuur leek ook anders. Wellicht heeft het gooien van de bolletjes wol geholpen, maar de tekstvoorstellen waar veel kritiek op was (en waarbij er ook veel insprekers waren) werden actueel aangepast door het bestuur. De cynici onder ons duiden dit als een bestuur dat absoluut een verenigd front wil zijn als vakbond en dus liever geen grote twistpunten wil, en stemmingen die verdeeld zijn (zoals op dag één) brengen dat in gevaar. Het bestuur had dus geen problemen met het inwilligen van wat linksere of activistische standpunten, als we allemaal maar de neuzen dezelfde kant op hebben.
Er werd winst geboekt toen het bestuur besloot de zin ‘internationale druk vraagt om nationale versteviging’ te schrappen uit hun aangepaste voorstel na een grote discussie over deze zin, die volledig meegaat in militaire propaganda. Ook werd in datzelfde voorstel het amendement vanuit het vrouwennetwerk over het waarborgen van online veiligheid overgenomen door het bestuur.
Deze flexibele houding van het bestuur werkte beide kanten op. Zo werd de wens geuit dat, in een liberale en anti-communistische reflex, de vakbond ‘tegen al het extremisme moet zijn, het woord ‘rechts’ weg te halen uit de zin: “Dat doen we op basis van de FNV-grondslag. De FNV zet zich actief in om racisme, discriminatie en (rechts)extremisme zowel intern als extern te bestrijden.” Argumenten dat rechtsextremisme inherent een bedreiging voor de vakbeweging is in tegenstelling tot andersoortig extremisme, en dat ‘extremisme’ juist door rechts gebruikt wordt om te kunnen discrimineren tegen moslims (onder het mom van ‘jihadisme’) en organisaties als Extinction Rebellion (onder het mom van ‘linksextremisme’), vonden niet genoeg gehoor. Het bestuur besloot als compromis er (rechts)extremisme van te maken, waarna het tekstvoorstel vervolgens met 75% aangenomen werd.
Een ander opvallend moment was toen bestuurslid Kransen, voormalig directeur van de Brandweer, de fout in ging door te zeggen dat ‘we net anderhalve dag naar vrouwen op het podium hebben geluisterd, maar dat die meiden (de vrouwelijke bestuursleden die de bestuursbeantwoording tot dan toe deden) het wel goed gedaan hadden.’ Dit resulteerde uiteraard en terecht in boegeroep, en een punt van orde van de gehele sector diensten, die excuses eisten voor denigrerend taalgebruik naar vrouwen. Kransen begon zijn excuses met ‘ik werk hier nog maar zes weken.’ Dat vrouwen respect verdienen was schijnbaar nieuw voor hem.
Lessen voor CP en RSP
Dat wij als CP en RSP duidelijker onze stempel hadden moeten drukken op de voorbereiding van de kritische groep is te zien in de nadruk op bepaalde thema’s. Waar de noodzaak van een democratische vakbond de overhand zou moeten hebben gehad in de discussie en amendementen, had het dat duidelijk niet. De focus van de amendementen lag op anti-militarisering en het betrekken van jongeren binnen de bond. Uiteindelijk werd het tekstvoorstel over vakbondsdemocratie ingestemd met 56% voor en 44% tegen. Hierdoor werden amendementen over een verkozen bestuur niet ter stemming gebracht, en is de structuur zoals opgelegd door het interim-bestuur als zodanig niet veranderd. Het is belangrijk te benoemen dat het bestuur niet geheel onwillig lijkt te staan tegen democratisering. In de resolutie hebben ze opgenomen: “Democratische verkiezingen: De komende periode worden de statuten voor de verkiezingen van het volgende bestuur met de bondsraad besproken. Hierbij is het van belang dat de vakbondsdemocratie tot haar recht komt.”
De deur voor versterking van de vakbondsdemocratie lijkt dus open te staan voor dit bestuur. Het is noodzakelijk nu onze voet tussen deze deur en het kozijn te steken om het bestuur ook te houden aan de democratisering van de FNV, anders waait het lichtste briesje (lees: lobby uit werkgevers/kabinet/PvdA) deze openstaande deur vermoedelijk meteen weer dicht.
Voorzichtig optimisme
Ondanks de winsten die geboekt zijn door een kleine georganiseerde groep en de mooie woorden die gesproken zijn blijft het probleem bestaan wat we al eerder geschetst hebben. Het huidige bestuur lijkt hun best te doen de neuzen binnen de bond een kant op te krijgen door in te zetten op harde acties tegen de kabinetsplannen rondom de afbraak van sociale zekerheid, maar een cynisch vakbondslid zou zomaar eens kunnen denken dat dit naast het hart op de goede vakbondsplek ook een makkelijke manier is om de kritische vleugel af te leiden van de interne problemen en enkel de blik naar buiten te richten. Hoewel Spekman heel sympathiek overkomt en duidelijk hart voor de zaak heeft, kon het ons niet ontgaan dat hij in zijn eindspeech de VVD hekelde om haar afbraakbeleid, dezelfde VVD wier afbraakbeleid de PvdA tijdens Spekmans voorzitterschap nog ruimschoots steunde tijdens Rutte II.
Noodzaak van vakbondswerk
Uiteindelijk mogen we relatief tevreden zijn over dit congres. Er zijn strohalmen gevonden waar het marxistische, of zelfs maar vaaglinkse, vakbondslid zich aan kan vasthouden. De deur naar democratisering wordt gezegd open te staan, concessies rond anti-militarisme zijn gedaan en Young & United kan blijven bestaan. Maar we moeten kritisch blijven. Dat er een groep leden georganiseerd was rondom een aantal thema’s is positief, maar het is nu noodzakelijk om vakbondsdemocratie als thema naar voren te schuiven in deze georganiseerde groep leden. Deze kritische stroming biedt een bodem voor toekomstige interventies in de vakbond, nu moeten we de vakbondsdemocratie gaan redden, zodat deze kritische stroming ook een bond behoudt om actief in te zijn.



