Marxisme en AI: Tegen reactie, activisme en moralisme

Meike Essenstam

Vertaling Luuk Noverraz

Antonio Garcia biedt een marxistisch perspectief en programmatisch antwoord op AI. Oorspronkelijk verschenen op 28 maart 2026 in Partisan magazine.

Kunstmatige intelligentie (AI) is de afgelopen jaren een onontkoombaar vraagstuk geworden. Al sinds de eerste surrealistische AI-gegenereerde beelden online verschenen, zijn de technologie en haar onbehagen niet meer te missen. Dit is al helemaal waar binnen linkse en socialistische kringen. Elke dag gaan duizenden linkse mensen online tekeer tegen ‘AI slop’, tegen de ‘enshittificatie’ van sociale media en tegen de baanvernietigende vermogens van de technologie. Dit zijn allemaal geldige kritiekpunten. Het is ongetwijfeld waar dat de grote meerderheid van content geproduceerd door AI op zijn best alledaagse ‘slop’ is en in het slechtste geval actief wordt gebruikt om desinformatie te verspreiden. Het is waar dat de technologie het maken van content enorm vereenvoudigd heeft ten koste van persoonlijke invoer en creativiteit. Het is waar dat bepaalde banen in toenemende mate overbodig worden naarmate artificiële intelligentie zich ontwikkelt van een foefje naar een integraal element van het globale kapitalisme.

Dat gezegd hebbende lopen veel van de kritieken en praktische doelen voorgesteld door linkse mensen om de kwestie van artificiële intelligentie ‘op te lossen’ regelrecht in tegen het marxisme. Het marxisme is bovenal een materialistische wetenschap; het is geïnteresseerd in de materiële werkelijkheid, materiële antwoorden op de werkelijkheid en het begrijpen van historische ontwikkeling- beter bekend als het historisch materialisme. Het linkse antwoord op AI is daarentegen beslist reactionair, activistisch en idealistisch van aard. Aan de ene kant pogen legioenen aan linkse internetgebruikers door middel van ‘name and shame’ tactieken AI uit de sociale sfeer te verdrijven, waarbij preken, heksenjachten en campagnes worden gebruikt om individuen en bedrijven te overtuigen niet AI in te zetten. Aan de andere kant is er een beweging, wederom bijna volledig online, die streeft om de technologie ronduit af te schaffen. Deze ‘campagnes’ worden vanuit uiteenlopende motieven gevoerd: morele bezwaren tegen het verlies van ‘de geest van de kunst’, solidariteit met mensen wiens banen risico lopen vervangen te worden, ecologische zorgen en de verdediging van eigendom die door AI wordt gedevalueerd. Echter laten deze linkse mensen hierbij de wetenschappelijke lens die het marxisme biedt vallen, en daarmee ook ieder vermogen om de ontwikkeling van de samenleving te begrijpen en te beïnvloeden.

Het is dus duidelijk dat het linkse gezonde verstand dat momenteel de discussie rondom AI leidt niet voldoende is voor een nuchtere marxistische analyse van het vraagstuk. In dit artikel zal ik een beknopte weergave geven van marxistische reacties op verschillende facetten van het AI-debat. Vervolgens zal ik, met een juist geformuleerd denkkader, het debat overhandigen aan jullie, de lezers van Partisan!, om verder de kwesties van technologie en marxistische strategie te discussiëren. Zo een belangrijk, maar toch nog in opkomst komend, onderdeel van het globale kapitalisme confronteren zal een heldere geest en een ferme organisatorische eenheid vereisen. Zodoende zal ik een kader uiteenzetten voor een marxistische benadering tegenover AI, maar zal de oplossing van het vraagstuk een bredere consensus vereisen.

Marxisme: tegen reactie, activisme en moralisme

Onze voornaamste zorg met AI is hoe het debat erover zich verhoudt tot marxistische theorie. Om een programmatisch antwoord op de kwestie op te bouwen moeten we het eerst kunnen begrijpen binnen de context van het marxisme. Met het oog op structuur zal ik ons literatuuronderzoek richten op linkse reacties op AI. Vanuit dit links-liberale brandpunt kunnen we de gebreken van de moderne ‘beweging’ blootleggen, bekritiseren en vervolgens bijsturen.

De reactionaire beweringen

Het eerste onderwerp van onze studie zal de eis zijn van modern links om artificiële intelligentie volledig af te wijzen. Voor de duidelijkheid: dit onderdeel zal zich richten op AI op een maatschappelijk niveau, niet de afwijzing van AI op individuele of gemeenschapsbasis. Van alle beweringen die door modern links naar voren worden gebracht, is de oproep tot een volledige afwijzing van AI wellicht wel de meest reactionaire, en tevens de meest hopeloze. Echter zit in dit zwakke dogma een kern van waarheid verstopt die voor ons bruikbaar kan zijn. Om deze kern te begrijpen moeten we de basis van de toorn van linkse mensen jegens AI begrijpen. Op het maatschappelijke niveau blijkt dit een kwestie van werkzekerheid te zijn. Artificiële intelligentie concurreert mensen weg op uiteenlopende terreinen: databeheer, kunst, klantenservice, etc., en moet daarom worden afgewezen om deze banen te behouden. Helaas moeten ook deze kritieken worden onderverdeeld. Enerzijds hebben we de oprechte bezorgdheid van werkers die vrezen voor het verlies van hun baan, terwijl we anderzijds aanzienlijke tegenstand zien vanuit de kleinburgerij, die onder hetzelfde voorwendsel haar angst maskeert om te worden geproletariseerd.

Wat was Marx’ benadering van zulke angsten? Gelukkig was hij hier glashelder over. Ik citeer uit Het Kapitaal:

‘Als machine wordt het arbeidsmiddel onmiddellijk de concurrent van de arbeider zelf. De meerwaardevorming van het kapitaal door middel van de machine is evenredig met het aantal arbeiders, waarvan zij de bestaansvoorwaarden vernietigt. Het gehele systeem van de kapitalistische productie is gebaseerd op de verkoop door de arbeider van zijn arbeidskracht als waar. De arbeidsverdeling maakt van deze arbeidskracht een eenzijdige, gespecialiseerde vaardigheid om een deelwerktuig te hanteren. Zodra het hanteren van het werktuig door de machine wordt gedaan, verdwijnt met de gebruikswaarde ook de ruilwaarde van de arbeidskracht. De arbeider wordt onverkoopbaar, evenals papiergeld dat geen betaalmiddel meer is. Het deel van de arbeidersklasse, dat door de machinerie is veranderd in een overbodige, dat wil zeggen niet langer voor de meerwaardevorming van het kapitaal direct noodzakelijke bevolking, gaat voor een deel ten onder in de ongelijke strijd van het oude handwerk en van de manufactuur tegen het machinale bedrijf, overstroomt voor de rest alle gemakkelijk toegankelijke industrietakken, overvoert de arbeidsmarkt en doet derhalve de prijs van de arbeidskracht dalen beneden haar waarde. De vlakten van Indië liggen bezaaid met de beenderen der katoenwevers.’

[…]

‘De machine ligt echter niet alleen maar als een overmachtige concurrent steeds op de loer om de loonarbeiders ‘overtollig’ te maken. Het kapitaal proclameert op luide toon de machine tot een de arbeiders vijandige kracht en manipuleert haar als zodanig. De machine wordt het machtigste oorlogswapen voor het neerslaan van de periodieke arbeidersopstanden, stakingen, enzovoort, tegen de autocratie van het kapitaal. Volgens Gaskell was de stoommachine van het begin af een tegenstander van de ‘menselijke kracht’, die de kapitalisten in staat stelde de steeds hogere eisen van de arbeiders, waardoor het beginnende fabriekssysteem met een crisis werd bedreigd, te onderdrukken.’

