Marxist, filosoof, revolutionair, martelaar… Rosa Luxemburg was vele dingen, maar de vaak door liberalen toegekende labels als feminist, pacifist of anti-autoritair, kloppen maar half of zijn volledig verzonnen. Waar komen deze labels vandaan, waarom kloppen ze niet en wie (of wat) was Rosa Luxemburg dan wel?
Op een koude januarinacht in Berlijn in het revolutionaire jaar 1919 blies Rosa Luxemburg, geboren als Rozalia Luksenburg, haar laatste adem uit. Als leider van de gefaalde Spartacus-opstanden werd ze verraden door haar kameraden, verketterd door haar oud-partijgenoten en uiteindelijk doodgeslagen door het Freikorps. Zo stierf Rosa Luxemburg en werd een symbool geboren.
Meer dan een eeuw later probeer ik tijdens mijn vakantie in dezelfde stad aan de snikhete zomer te ontsnappen door het Deutsches Historisches Museum binnen te gaan. Naast de exposities over Marx, Wagner en Merkel kom ik in de tijdelijke expositie over staatsburgerschap onverwacht een bekend gezicht tegen: aan de hand van de levensloop van Rosa Luxemburg wordt het verhaal van stemrecht, staatsburgerschap en politieke emancipatie in Duitsland aan het begin van de twintigste eeuw verteld. Er is zelfs een choose-your-own-adventure spel waarbij museumbezoekers in de schoenen van Luxemburg verschillende keuzes maken, met als doel om uiteindelijk stemrecht te krijgen. Je kunt als speler verschillende keuzes maken die de uitkomst van het spel en dus het lot van Luxemburg bepalen: wel of niet Polen verlaten, trouwen met je geliefde of een schijnhuwelijk met een Duitser om zo staatsburgerschap te bemachtigen, enzovoorts. Aan het einde, nadat ik alle historisch correcte keuzes heb genomen, vertelt het museum mij doodleuk: ‘Rosa Luxemburg stierf enkele dagen voordat vrouwen algemeen kiesrecht kregen in Duitsland’.
Hoe en waarom ze stierf, hoe haar dood samenhangt met het verkrijgen van dat algemeen kiesrecht of waar ze zich überhaupt voor inzette tijdens haar leven, werd niet vermeld. Ik vond het een bizarre vertoning en enigszins beduusd verliet ik de expositie.
Het is echter niet de enige plek, in Berlijn of elders, die gebruikmaakt van haar nalatenschap voor iets waar ze het waarschijnlijk niet mee eens zou zijn. Door de jaren heen heb ik haar omschreven zien worden als antiautoritair, feminist, democratisch socialist, vredesactivist, pacifist en zelfs als anarchist. Waarom is deze door de staat vermoorde marxist, deze opstandeling, een zo vaak gebruikt èn misbruikt symbool?
Romantiek van een martelaar
De vraag waarom juist Luxemburg zo’n symbool is geworden, in tegenstelling tot Bebel, Kautsky of andere kopstukken van de Duitse socialistische beweging, is makkelijk te beantwoorden. Ten eerste is er de inherente romantiek van de martelaar: zij die vermoord worden voor hun idealen en daardoor deze idealen nooit in de praktijk kunnen brengen, zijn van alle smetten vrij, in tegenstelling tot zij die de revolutie overleven en daarna moeilijke keuzes moeten maken. Denk bijvoorbeeld aan Che Guevara, die zelfs voor liberalen een acceptabel symbool blijft, terwijl zijn kameraad Fidel Castro als dictator wordt verketterd. Het feit dat Guevara, als hij de Boliviaanse vrijheidsstrijd had overleefd, waarschijnlijk net zo’n ‘dictator’ zou zijn geworden als Castro, wordt voor het gemak even vergeten. Hetzelfde geldt voor Luxemburg, die strategische kritiek uitte op Lenin, maar het niet fundamenteel oneens was over de noodzaak van het gebruiken van revolutionair geweld. Het grootste verschil is dat Luxemburg helaas nooit de kans heeft gekregen deze ideeën in de praktijk te brengen.
