Er klinkt een kanonschot. Hoog op een toren in het midden van de stad Bakoe wuift de componist en sovjetminister, Arsenii Avraamov, met een rode vlag. Vanuit het fabrieksdistrict klinken sirenes op en in het komende half uur transformeert heel de stad in één groot orkest. De kanonnen en machinegeweren van de aangemeerde Kaspische vloot van het rode leger, de motoren en geweren van gevechtsvliegtuigen, de fluiten, sirenes en hoorns van de stad en een koor bestaande uit duizenden arbeiders spelen tezamen Avraamov’s Sirenesymfonie – wellicht het meest grootschalige muzikale project uit de menselijke geschiedenis.
Arsenii Avraamov (1886-1944) was al vanaf jonge leeftijd politiek en muzikaal geëngageerd. Hij mat zichzelf een opruiende rol aan in de revolutie van 1905 en werd daarnaast een criticus van de klassieke harmonie. Vooral het beperkte aantal noten moest het ontgelden. Hij begon met het componeren van microtonale muziek waarvoor nieuwe instrumenten zouden moeten ontstaan. Deze zouden geen 12, maar 48 noten kennen. Zijn 48-notenmuziek noemde hij het wereldtoonsysteem.
De Oktoberrevolutie omarmde hij volledig. Toen het volkscommissariaat van verlichting werd gevormd, schreef hij haar hoogste minister, Anatoli Loenatsjarski, een brief waarin hij verzocht om alle piano’s te verbranden daar deze de burgerlijke — uit 12-tonen bestaande — muziek in stand zouden houden. Loenatsjarski willigde zijn verzoek niet in, maar bood hem wel een ministerpost in het volkscommissariaat aan. Het zou waarschijnlijk de eerste en laatste keer zijn dat zo’n vooruitstrevende muzikant zo’n hoge politieke positie had. Belangrijk voor zijn verdere ontwikkeling was zijn deelname aan Bogdanovs Proletkult, een massaorganisatie van kunstenaars, waarvan Avraamov later bestuurslid werd. Dit alles onbezoldigd, waardoor hij geruime tijd in een futuristisch café onder de bar sliep.
Zijn pleidooi voor microtonale muziek leidde uiteindelijk, samen met zijn vriend Leon Theremin, tot experimenten met elektronische muziek. Die elektronische muziek maakte hij door tekeningen van vormen en golven op film te zetten en af te spelen zoals bij een oude geluidsfilm. Zo zou er een muziek van de toekomst kunnen worden gemaakt waarin zowel door mensen vervaardigde imitatie van bestaande geluiden en nieuwe klanken een rol zouden spelen. Één van zijn doelen was zelfs de wens om de stem van Lenin met deze techniek te reproduceren en zo Lenins dood terug te draaien! Ook maakte hij een plan om het elektronische instrument van Theremin op vliegtuigen te monteren om zo een muzikale luchtmacht op te richten. In de Russische staatsarchieven is zelfs nog een brief aan Lavrenti Beria te vinden waarin Avraamov pleit voor een nieuw microtonaal volkslied op een tekst van Vladimir Majakovski.
Ondanks deze verbijsterende lijst aan bezigheden is de Sirenesymfonie zijn bekendste werk gebleven, ondanks dat (of eigenlijk omdat) het enorme project één keer succesvol is opgevoerd. Van het werk bestaat ook geen opname, enkel beschrijvingen en de partituur.
De sirenesymfonie staat in een traditie van massaspektakels in het vroege Sovjet-Rusland. Naar model van de festivals ten tijde van de Franse Revolutie, werden op de verjaardagen van de Russische Revolutie in iedere stad enorme feesten opgetuigd waarin de avant-garde kortstondig een grote rol heeft kunnen spelen. Zo werden de stadscentra van Petrograd en Vitebsk op een feest volgehangen met honderden kubistische en suprematistische composities. Ook de Sirenesymfonie werd als massaspektakel opgevoerd op het vijfjarige jubileum van de Oktoberrevolutie.