[…]

‘Ofschoon de machinerie in de arbeidstakken, waar zij wordt ingevoerd, onvermijdelijk arbeiders verdringt, kan zij evenwel in andere arbeidstakken leiden tot een verruiming van arbeidsgelegenheid. Deze uitwerking heeft echter niets te maken met de zogenaamde compensatietheorie. Uit het feit dat ieder machinaal product, bijvoorbeeld een el machinaal geweven stof, goedkoper is dan het daardoor verdrongen, gelijksoortige handwerk, volgt als absolute wet: blijft de totale hoeveelheid van het machinaal vervaardigde artikel gelijk aan de totale hoeveelheid van het daardoor vervangen manufactuur- of ambachtsproduct, dan neemt de totale hoeveelheid gebruikte arbeid af. De vergroting van de hoeveelheid arbeid, noodzakelijk voor de productie van de arbeidsmiddelen zelf (machines, kolen, enzovoort), moet kleiner zijn dan de door het gebruik der machinerie veroorzaakte vermindering van de hoeveelheid arbeid. Het machinale product zou anders even duur of duurder zijn dan het met de hand vervaardigde product. De totale hoeveelheid van het door een geringer aantal arbeiders machinaal vervaardigd product blijft echter niet gelijk aan, maar neemt in feite toe tot ver boven de totale hoeveelheid van het verdrongen handwerkproduct. Stel dat 400.000 el machinaal geweven stof door minder arbeiders wordt geproduceerd dan 100.000 el met de hand geweven stof. In het viervoudige product zit vier maal zoveel aan grondstoffen. De productie van de grondstoffen moet dus worden verviervoudigd. Voor de verbruikte arbeidsmiddelen als gebouwen, kolen, machines, enzovoort, ligt dit anders; de omvang, waarmee de voor hun productie vereiste additionele arbeid kan toenemen, varieert met het verschil tussen de hoeveelheid machinaal product en de hoeveelheid met de hand vervaardigd product, dat door hetzelfde aantal arbeiders kan worden vervaardigd.’[1]

Wat betekent dit? Samengevat: de invoering van nieuwe technologieën schept concurrentie tussen mens en machine, een concurrentie die vrijwel altijd in het voordeel van de machine uitvalt. Machines maken, dankzij hun superieure productiecapaciteit, hele sectoren overbodig doordat ze minder arbeidskracht vergen om ze te bedienen en daardoor lagere kosten met zich meebrengen.[2] Hierdoor kunnen machines bovendien als stakingsbrekers dienen, zowel door de kosten van arbeidskracht te verlagen, en daarmee de eisen van de werkers te verlagen, als door als meedogenloze onderkruipers op te treden wanneer werkers het werk neerleggen. Toch bewerkstelligen machines, ondanks de schijnbare neiging om de hoeveelheid arbeidskracht in de economie te verminderen, precies het tegendeel. Hoewel ze in hun eigen domein banen vernietigen, drijven de verhoogde productiviteit die ze veroorzaken en de vraag naar de machines zelf werkers en kapitaal naar de markten die daaraan toeleveren.

We bevinden ons daarmee in een ongemakkelijke positie. Of we Marx nu gebruiken of niet, het is evident dat AI werkers verdringt in de sectoren die zij binnendringt. Evenmin hebben we Marx’ historische voorbeelden nodig om te begrijpen hoe AI kan worden ingezet om stakingen te breken. Toch vinden we bij Marx geen veroordeling van machines, maar juist het tegendeel. Hij stelde immers:

‘Het heeft tijd en ervaring gekost voordat de arbeiders leerden onderscheid te maken tussen de machine en het gebruik dat het kapitaal ervan maakt, en hun aanvallen niet op de materiële productiemiddelen richtten, maar op de wijze waarop deze worden aangewend.’

Anders gezegd, hij betoogde dat het besef dat het kapitalisme, en niet de machine, de werker van zijn arbeid vervreemdt en zijn zwoegen uitbuit, een volwassenwording van de arbeidersbeweging vertegenwoordigt. Bovendien begreep Marx dat het banenverlies door machines wordt overtroffen door de groei aan banen in aanverwante sectoren. Zo erkende Marx weliswaar dat machines de uitbuiting van werkers in bepaalde sectoren verscherpten, maar hij stelde eveneens vast dat ze verbeterde omstandigheden brachten voor werkers in aangrenzende sectoren, en dat het richten van aanvallen op het kapitalisme, in plaats van op machines, een vooruitgang van het klassenbewustzijn van de werkers betekende.

De omstandigheden die Marx schetste, bestaan vandaag de dag. Op diensten en financiën gerichte economieën ervaren baanverlies doordat AI de arbeidskracht van miljoenen mensen waardeloos maakt. In Australië melden vakbonden dat een derde van de banen risico loopt door AI te worden uitgeschakeld.[3] Gegevens van de Federal Reserve van de Verenigde Staten suggereren dat de adoptie van AI de werkloosheid zal doen stijgen, een probleem dat wordt verergerd door de reeds bestaande werkloosheidsepidemie in Amerika.[4] De situatie in het Verenigd Koninkrijk is zo ernstig dat zelfs de gouverneur van de Bank of England alarm heeft geslagen over het verdringen van werkers door AI.[5]

Tegelijkertijd maken economieën die draaien op de productie van AI-hardware een explosieve groei door. De regering van Taiwan heeft verscheidene initiatieven gelanceerd om de productie van AI-systemen naar het eigen land te halen en beoogt daarbij 500.000 banen te creëren.[6] AI heeft de arbeidsmarkt van China onder druk gezet, niet omdat er massaal werkers worden ontslagen, maar omdat er in de AI-sector drie banen zijn voor elke gekwalificeerde werknemer.[7] Maleisië toont deze tweedeling wellicht het duidelijkst aan: een recente studie van het ministerie van Personeelszaken wees uit dat 620.000 banen waarschijnlijk verloren zullen gaan aan AI, maar voorspelde tegelijkertijd dat 70% van de opkomende functies AI-gerelateerd zal zijn.[8] Op dezelfde manier voorspelt een Zuid-Koreaanse studie dat 27% van de banen problemen zal ondervinden door AI, terwijl 24% een hogere productiviteit en loongroei zal ervaren.[9]

We zien dus dat Marx’ theorieën over machines kloppen. AI concurreert inderdaad werkers weg op verscheidene terreinen, maar komt tegelijkertijd werkers op andere terreinen ten goede. In op diensten en financiën gerichte economieën is deze ontwikkeling uitgesproken negatief geweest, terwijl economieën die op industrieel kapitaal steunen het tegenovergestelde hebben gezien. Bovendien ondervinden economieën die tussen deze kapitaalvormen verdeeld zijn, zoals Maleisië en Zuid-Korea, de volle laag van zowel de zegeningen als de lasten van de machine. We komen daarom tot de volgende conclusie: het kapitalisme, niet de technologie die het inzet, moet het doelwit van onze kritiek zijn. Als marxisten een anti-AI-standpunt innemen, riskeren we de werkers te vervreemden van sectoren en economieën die momenteel groei doormaken dankzij AI; al lopen we door een pro-AI-standpunt in te nemen het omgekeerde risico. De juiste benadering bestaat er daarom in het kapitalisme zelf te bestrijden, de ontwikkelingen van AI te gebruiken om haar meedogenloosheid te tonen tegenover degenen die ze niet langer nuttig acht, alsook om te laten zien hoe deze technologieën toegeëigend kunnen worden in dienst van de historische taak van het proletariaat.

Om dit laatste punt te begrijpen, moeten we ook nagaan hoe machines de productie vereenvoudigen. Dit is zonder meer van toepassing op AI- het is ongetwijfeld eenvoudiger een AI de opdracht te geven een lied te maken dan er zelf een te componeren. Marxisten hebben uitvoerig uiteengezet hoe de vereenvoudiging van de productie een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van het kapitalisme, de opbouw van het socialisme en de overgang van socialisme naar communisme.

Lenin herkende dat het kapitalisme geneigd is zowel de productie als het bestuur te vereenvoudigen, wat van doorslaggevend belang zal zijn om het proletariaat in staat te stellen de economie en de staat te beheren.[10] Hij wees er ook op dat dit cruciaal is voor de opbouw van het communisme.[11] Pas wanneer de productie zo vereenvoudigd is dat iedereen alles kan produceren, kan de arbeidsdeling eindelijk wegkwijnen. Pas wanneer de arbeidsdeling verdwijnt, kunnen de schaarste en een staat die onder dat voorwendsel producten verdeelt, verdwijnen. Daarom, zo betoogde hij, is de vereenvoudiging van de productie niet alleen een element dat de werkers in staat stelt de economie en de staat beter te beheren, maar ook een element dat van doorslaggevend belang zal zijn in de overgang van socialisme naar communisme. Deze conclusie met betrekking tot de overgang naar het communisme was weliswaar oorspronkelijk al in 1875 door Marx[12] getrokken, maar Lenin heeft de discussie erover zeker verbreed.