Wat ook bijdraagt aan haar glansrijke reputatie, is dat Luxemburg een bevlogen schrijfster was die een groot deel van haar gevoelens, gedachten en ideologie op papier zette. Dit deed ze niet alleen in boeken, pamfletten en scholingen voor de partijschool, maar ook in brieven aan kameraden en geliefden. Er zijn verschillende bundelingen van deze brieven te koop, die voornamelijk bestaan uit liefdesbrieven in plaats van politieke correspondenties. In deze bundelingen wordt een romantisch maar incorrect beeld geschetst van Luxemburg als een gevoelige, vrijheidslievende vrouw (die al dan niet smachtte naar een burgerlijk huwelijk). Überhaupt lijkt er een obsessie te zijn met haar persoonlijke leven, in plaats van haar politieke werk. Er lijken in boekhandels meer werken OVER Luxemburg en haar leven verkocht te worden, dan boeken DOOR Luxemburg. Hoe indrukwekkend ze als persoon ook was, door zich blind te staren op haar brieven en persoonlijke relaties negeert men opnieuw wat ze daadwerkelijk te zeggen heeft, een lot dat door de meeste vrouwen in de geschiedenis gedeeld wordt. Erger nog is dat er een disproportionele focus wordt gelegd op haar liefdesleven en relaties met mannen. Niet alleen worden de echte woorden en daden van Luxemburg weggemoffeld, zelfs in boeken die over haar levensloop horen te gaan, staan mannen in de spotlight.
Geen feminist
Luxemburg was politiek actief in een tijd waarin de politieke en sociale rechten van vrouwen nog in de kinderschoenen stonden. Maar zoals Sterre Wichelaar ooit schreef in een artikel over popzangeres Roxy Dekker: ‘niet alles wat een vrouw doet is feminisme’. Ze hield zich bewust afzijdig van de sociaaldemocratische vrouwenbeweging, die zich vooral bezighield met praktische sociale en economische eisen zoals het verkorten van de werkdag en kinderopvang. Het niveau van politieke ontwikkeling in de vrouwenbeweging was laag, er werd nauwelijks aandacht geschonken aan theorie of scholing. Vrouwen hadden geen stemrecht en hadden dus geen invloed op het parlementair-politieke proces, maar ook in de politieke lijn van de partij hadden ze geen inspraak.
Luxemburg noemde zichzefl expliciet geen feminist, omdat ze zich niet wilde binden aan de burgerlijke, liberale feministen, en hield zich afzijdig van het dagelijkse werk in de vrouwenbeweging om op ‘algemene’ politieke theorie te focussen. Echter betekent dit niet dat ze helemaal niks te maken had met vrouwenemancipatie. Zo spreekt ze zich in het pamflet Kiesrecht voor vrouwen en klassenstrijd duidelijk uit voor de politieke emancipatie van vrouwen. Hierbij legde ze de nadruk op de emancipatie van werkende vrouwen, die door hun arbeid bijdragen aan de economie en daarmee de maatschappij als geheel. Burgerlijke vrouwen, die op dat moment de voorhoede vormden in de strijd voor het vrouwenkiesrecht, werden weggezet als parasieten, die net zoals hun mannen financieel afhankelijk zijn van de uitbuiting van arbeiders. In het pamflet Die Proletarierin (de vrouwelijke proletarier) vat ze haar visie op de positie van vrouwen in de maatschappij samen: ‘Voor de bezittende vrouw uit de middenklasse is haar huis de wereld. Voor de proletariër is de hele wereld haar huis.’
Zeggen dat Luxemburg een feminist was, is echter nog steeds niet juist. We kunnen op basis van haar theorie en politiek activisme logischerwijs aannemen dat ze niet tegen vrouwenemancipatie was, maar haar feminist noemen alleen maar omdat ze een uitgesproken vrouw is in een door mannen gedomineerd terrein is erg reductionistisch. Het is alsof je ervan uitgaat dat elke politicus van kleur een antiracistische burgerrechtenactivist is, simpelweg op basis van hun identiteit in plaats van hun daadwerkelijke meningen.
Pacifisme en antimilitarisme
In de opmars naar de Eerste Wereldoorlog, toen alle grote machten in Europa met zich luid wapengekletter voorbereidden op de onvermijdelijke confrontatie, de oorlog die alle oorlogen zou beëindigen, ageerde Luxemburg tegen dit militarisme. Het in 1913 uitgegeven boek De accumulatie van kapitaal beschrijft hoe kapitalisme onvermijdelijk leidt tot imperialisme, wat onvermijdelijk leidt tot vernietigende oorlogen wanneer heel de wereld opgedeeld is door koloniale grootmachten en er niks meer te veroveren valt. Ze werd verschillende keren opgepakt wegens antimilitaristische speeches en activisme, waardoor ze een groot deel van de Eerste Wereldoorlog in de gevangenis doorbracht.