We moeten de Sirenesymfonie ook zien in een langere traditie van avant-gardemuziek. Het gebruiken van industriële geluiden in muziek zien we als eerste terug bij de futurist Luigi Russolo. Hij bouwde instrumenten die kraakten, piepten en brulden als machines. Zo zou het dagelijks leven van de geïndustrialiseerde stad worden weergegeven in de muziek. Avraamov ging nog een stap verder, hij gebruikte juist die dagelijkse geluiden als zijn instrumenten. Zo wist hij zijn kunstwerk als het ware deel te maken van het leven, in plaats van enkel het moderne leven weer te geven. Fabrieksfluiten, wapens en het gezang van de stad vormen de basis voor een compositie.
Maar wat was de reden dat Avraamov zo’n enorm collectief project opzette? Dit is in de wetenschappelijke literatuur weinig onderzocht. Het is naar mijn mening waarschijnlijk dat Avraamov als bestuurder van de Proletkult inspiratie vond in de kunsttheorie van Alexandr Bogdanov. Voor Bogdanov was kunst een wijze om mensen sociaal te organiseren. Hij zag voor zich hoe door een kunst waarin collectieve waardes op de voorgrond worden gezet het denken van mensen ook collectiever zou worden. De symfonie van Avraamov benadrukt natuurlijk die collectiviteit. Heel de stad voert het stuk gezamenlijk op en luistert gezamenlijk naar één stuk muziek. Een kleine groep begaafde opvoerders wordt vervangen door heel de bevolking.
Hierdoor wordt de tegenstelling tussen opvoerders en luisteraars opgeheven waardoor het werk balanceert op het randje tussen kunst en het dagelijks leven, een randje die de avant-garde in Rusland maar al te graag opzocht.
In de begeleidende tekst voor de symfonie schrijft Avraamov hoe de associatie met de fabrieksfluiten en -sirenes wordt omgedraaid. Waar het voorheen een symbool was voor de vervreemding en onvrijheid van de arbeider worden ze hier juist een middel van de arbeidersklasse om haar eenheid uit te drukken. In heel de stad klinken ze gezamenlijk naar één plan. Dit idee illustreert Avraamov aan de hand van het gedicht De fluiten van Alexei Gastev:
Wanneer de ochtendsirenes klinken
In de arbeiderswijken
Dan is dat niet langer de roep van slaven
– Het is het lied van de toekomst
De keuze voor dit gedicht is niet willekeurig. De fluiten was hét voorbeeld van een socialistisch gedicht dat Bogdanov gebruikte in zijn artikel Wat is proletarische poëzie? Bogdanov schreef:
Dit is lyrische poëzie, maar niet die van de individuele ‘ik’. Voor de arbeider als een geïsoleerd individu zijn de fluiten natuurlijk een roep van gedwongen arbeid, soms zijn ze zelfs een middel om mee te martelen. Maar voor een steeds groeiende gemeenschap is dat niet langer het geval. Het “subject” van deze poëzie — haar werkelijke schepper die zich uitdrukt via de dichter — is niet hetzelfde als voorheen en wordt niet in het leven gevonden. Het subject is de kameraadschappelijkheid zelf.
De betekenis van de fabrieksfluiten, maar ook die van wapens, wordt in de symfonie als het ware verbogen; uit bestaand materiaal wordt een nieuwe betekenis gemaakt. Deze techniek zien we ook terug in de dadaïstische collage en het situationistische détournement. Bij die laatste twee neemt het de rol aan van een verzetsmiddel, in de Sirenesymfonie weet Avraamov het te gebruiken als een viering van overwinning en een organisatiemiddel. Het startschot van de Sirenesymfonie – afgevuurd vanaf een oorlogskruiser – wordt het begin van een nieuw tijdperk.