Lenin was niet de enige theoreticus die deze redenering volgde. Rosa Luxemburg benaderde het probleem vanuit een vergelijkbaar perspectief, maar werkte het op een manier uit die ons kan leiden in onze reactie op AI voor zover het de kleinburgerij betreft. Zij schreef:

‘Wat is nu de economische betekenis van de uitbreiding van het systeem van naamloze vennootschappen? Economisch staat de verspreiding van naamloze vennootschappen voor de toenemende socialisering van de productie onder de kapitalistische vorm – niet alleen van de groot-, maar ook van de midden- en kleinproductie. De uitbreiding van het aandeelhouderschap is dus niet in tegenspraak met de marxistische theorie, maar bevestigt deze integendeel met klem.’

‘Waar komt het economische fenomeen van een naamloze vennootschap feitelijk op neer? Enerzijds op het samenvoegen van een aantal kleine fortuinen tot een groot productiekapitaal. Anderzijds op de scheiding van de productie en het kapitalistisch eigendom. Dat wil zeggen: zij betekent een dubbele overwinning op de kapitalistische productiewijze – maar nog steeds op kapitalistische basis.’

‘Wat betekenen dan de door Bernstein aangehaalde statistieken, volgens welke een steeds groter aantal aandeelhouders aan kapitalistische ondernemingen deelneemt? Deze statistieken tonen precies het volgende aan: tegenwoordig komt een kapitalistische onderneming niet meer, zoals voorheen, overeen met één enkele kapitaalbezitter, maar met een aantal kapitalisten. Zodoende duidt het economische begrip ‘kapitalist’ niet langer op een geïsoleerd individu. De industriële kapitalist van vandaag is een collectief persoon, samengesteld uit honderden, zelfs duizenden individuen. De categorie ‘kapitalist’ is zelf een sociale categorie geworden. Zij is ‘gesocialiseerd’ – binnen het kader van de kapitalistische maatschappij.’[13]

We zien dus dat innovaties in de kapitalistische productie niet alleen de werkers van een bepaalde sector uitschakelen, maar ook kapitalisten. We kunnen vrij eenvoudig inzien hoe onze voorgaande lezing van Marx een dergelijke opvatting bevestigt in het geval van de kleinburgerij. Luxemburg begreep dat innovaties, zoals het aandeelhouderschap, kapitalisten in staat stellen hun fortuinen te centraliseren en tegelijkertijd het eigendom te scheiden van het dagelijkse beheer van hun kapitaal. Dergelijke uitvindingen ‘socialiseren’ de productie, eenvoudig gezegd, door de rollen van kapitalisten uit te besteden aan anderen- in het geval van aandeelhouders was dit aan managers, opzichters en voormannen, in één woord: werkers, terwijl in het geval AI ze hun rol uitbesteden aan machines. Bovendien is het duidelijk, of we Marx nu gebruiken of niet, dat machines de menselijke arbeid wegconcurreren. We stellen dan vast dat AI veel kleine producenten overbodig kan maken.

Hoe is dit mogelijk? Veel van de meest felle tegenstanders van AI zijn kleinburgerlijke kunstenaars, ondernemers die opdrachten verkopen van hun tekeningen, muziek, schrijfwerk, enzovoort, om in hun levensonderhoud te voorzien. Deze individuen opereren als kleine eigenaren. Zij scheppen intellectueel eigendom dat zij aan anderen verkopen. Het enige verschil tussen hen en grotere, duidelijker burgerlijke kunstenaars is schaal, maar beiden delen dezelfde verhouding tot de productie. Beiden scheppen hun eigen intellectuele eigendom, en produceren daarna ofwel zelf koopwaar die ermee verband houdt, of besteden de productie uit aan bedrijven die koopwaar produceren; in beide gevallen produceren zij zelf kapitaal en verkopen dit aan anderen. Het zijn precies deze kunstenaars die het hardst tegen AI fulmineren, omdat het hun kapitaal is dat door de technologie gedateerd dreigt te raken.

We kunnen ons geen solidariteit veroorloven met dit segment van de anti-AI-links. Anders dan de eerder genoemde proletariërs, wier arbeidskracht door de technologie waardeloos wordt gemaakt, zijn dit kapitalisten wier kapitaal door de technologie nutteloos wordt gemaakt. Hun kritiek op AI, hoewel die dezelfde trekken kan vertonen als de proletarische kritiek, komt louter voort uit een tijdelijke overlap in omstandigheden. Desalniettemin scharen zij zich achter het kapitalisme en de verhoudingen die het bevordert. Zij staan achter het intellectueel eigendom, omdat dit de basis vormt van hun recht om aan hun kunstwerken kapitaal te slaan. Een groot deel van hen tolereert de uitbuiting van werkers wanneer externe firma’s hun merchandise produceren. Zij tonen hun kleinburgerlijke ideologie voor wat ze is, wanneer ze het ‘kapitalisme’ bekritiseren, vaak door ideologische trends, beleidsbeslissingen en schrijnende voorbeelden van uitbuiting te veroordelen, maar zonder ooit te erkennen dat hun eigen creaties kapitaal zijn, dat zij de vervreemding van arbeid in stand houden en dat het enige onderscheidende kenmerk tussen henzelf en de kapitalisten die zij veroordelen, wederom, de schaal van hun operaties is. Het zijn antikapitalistische kapitalisten, die de uitwassen van de burgerlijke maatschappij veroordelen zonder ooit de productiewijze zelf aan te vallen- welke zij resoluut verdedigen.

Zij vertegenwoordigen daarmee, naast de minder klassenbewuste werkers, het reactionaire segment van anti-AI-links. Dit segment, hetzij vanwege een gebrek aan politieke scholing, hetzij door haar kleinburgerlijke status, verzet zich tegen de ontwikkeling van de technologie als zodanig. Dit is een onjuist standpunt. Zoals Marx opmerkte, is niet de machine, maar de productiewijze die haar tegen het proletariaat bewapent, de vijand van de werkers. Zoals Marx en Lenin opmerkten, vereenvoudigt technologische vooruitgang de productie, een realiteit die we kunnen waarnemen, en maakt daardoor de taak van het aansturen van de staat en de economie door de werkers gemakkelijker. Bovendien is de vereenvoudiging van de productie een sleutelelement in de overgang van socialisme naar communisme. Luxemburg ging hierin verder en stelde dat bepaalde innovaties in het kapitalisme ertoe leiden dat de bourgeoisie overbodig wordt. Zij ontwikkelt zich in toenemende mate tot een klasse van vervreemde nietsnutten, terwijl het proletariaat zowel de productie als het beheer ervan uitvoert. Lenin herkende deze ontwikkeling ook[14] in verband met het imperialisme en de toenemende geografische vervreemding tussen de productie en de kapitalisten die haar ‘beheren’.

Elk van deze overwegingen is relevant voor het AI-debat en illustreert zowel de schade die deze technologie aan segmenten van het proletariaat toebrengt, als haar vermogen om de langetermijnbelangen van de werkende klasse te dienen. Enerzijds moeten wij een programmatisch antwoord formuleren dat de werkers dient die door de technologie zijn verdrongen. We moeten in staat zijn hun vragen te beantwoorden en in hun behoeften te voorzien. Anderzijds mogen we niet vervallen tot vakbonds-economisme; we mogen de werkers van sectoren die door AI worden uitgehold niet uitspelen tegen hen die er juist van profiteren. Evenmin mogen we onszelf, aangezien de verdringing én de voordelen van de AI-industrie over de hele wereld zijn verspreid, verlagen tot nationalistische oproepen tot autarkie. De demonisering van ‘buitenlanders’ en hun arbeid is, en is dat altijd geweest, een reactionair antwoord op de tegenstellingen van het kapitalisme. We moeten daarentegen een manier vinden om klassenbewustzijn, organisatie en politieke scholing op te bouwen in alle industrieën en elke poging om het internationale proletariaat te verdelen afwijzen. Verder is het zaak de opportunistische inzet van anti-AI-sentimenten door de kleinburgerij te ontmaskeren. Het zijn de kleine eigenaren die het minst ontwikkelde en meest reactionaire segment van de bourgeoisie vertegenwoordigen, en hoewel hun zorgen de schijn kunnen hebben met de onze overeen te komen, is deze oppervlakkige verbinding het alfa en omega van onze gedeelde belangen.