Maar verzet tegen nutteloos bloedvergieten dat alleen maar dient om de zakken van kapitalisten te vullen staat niet gelijk aan pacifisme. Want hoewel Luxemburg graag had gewild dat een geweldloze revolutie mogelijk was, was ze (net zoals andere revolutionairen) van bewust dat de bezittende klasse zich niet zomaar gewonnen geeft, en uit alle macht terug zal vechten wanneer het proletariaat probeert de macht over te nemen. In De crisis der sociaaldemocratie schrijft Luxemburg uitgebreid over de gruwelijkheden waar de bourgeoisie toe in staat is om eventuele opstanden te onderdrukken en hun bezit veilig te stellen: ‘Geschonden, onteerd, wadend in bloed, druipend van vuil: zo staat de burgerlijke maatschappij voor ons, zo is zij!’
Luxemburg had een voorliefde voor dieren en de natuur, wat bijdraagt aan haar zachtaardige reputatie. Vanuit vrouwengevangenis Breslau, waar ze meer dan twee jaar zonder proces opgesloten zit, schrijft ze uitgebreid over de planten, bloemen en vogels die haar tijdens haar gevangenschap gezelschap houden. Het voorval waarin Luxemburg moet huilen omdat een paar waterbuffels het niet voor elkaar krijgen een te zwaar beladen wagen over de dorpel van de gevangenis te trekken, en vervolgens tot bloedens toe geslagen worden, wordt in zo’n beetje al haar biografieën herhaald. Echter is ze verre van de enige revolutionair met een voorliefde voor dieren. Lenin was bijvoorbeeld een grote kattenvriend, maar ik heb nooit iemand horen stellen dat hij een pacifistisch of vredelievend karakter had.
Het hebben van medelijden met waterbuffels, de onderdrukten der aarde en andere geslagen beesten heeft zelden iemand belet om geweld in dienst van hun ideologie goed te praten. Sterker nog, ik denk dat het soort mens dat medelijden heeft met de onderdrukten juist sneller bereid is de revolutie te ondersteunen.
Waarom men pacifisme en andere ‘zachtaardige’ gedachten toeschrijft aan Luxemburg, en niet aan Marx, Lenin of Liebknecht, heeft een simpele reden. Men gaat ervan uit dat vrouwen inherent meer empathie hebben dan mannen, vredelievender, zachtaardiger en niet (of minder) in staat zijn tot geweld in woord of daad. Rosa Luxemburg is een vrouw, dus zal ze vast wel tegen revolutionair geweld zijn (geweld is namelijk een mannending).
Opnieuw wordt haar werkelijke politiek en ideologie aan de kant geschoven ten dienste van een fictieve liberale versie van haar denkbeelden, ditmaal met een forse schep seksistische betutteling er bovenop.
Wat we kunnen leren
Luxemburg was zonder meer een vrouw van scherp intellect en ijzeren wil. Logisch dus dat ze een bekend figuur is, logisch dat iedereen zich haar moed en daadkracht toe wil eigenen. Maar het vertekende beeld dat hierdoor van Luxemburg geschetst wordt, doet afbreuk aan haar kracht. Om het leven van Luxemburg te eren moet men haar niet slechts behandelen als een tragisch figuur, een soort linkse Jezus of Joan d’Arc, een zachtaardige martelares die te goed was voor deze harde wereld. Men eert haar door haar strijd voort te zetten, en dan niet het tandeloze ideaal dat liberalen haar in de mond hebben gelegd. Geen pacifisme, maar een militant antimilitarisme. Geen liberaal feminisme, maar strijd tegen alle vormen van uitbuiting en de bevrijding van de hele mensheid. Geen anti-autoritarisme maar een openlijke kritiek van de burgerlijke staat en haar onderdrukking.
Rosa Luxemburg stierf voor een ideaal dat ze nooit verwezenlijkt zou zien worden. In haar laatste pamflet Orde heerst in Berlijn, dat slechts enkele uren voor haar dood geschreven werd, stelt ze dat het falen van de Spartacus-revolutie slechts een klein onderdeel van een lange geschiedenis van verloren opstanden was, maar dat dit verlies als voedingsbodem zal dienen voor de komende strijd en uiteindelijke overwinning. Laten we haar strijd voortzetten, en haar woorden en daden laten weerklinken.
‘Orde heerst in Berlijn… Dwazen! Jullie orde is op zand gebouwd. De revolutie zal zich morgen weer verheffen, en onder luid trompetgeschal verkondigen: Ik was, ik ben, ik zal zijn!’