De activistische beweringen

We verplaatsen nu onze blik naar de tactieken van anti-AI-links. Zoals ik eerder vermeldde, vindt het merendeel van het anti-AI-‘organiseren’ zich volledig online plaats. We zien individuen die de zeepkist van sociale media benutten om hun zorgen en kritieken over de technologie te uiten. We zien groepen die proberen gebruikers van AI te ontmaskeren met het doel zulke ‘kunstenaars’ te ‘cancelen’. We zien oproepen tot boycots tegen bedrijven die AI inzetten in hun reclame of producten, maar wederom vinden deze acties enkel plaats vanachter beeldschermen. Er zijn dan twee lagen in onze kritiek op dergelijke tactieken. Voorop staat de voor de hand liggende kritiek: dat het vervangen van daadwerkelijk, fysiek organiseren door online debat niet effectief is. Ten tweede moeten we de zwaktes van activisme als strategie benadrukken.

Wat moet er gezegd worden over de ondoeltreffendheid van online ‘organiseren’? Het is volledig immaterieel. Elke publieke aanklacht, elke langdradige tirade, is slechts woorden op een scherm. Op zichzelf verandert het niets, en de overgrote meerderheid van degenen die zulke verklaringen schrijven, volgen hun woorden niet op met enige tastbare actie. Er is weinig kwalitatief verschil tussen het schrijven van posts en de leegte in schreeuwen. Het cancellen en boycotten van gebruikers van AI bereikt eveneens weinig. Als het doel is om consumptie te stoppen, spreken deze activisten zichzelf tegen nog voordat ze tot ‘actie’ komen. Sociale mediaplatforms verdienen hun geld aan gebruikersbetrokkenheid, dus mensen aansporen om niet te consumeren via zulke diensten is inherent contraproductief. Dit is bijzonder schrijnend omdat veel van de meest enthousiaste toepassers van AI sociale mediaplatforms zijn. Van Grok van X tot Meta AI: de handeling zelf van het gebruiken van sociale media ondersteunt financieel het gebruik van AI. Proberen om boycots van de technologie te organiseren via zulke platforms is daarom een contraproductieve tactiek.

Nu, wat betreft de kwestie van activisme, die ongetwijfeld meer controversieel zal zijn. Activisme vertegenwoordigt de overgave van een beweging aan het idealisme. Het is, om Bordiga’s uitstekende artikel[15] te citeren, “een ziekte van de arbeidersbeweging die voortdurende behandeling vereist.” Activisme begrijpt de krachtsverhoudingen in de samenleving fundamenteel verkeerd en gelooft dat de woorden van de ontevreden massa’s zich kunnen meten met de wapens, instituties en economische wapens van de burgerlijke staat. Het bevordert een puur mechanistisch wereldbeeld, waarin een bepaalde hoeveelheid mensen die boos of ‘bewust gemaakt’ zijn noodzakelijkerwijs leidt tot politiek succes. Het overschat de kracht van spontaan organiseren en is niet in staat het verschil te zien tussen de plotselinge schokken van de opgezweepte massa’s en de precieze, weldoordachte activiteit van de georganiseerde werkende klasse. In dit opzicht is anti-AI-links dubbel impotent. Het is eerst verlamd door zijn activistische benadering, die fundamentele elementen van politieke strijd verkeerd opvat, en vervolgens door zijn toepassing van deze incorrecte theorie uitsluitend op de online sfeer.

Activisme is een getuigenis van de totale verovering van de burgerlijke ideologie over de arbeidersbeweging. Het duidt op de vervanging van serieuze, revolutionaire theorie door die van opportunisten. Het is de triomf van de mythe dat de staat een ‘neutrale, bemiddelende’ kracht is en hervormd kan worden door simpelweg de zorgen van het volk aan haar kenbaar te maken. Het is dus de afwijzing van de staat als een werktuig van haar heersende klasse ten gunste van het burgerlijke narratief- en daarmee een totale verwerping van het marxisme.

Bovendien is het mechanistische wereldbeeld dat activisme bevordert doordrenkt van de politieke processen van de burgerlijke staat. De massa’s wordt bij elke gelegenheid herinnerd aan het feit dat onze huidige samenleving een mechanistische is. Het hele systeem wordt gereduceerd tot getallen; verkiezingen worden gewonnen doordat 50,1% van de mensen de ene kandidaat verkiest boven de andere, petities slagen wanneer 50,1% (en de burgerlijke staat) instemmen met het invoeren van iets, wetsvoorstellen passeren het parlement pas wanneer een bepaald aantal parlementsleden ermee instemt, en hun stemrecht wordt pas verleend wanneer een bepaald aantal van hen besluit op te komen dagen. Het is dan vanzelfsprekend waarom activisten deze zelfde methoden gebruiken in hun strijd: dit zijn de enige tactieken die ze kennen. Ze passen vervolgens de hoofse gang van zaken van burgerlijk bestuur onjuist toe op de gehele sfeer van de politiek, verbijsterd wanneer zulke procedures geen revolutionaire verandering teweegbrengen. Het staat buiten kijf dat de arbeidersstaat ongetwijfeld vergelijkbare instituties zal bevatten die er mechanistisch uit kunnen zien, en dat in eerste instantie ook kunnen zijn. Dit is echter niet het onderwerp van het artikel. Hoewel er veel te bekritiseren valt aan de organisatie van de democratie, moeten zulke kritieken voor een andere keer worden bewaard.

Op een soortgelijke manier als het mechanisme bevordert activisme een verkeerd begrip van een ander kernbegrip in het organiseren: spontaniteit. In plaats van het bevorderen van de burgerlijke opvatting van de staat, een gepropageerde kijk op de werkelijkheid, komt dit misverstand voort uit algemene politieke ongeletterdheid. Activisme is over het geheel genomen een reactionaire beweging. Ik zeg dit niet om te bedoelen dat ze politiek-economisch achterlijk zijn, hoewel de kleinburgerlijke aspiraties van veel van zulke bewegingen ze dat vaak wel maken, maar eerder dat activisme berust op het reageren op crises van de burgerlijke maatschappij. Zo zijn bijvoorbeeld de Black Lives Matter-protesten historisch gezien niet voortgekomen uit een zorgvuldig uitgezette, weloverwogen agenda van een gecentraliseerde organisatie, maar als reactie op daden van politiegeweld. Activisme rondom klimaatverandering kwam pas op in de late twintigste eeuw, ondanks dat de wetenschap achter de fenomenen al bestond sinds de jaren 50. Bovendien was veel van het vroege activisme gecentreerd op het stoppen van de bouw van mijnen, houtkapactiviteiten en andere gelokaliseerde fenomenen. Pas rond de eeuwwisseling ontstond activisme rondom mondiale klimaatverandering, en het is duidelijk dat deze beweging niet gecentraliseerd is, noch bijzonder goed gecoördineerd.

Anti-AI-activisme volgt een vergelijkbaar verloop- activisten zijn consequent verscheidene stappen achter blijven lopen op de ontwikkeling van de technologie. Het was pas nadat AI wijdverbreid was geadopteerd dat deze activisten hun werk begonnen, en tegen die tijd was het te laat. Activisme bevordert dus een reactionaire, spontane benadering. Het gelooft ten onrechte dat de willekeurige, plotselinge toorn van de massa’s voldoende is om het kapitalisme omver te werpen- of op zijn minst de elementen van het kapitalisme die deze activisten niet aanstaan. Dit geloof is even onzinnig als van een slaapwandelaar te verwachten dat hij een marathon loopt; hoewel hun ongecoördineerde bewegingen hen ergens naartoe kunnen voeren, zullen ze de finish niet bereiken zonder een bewuste geest die het pad vooruit bijhoudt.

We stellen dus vast dat de activistische tactieken van anti-AI-links geworteld zijn in zowel burgerlijke ideologie als politieke onvolwassenheid. Het imiteert enerzijds veel van de methoden van de burgerlijke staat en past ze onjuist toe op de arbeidersbeweging. Bovendien gelooft activisme de propaganda die de staat over zichzelf spint en poogt het daarom haar ‘neutrale’ positie en mechanistische democratie te benutten voor ‘revolutionaire’ doeleinden. Dit smoort elke serieuze revolutionaire theorie en praktijk binnen de arbeidersbeweging en laat slechts opportunisten en hun ideologieën in haar kielzog achter. Anderzijds bevordert activisme tactieken die simpelweg niet werken. Het gelooft dat boze Instagram-reels en Reddit-posts praxis zijn, en het verheerlijkt een spontane, reactionaire benadering van politiek die keer op keer gefaald heeft. In een dermate terminaal stadium is het irrelevant of de beweging wordt geleid door authentieke revolutionairen of opportunisten, want haar tactieken zijn zo achterlijk dat ze hoe dan ook niets zal bereiken.

De idealistische beweringen

De laatste linkse kritiek die we zullen onderzoeken komt voort uit idealistische argumenten. Er zijn uiteraard standpunten die een beroep doen op iemands rechtvaardige woede over het banenverlies onder het proletariaat en de kleinburgerij. Wat dit betreft heb ik al een materialistische uiteenzetting van de fenomenen gegeven, en de kritieken die ik spoedig zal uiteenzetten zullen de idealistische flank van dit punt behandelen. De overgebleven moralistische argumenten tonen de juistheid aan van Marx’ analyse van het idealisme. Van de anti-AI-argumenten zullen we ons op twee richten: dat AI slecht is omdat het kunstwerken van kunstenaars ‘steelt’, en ten tweede, hoe AI zich verhoudt tot ‘de geest van de kunst’. Deze argumenten vertegenwoordigen de baan van idealen van productie naar principes en dienen daarmee als een verhelderende moderne casestudy van Marx’ theorieën.

In zijn kritiek op moraalfilosoof James Mill[16] zette Marx zijn theorie uiteen over hoe individualisme als ideaal voortkwam uit de kapitalistische productie. Hij beschreef het proces in vijf stappen, zoals hieronder vermeld:

  1. Loonarbeid vervreemdt werkers noodzakelijkerwijs van hun arbeid. Ze worden losgekoppeld van hun arbeid door hun gebrek aan controle over de productie, die plaatsvindt als een uitbuitende onttrekking van de meerwaarde van deze werkers. Ze worden zo losgemaakt van hun dagelijkse activiteiten.
  2. Dit vervreemdt werkers van de producten van hun arbeid. Ze worden zo losgemaakt van de producten van hun dagelijkse activiteiten.
  3. Deze verhouding vindt plaats in een context waarin werkers verarmd zijn, gedwongen om in te stemmen met hun uitbuiting door hun behoefte aan geld en de noodzakelijkheden die het kan kopen. Ze worden daardoor tot slaaf gemaakt door hun behoeften.
  4. Het voortzetten van dit vervreemde bestaan wordt zo het einddoel van de activiteit van de werkers. Ze werken zodat ze kunnen overleven.
  5. Vervreemd van hun levensstijl en gedwongen om zich uitsluitend op hun eigen behoeften te richten, komen werkers ertoe het individu en het ego te verheerlijken. Dit egocentrisme manifesteert zich vervolgens politiek en filosofisch als individualisme.

Kortom, Marx’ theorie was dat individualisme, evenals andere heersende principes van onze tijd, voortkomen uit de productie en de verhoudingen daarbinnen.

We vinden vandaag de dag een soortgelijk proces van idealisering dat uit de productie voortkomt. Dit principe presenteert zich als een verzet tegen de ‘diefstal’ die AI begaat door bestaande kunstwerken te gebruiken als basis voor haar output. Ik zal de voortgang van dit principe uiteenzetten op dezelfde manier als Marx deed:

  1. Kunst onder het kapitalisme is tot koopwaar gemaakt als intellectueel eigendom. Ideeën en creaties zijn het kapitaal van degenen die ze creëren.
  2. Dit dwingt de meeste professionele kunstenaars tot de kleinburgerij.[17] Om enig geld te verdienen moeten zij munt slaan uit hun kunst, en kapitalisering is noodzakelijk als ze willen overleven.
  3. Intellectueel eigendom dient als basis voor het vermogen van kunstenaars om winst te maken. Ze worden daarom zeer defensief ten aanzien van zulke regelgeving, aangezien dit de enige manier is om hun levensstijl en kapitaal te beschermen.
  4. Kunstmatige intelligentie is in tegenspraak met de wet op intellectueel eigendom door de grenzen tussen inspiratie en diefstal te vervagen. Het doet dit door het vermogen van kunstenaars om hun kunst te verkopen te ondermijnen, aangezien het vergelijkbare werken gratis en gemakkelijk reproduceerbaar maakt. Het ondermijnt ook haar status als kapitaal, aangezien het vrijelijk herdistribueren en/of hercreëren van kunst haar ruilwaarde verlaagt.
  5. Kunstenaars brengen zo de bewering naar voren dat AI hun kunst ‘steelt’ omdat het hun kapitaal imiteert. Dit is zowel een noodzaak om hun kapitaal te behouden als dat het ruimte geeft aan verontwaardiging over de ‘onbeschaamdheid’ van technologie om van hen te ‘stelen’.

Zodoende zijn de belangen van professionele kunstenaars gebonden aan het voortbestaan van intellectueel eigendom- een uitwas van het kapitalisme. Zij moeten zich daarom verzetten tegen alle pogingen om deze vorm van kapitaal in diskrediet te brengen of af te schaffen, of dat nu via piraterij, replicatie of AI’s gebruik van hun kunst is. Vandaar dat nominaal progressieve kunstenaars zich vaak tegen deze handelingen verzetten. Of het nu uit persoonlijke ervaring of die van anderen is, kunstenaars wordt het idee ingeprent dat elke imitatie of winstloze overdracht van hun werk een belediging van henzelf is. De kwestie ontstijgt dan een louter zakelijke aangelegenheid en wordt een persoonlijke affaire. Zulke principes verklaren, rechtvaardigen en bestendigen het kleinburgerlijke privilege van professionele kunstenaars. Ze komen voort uit de processen van kapitalistische productie en dienen toevallig hun belangen, en slagen er zo in een geïdealiseerd kader vast te stellen voor wat kunst is en hoe haar markt zou moeten functioneren.

We zien dan dat de bewering dat AI-‘kunst’ de ‘geest van de kunst’ vermindert een haastige poging is om nieuwe idealen in dit kader te integreren. Simpel gesteld: wat is ‘de geest van de kunst’? Niemand weet het. De aantijging van ‘zielloosheid’ wordt door haar tegenstanders tegen elke kunstvorm ingebracht. Abstracte en expressionistische werken werden door hun critici als ‘zinloos’ en ‘ontaard’ bestempeld, zoals stijlen als Corporate Memphis tegenwoordig vaak rechtstreeks ‘zielloos’ worden genoemd. Momenteel staat de ‘AI-kunststijl’, voor zover die bestaat, voor soortgelijke kritieken bloot. AI-‘kunst’ wordt bekritiseerd omdat ze onlogisch en visueel onaantrekkelijk[18] is, omdat ze “emotioneel leeg”[19] is, of te gemakkelijk te produceren[20] is. Aan de andere kant roemen de voorstanders van AI-‘kunst’ haar grootsheid omdat het mensen helpt “technologie te doordringen met hun innerlijke drijfveer”[21], of dat het ertoe kan leiden dat men “de beperkingen van menselijke waarneming en cognitie”[22] overstijgt.

Deze beweringen variëren van subjectief tot onzinnig. De argumenten van degenen tegen AI-‘kunst’ bekritiseren simpelweg stilistische keuzes die ze niet aanstaan. Heel veel kunst is onlogisch en visueel onaantrekkelijk, opzettelijk of niet. Heel veel kunst ontbeert emotionele diepgang. Heel veel kunst vereist niet veel vaardigheid om te produceren. Deze kritieken zijn precies het soort dat wordt ingebracht tegen kunstvormen zoals het abstractionisme, dat vaak op soortgelijke gronden wordt verworpen. We stellen dus vast dat het AI-element van zulke ‘kunst’ in werkelijkheid zelden het onderwerp van discussie is. Veeleer bekritiseren deze tegenstanders AI-outputs op vrijwel dezelfde manier als waarop andere kunstvormen zijn onderzocht. In die zin spreken zulke voorvechters zichzelf tegen: ze beweren dat AI-outputs geen kunst zijn terwijl ze ze behandelen als elk ander kunstwerk. In plaats van AI-outputs te bekritiseren via aparte, niet-artistieke vormen van kritiek, gebruiken ze de termen en ideeën van de kunstwereld om ze te veroordelen, waardoor ze onbedoeld AI-outputs tot de status van kunst verheffen.[23]

Aan de andere kant, wat betekent ’technologie doordringen met iemands innerlijke drijfveer’? Dat de AI bezeten is door de ziel van de gebruiker wanneer ze een output genereert? Elke bewering van de pro- of anti-AI-‘kunst’-menigte dat kunst doordrongen is van ‘geest’, ‘ziel’ of ‘hart’ doet noodzakelijkerwijs een beroep op spirituele idealen over het menselijk bestaan. De overtuiging dat iemands spirituele essentie op de een of andere manier iets kenmerkt of bezit is absurd. De ziel ontbreekt aan elk materieel bewijs om haar bestaan te bewijzen; dus beweren dat kunst bezeten is door de ziel verschilt niet van beweren dat ze bezeten is door feeën, demonen of geesten. En de bewering dat AI-outputs “de beperkingen van menselijke waarneming en cognitie overstijgen”- begrijpt de auteur, aangenomen dat een mens dit schreef, wat deze woorden betekenen? Als een output werkelijk aan waarneming en cognitie ontsnapt, zouden we haar niet kunnen herkennen. We zouden geen idee hebben van haar bestaan. Waarneming overstijgen is niet in staat zijn iets te horen, zien, aanraken of anderszins waar te nemen. Cognitie overstijgen is, heel letterlijk, onbegrijpelijk zijn. Kunstmatige intelligentie is hiertoe op dit moment niet in staat, en mocht het ooit zoiets kunnen, dan zouden we dat niet kunnen weten. Zo’n bewering is niet alleen aantoonbaar onwaar- de meeste mensen kunnen AI-outputs vrij goed waarnemen -ze is ook wartaal. Ze verliest alle betekenis als men er zelfs maar een moment over nadenkt.

Zoals men kan zien, zijn deze pogingen om AI-‘kunst’ te bekritiseren of te prijzen stevig geworteld in het idealisme. Een deel hiervan is een noodzakelijk gevolg van kunst- iemands smaak in ‘goede’ en ‘slechte’ kunst wordt bepaald door ontelbare factoren, van hun persoonlijke smaak tot de reden waarom ze überhaupt kunst zoeken. Het is een subjectieve kwestie met weinig wetenschap erachter. Ik geloof dat een ander deel van dit vertrouwen op idealisme voortkomt uit het opkomende karakter van dit debat. AI, zoals ze er nu voorstaat, bestond een decennium geleden nog niet. Zelfs nu, vanaf het begin van de AI-rage in 2023 tot het heden, hebben we een snelle ontwikkeling in de technologie gezien. Terwijl AI zich in een razendsnel tempo blijft ontwikkelen, is het moeilijk om haar ‘vast te pinnen’ en zorgvuldig te onderzoeken. Dus, terwijl materiële veranderingen in de productie snel duidelijk worden, wat leidt tot de uitgesproken tegenstand van risicolopende werkers en kapitalisten, heeft het nog niet de tijd gehad om volledig in onze cultureel-intellectuele tijdgeest te bezinken. Totdat haar integratie compleet is, is het beste dat de bourgeoisie kan doen het herkauwen van opgepoetste idealen totdat er iets blijft plakken. Vandaar dat men, of men nu te maken heeft met pro- of anti-AI-voorstanders, onvermijdelijk overspoeld zal worden door idealistische beweringen. Als marxisten kunnen we zulke gesimplificeerde analyses niet aanvaarden. We moeten in plaats daarvan worstelen met de werkelijkheid zoals ze is, een proces dat ik hoop te zijn begonnen, zodat we een antwoord kunnen opbouwen dat in staat is de belangen van het proletariaat en haar historische taak te dienen.

Een korte opmerking over AI, het milieu en het marxisme

Een van de andere aanzienlijke zorgen omtrent kunstmatige intelligentie is haar impact op het milieu en natuurlijke hulpbronnen. De hoeveelheid water en elektriciteit die nodig is om AI-systemen te onderhouden is enorm, en naarmate de technologie verder wordt geadopteerd en ontwikkeld, kan deze consumptie alleen maar groeien. Zoals het er nu voorstaat verbruikt zelfs een ‘klein’ datacentrum van één megawatt 26 miljoen liter water per jaar,[24] en hoewel datacentra officieel slechts een miniem deel van het jaarlijkse waterverbruik van de VS uitmaken, ruwweg een zevenhonderdste, meet bijna een derde van de datacentra niet hoeveel water ze verbruiken,[25] wat deze statistiek sterk vertroebelt. In Sydney is deze zorg gerezen met recente projecties die stellen dat datacentra tegen 2035 opwaarts van een kwart van de schone watervoorraad van de stad[26] zullen verbruiken. Naarmate de effecten van klimaatverandering verdiepen, maken de dreiging van droogte en het conflict tussen techbedrijven en de lokale bevolking om water zulk een vooruitzicht moeilijk te negeren.

Bovendien zullen datacentra naar verwachting de koolstofemissies, en daarmee de klimaatcrisis, verergeren. Momenteel zijn datacentra verantwoordelijk voor ongeveer één procent van de koolstofemissies; tegen 2030 zal dit naar verwachting stijgen tot wel acht procent.[27] De hoge hoeveelheid elektriciteit die door datacentra wordt verbruikt, roept ook onheilspellende vragen op voor lokale gemeenschappen. In Texas werd het elektriciteitsnetwerk overbelast door toegenomen gebruik tijdens een sneeuwstorm, wat resulteerde in rollende stroomuitval over de gehele staat. 210 mensen stierven tijdens deze storm, en vrijwel alle geregistreerde doden bleken verband te houden met de stroomuitval.[28] In een staat waar een groot deel van het elektriciteitsnet datacentra bedient, steekt de concurrentie om beperkte hulpbronnen wederom de kop op. Ook dit was geen op zichzelf staand incident. In Virginia, een andere hub voor datacentra, werd een stroomuitval ternauwernood voorkomen toen tientallen datacentra overschakelden op en van back-upstroomsystemen,[29] wat resulteerde in enorme schokken voor het elektriciteitsnetwerk. In 2024 werd gerapporteerd dat Amerikanen bijna tweemaal zoveel stroomuitval meemaakten als in 2023.[30] Hoewel de meeste hiervan kwamen door natuurrampen zoals orkanen en vulkaanuitbarstingen, kan de druk die door AI-datacentra op elektriciteitsnetwerken wordt uitgeoefend niet worden genegeerd.

Wat is het marxistische standpunt over zulke kwesties? Zoals eerder besproken kunnen we niet vervallen in primitivisme. We kunnen de ontwikkeling van technologie, en daarmee van de productiewijze, niet volledig verwerpen vanwege ecologische zorgen. Zulke ludditische opvattingen werden meer dan anderhalve eeuw geleden al door Marx en marxisten bekritiseerd, en de onderliggende logica gaat vandaag de dag nog steeds op. Vooruitgang in technologie onder de burgerlijke maatschappij kan worden gebruikt om de belangen van de werkers te dienen, en doet dat vaak bijkomstig. Terwijl industrialisatie bijvoorbeeld werd aangespoord door het verlangen van kapitalisten naar almaar groeiende winsten, verbeterde het ook de levenskwaliteit van de werkers, leidde het tot doorbraken in geneeskunde, landbouw en kunst, en verstevigde het het proletariaat als klasse, waardoor de ontwikkeling van de werkende klasse versnelde en haar uiteindelijke overwinning dichterbij bracht. Op soortgelijke wijze is AI nuttig geweest in het detecteren van eerder onontdekte tumoren en laesies bij patiënten,[31] en is training gaande om haar te leren vroege stadia van kanker, Alzheimer en dodelijke infecties te detecteren.[32] Ook zien we door onze voorgaande discussies dat AI de werkende klasse binnen bepaalde sectoren van de globale economie zal ondersteunen, en dat ze de productie nu al vereenvoudigt, een vitale stap richting zowel socialisme als communisme. Zulke ontwikkelingen hebben nut in zowel de burgerlijke als de proletarische maatschappij, en kunnen dus niet volledig worden verworpen.

Aan de andere kant zal de toekomstige socialistische staat veel van de frivoliteiten van AI niet nodig hebben. Ze zal geen datacentra hoeven te onderhouden voor ChatGPT, DeepSeek, CoPilot, enzovoort, wanneer elk systeem dezelfde dienst levert. Onder georganiseerde, gedecommodificeerde productie zal zulke concurrentie als niets dan een belemmering dienen en zal ze worden afgeschaft. De socialistische maatschappij zal er geen moeite mee hebben de hoeveelheid stroom en water die AI-systemen mogen gebruiken te beperken, aangezien het conflict tussen winsten en gemeenschapswelzijn niet langer zal bestaan. In een maatschappij waar de koopwaarvorm is afgeschaft, zal winst niet bestaan, en dus zal er niets anders zijn om naar om te kijken dan het gemeenschapswelzijn.[33] Zodoende zal de socialistische staat, door een combinatie van berekende verminderingen in water- en elektriciteitsverbruik, evenals een fundamentele heroriëntatie van het economisch beleid, bewapend zijn met verscheidene middelen om te reageren op de problemen van AI zonder zijn toevlucht te nemen tot primitivistische zelfsabotage.

Ons programmatisch antwoord

Het is om deze redenen dat een programmatisch antwoord nodig is voor het vraagstuk van kunstmatige intelligentie. De arbeidersbeweging moet een volwassen benadering aannemen en noch de noden van door AI verdrongen werkers negeren, noch werkers van verschillende velden tegen elkaar uitspelen. Dit antwoord mag niet activistisch van aard zijn, aangezien dit onze inspanningen vanaf het begin zal saboteren. Nee, we moeten in plaats daarvan een weldoordachte en goed gecoördineerde benadering volgen. Tot slot moeten we de idealen omtrent AI verwerpen- maar we moeten ook hun wortels begrijpen. Door de bestaande idealen rondom AI te doorgronden en hoe ze op ontoereikende wijze pogen de tegenstellingen van het kapitalisme te verlichten, kunnen we ze adequaat bekritiseren. We kunnen hun belachelijke aard onthullen aan het proletariaat en politieke volwassenheid opbouwen onder de werkers. Desalniettemin moeten we erkennen dat AI nog volop in ontwikkeling is. We moeten dus een programmatisch antwoord aannemen dat in alle stadia resoluut marxistisch is en in staat is zich aan te passen aan nieuwe vooruitgangen in de technologie.

Het is om deze redenen dat ik de volgende punten voorstel om te schetsen wat een programmatisch antwoord zou moeten zijn. Hoewel het meer kan, en zou moeten, bevatten, zijn dit het absolute minimum om opportunisme, mismanagement en idealisme te vermijden.

  1. Als marxisten moeten we de historische rol van kunstmatige intelligentie begrijpen, die als volgt luidt:
  2. AI is een innovatie op het gebied van machines. Ze zal daarom onvermijdelijk een bepaald deel van het proletariaat en de bourgeoisie verdringen naarmate ze de markt penetreert.
  3. Tegelijkertijd zal kunstmatige intelligentie ook de vraag naar de technologie en haar onderhoud aanwakkeren. Dus, terwijl een deel van de beroepsbevolking irrelevant zal worden gemaakt, zullen die segmenten die AI-systemen bouwen, bevoorraden of onderhouden groei zien.
  4. Het is duidelijk dat AI het productieproces vereenvoudigt, en dit in de toekomst verder kan doen in afwachting van toekomstige ontwikkelingen. Ze vervult daarom een historisch progressieve rol. Dit is omdat ze een segment van de bourgeoisie proletariseert, kapitaal centraliseert, toekomstige proletariërs helpt bij het beheren van de socialistische staat en economie, en ertoe dient de arbeidsdeling te verminderen, waarmee ze dient als een opstapje richting het communisme.
  5. Als marxisten moeten we ervoor zorgen dat ons programma het proletariaat dient in haar historische taak. We trekken dan de volgende conclusies:
  6. We kunnen ons antwoord niet reduceren tot primitivisme. Hoewel we onze solidariteit moeten betuigen met de werkers wier banen door de technologie overbodig worden gemaakt, moeten we dit als casestudy gebruiken voor zulke werkers. Dat het kapitalisme een technologie die de levens van werkers zou kunnen verbeteren heeft verdraaid tot een werktuig van hun misbruik, toont aan dat het kapitalisme de belangen van de werkende klasse niet kan dienen, noch enige sympathie heeft voor degenen die het verdringt. De vijand is niet de technologische vooruitgang, maar de productiewijze zelf.
  7. We kunnen ons antwoord niet reduceren tot vakbonds-economisme en nationalisme. We zullen de werkers die door AI zijn verdrongen niet uitspelen tegen hen die zegeningen van de technologie ontvangen. Dit geldt zowel nationaal als internationaal. Aangezien de wereld gedomineerd wordt door het imperialistische stadium van het kapitalisme, erkennen we dat de arbeidsdeling geglobaliseerd is. Dus, terwijl werkers in de op diensten en financiën gerichte economieën van de ‘eerste wereld’ verdringing kunnen ervaren, zullen er zegeningen zijn in economieën die op industrie steunen. We kunnen daarom geen enkele verdeling van de werkende klasse dulden langs verschillende industrieën binnen Australië, noch tussen Australische werkers en die van andere landen.
  8. We kunnen ons antwoord niet reduceren tot activisme. We moeten erkennen dat simpelweg uiting geven aan iemands ontevredenheid of ‘bewustzijn verspreiden’ op zichzelf weinig bereikt. We moeten competente politieke scholing combineren met robuuste politieke strijd. Dit neemt noodzakelijkerwijs de vorm aan van een gecentraliseerde, goed gecoördineerde arbeiderspartij die de politieke strijd van het proletariaat leidt, en ze moet één enkel doel voor ogen hebben: de opbouw van een socialistische staat die zal wegkwijnen tot communisme.
  9. We kunnen ons antwoord niet reduceren tot uitsluitend online activiteiten. Dit is de hoogste vorm van activisme, en toont daarmee het meest scherp haar tegenstellingen en gebreken aan. Enkel door weldoordachte en goed georganiseerde activiteit in de echte wereld zal politieke verandering plaatsvinden.
  10. We kunnen ons antwoord niet reduceren tot een partnerschap met de kleinburgerij. Het is deze klasse van de meest reactionaire kapitalisten die historisch gezien de proletarische beweging meer heeft ondermijnd dan welke andere vijand ook. Dus, hoewel het onbehagen over AI het kan doen lijken alsof de werkers en kleine eigenaren gemeenschappelijke belangen delen, moeten we elke alliantie met hen afwijzen. Ons met hen verbinden is het willens en wetens ondergeschikt maken van de arbeidersbeweging aan de belangen van het meest achterlijke segment van de bourgeoisie. Als individuele kleinburgers onze solidariteit wensen, kunnen ze hun klasse verraden en, na het tonen van hun loyaliteit aan het proletariaat, zich vrijwillig onderwerpen aan het proletarische programma en de verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien.
  11. We moeten erkennen dat deze mislukkingen niet uitsluitend de schuld zijn van externe actoren. Dat opportunistische, reactionaire en incompetente dogma’s hebben geëtterd in de proletarische beweging is bewijs dat de leiding van de werkers er niet in geslaagd is zulke dreigingen op afstand te houden. We moeten er daarom voor zorgen dat de arbeiderspartij politieke scholing van de hoogste uitmuntendheid verschaft, en dat ze potentiële kaders zorgvuldig screent alvorens hun enige belangrijke taken toe te wijzen.
  12. Als marxisten en materialisten veroordelen we de idealistische benaderingen van kunstmatige intelligentie. We zullen niet terugdeinzen voor de technologie omdat ze ‘de geest van de kunst vernietigt’, noch zullen we haar doordrenken met fantastische beweringen die beter geschikt zijn voor een sciencefictionfilm dan voor een partijprogramma. Onze prioriteit is het dienen van de werkers in hun historische taak. We moeten de kwestie dus benaderen vanuit een strikt materialistisch standpunt. We zullen solidariteit betuigen en hulp verlenen aan werkers die door AI zijn verdrongen. We zullen het proletariaat scholen over de historische rol van machines. We zullen een partij opbouwen die in staat is de werkers te organiseren voorbij de reikwijdte van vakbonds-economisme of activistische kneuterigheid.
  13. We moeten AI’s impact op het milieu erkennen binnen een marxistisch kader. De wetenschap is duidelijk: het klimaat verandert, en AI’s hoge verbruik van water en elektriciteit is ongetwijfeld schadelijk voor het milieu. Tegelijkertijd is de huidige milieubeweging ferm burgerlijk in termen van tactieken en eisen. Het is daarom noodzakelijk een socialistisch antwoord op de klimaatcrisis te construeren dat niet vervalt in groen liberalisme, activisme of primitivisme.[34]
  14. We moeten het nog-in-ontwikkeling-zijnde karakter van AI erkennen. Hoewel ze momenteel een loutere machine is, een die arbeid vereenvoudigt maar weinig meer bereikt, is dit wellicht niet altijd het geval. In de toekomst kan het zijn dat we haar zich verder zien ontwikkelen, meer werkers verdringend en de wereldeconomie in grotere mate reorganiserend. Of we kunnen het omgekeerde vinden- een falen van de technologie om het kapitalisme betekenisvol te veranderen. Misschien zullen er zelfs andere alternatieven plaatsvinden- we weten het niet. Praktisch gezien betekent dit dat we een programmatische doctrine ten aanzien van AI moeten handhaven. Hoewel de bovenstaande punten ononderhandelbaar zijn voor een marxistische benadering van de kwestie, moeten de strategieën van de arbeidersbeweging in alle stadia zijn afgestemd op het kapitalisme zoals het ervoor staat. We moeten dus een open geest behouden voor zowel oude als nieuwe strategieën.

Met deze punten in gedachten hoop ik een geschikte schets te hebben gecreëerd waarop jullie, de lezers van Partisan!, kunnen voortbouwen om een capabele benadering van kunstmatige intelligentie en haar toekomst te construeren. Ik wil persoonlijk mijn enthousiasme uiten voor toekomstige discussies omtrent het marxisme, haar tactieken en haar benadering van moderne technologieën, ongeacht of deze punten worden geïntegreerd in enige verklaring of programma. Zolang de discussie hartelijk, goed geïnformeerd en geworteld in marxistische theorie en praktijk is, kan ik niet meer vragen. Ik wens jullie, het lezerspubliek, het beste terwijl we ons meedogenloze streven naar een helderdere wereld voortzetten.


[1] Karl Marx, ‘Het Kapitaal’, hoofdstuk 13, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1867/kapitaal/13.htm

[2] Arbeidskracht is de tot koopwaar gemaakte vorm van arbeid. Wanneer ik dus zeg dat machines minder arbeidskracht vergen om te bedienen dan mensen, bedoel ik dat er minder arbeid moet worden ingekocht om hen in stand te houden. Machines zijn enerzijds koopwaren, gekristalliseerde arbeidskracht in een fysieke vorm. Ze kunnen derhalve worden gekocht en vereisen doorgaans niet veel bijkomende uitgaven. Werkers daarentegen vergen niet alleen de initiële investering in gereedschap, werkkleding, veiligheidsuitrusting enzovoort, maar ook de terugkerende betaling van lonen, vergoedingen en dergelijke.

[3] Hayley Taylor, ‘Unions call for worker-centric AI laws’, 10 december 2024, 7NEWS Australia, www.7news.com.au/news/unions-call-for-worker-centric-ai-laws-as-report-finds-one-in-three-aussies-at-risk-of-losing-their-job-to-the-technology-by-2030-c-17039021

[4] Serdar Ozkan & Nicholas Sullivan, ‘Is AI Contributing to Rising Unemployment? Evidence from Occupational Variation’, 26 augustus 2025, Federal Reserve Bank Of St. Louis, www.stlouisfed.org/on-the-economy/2025/aug/is-ai-contributing-unemployment-evidence-occupational-variation

[5] Michael Race, ‘AI likely to displace jobs, says Bank of England governor’, 19 december 2025, BBC, https://www.bbc.com/news/articles/c0r9280gvelo

[6] ‘Taiwan plans AI projects to boost economy by $510 billion’, 23 juli 2025, Reuters, https://www.reuters.com/world/asia-pacific/taiwan-plans-ai-projects-boost-economy-by-510-billion-2025-07-23/

[7]Xinhua, ‘China’s rapid AI growth sparks hiring boom as demand outpaces supply’, 31 maart 2025, Xinhuanet, https://english.news.cn/20250331/ed464505335446c4805cc145bb3762e9/c.html

[8]Steven Sim, ‘How Malaysia is preparing its workforce for the future’, 10 juni 2025, World Economic Forum, https://www.weforum.org/stories/2025/06/malaysia-steven-sim-workforce-future-ai/

[9]Lee Jae-Lim, ‘27 percent of Korean workers will lose their jobs to AI, study shows’, 10 februari 2025, Korea JoongAng Daily, https://www.koreajoongangdaily.com/business/27-percent-of-korean-workers-will-lose-their-jobs-to-ai-study-shows/12241735

[10] Vladimir Lenin, ‘Staat en Revolutie’, hoofdstuk 3, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1917/staat-revolutie/ch03.htm

[11] Vladimir Lenin, ‘Staat en Revolutie’, hoofdstuk 5, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1917/staat-revolutie/ch05.htm

[12] Karl Marx, ‘Kritiek op het programma van Gotha’, hoofdstuk 1, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1875/1875gotha.htm

[13]  Rosa Luxemburg, ‘Reform or Revolution’, deel 2 hoofdstuk 6: Economic Development and Socialism, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/archive/luxemburg/1900/reform-revolution/ch06.htm

[14] Vladimir Lenin, ‘Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme’, hoofdstuk 8, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1916/imperialisme/8.htm

[15] Amadeo Bordiga, ‘Activism’, libcom.org, https://libcom.org/article/activism-amadeo-bordiga

[16] Karl Marx, ‘Comments on James Mill’, 1844, Marxists Internet Archive, https://www.marxists.org/archive/marx/works/1844/james-mill/

[17] Om duidelijk te zijn over mijn terminologie: ik gebruik ‘professionele kunstenaars’ om individuen aan te duiden die hun kunst verkopen om in hun levensonderhoud te voorzien, niet hobbyisten of dergelijken. Ik gebruik ook het woord ‘meeste’, aangezien de meeste professionele kunstenaars zelfstandig zijn of anderszins op opdrachtbasis werken, maar er sommigen zijn die als proletariërs opereren, zoals degenen die door bedrijven worden aangenomen om op regelmatige basis kunst te creëren, zoals gameontwerpers, architecten en animators bij bepaalde bedrijven. Dit gezegd hebbende doordringen de idealen omtrent kunst alle klassen en beroepen binnen de gemeenschap. Het is dus volkomen mogelijk dat een hobbyist of proletarische kunstenaar deze sentimenten herhaalt ook al zijn zij zelf niet burgerlijk. Zoals Marx en Engels schreven: “de ideeën van de heersende klasse zijn in elk tijdperk de heersende ideeën.”

[18] Yuna Fujita, ‘AI art is not real art: where did the creative process go?’, 8 februari 2025, The Skyline View, https://www.theskylineview.com/opinions/2025/02/08/ai-art-is-not-real-art-where-did-the-creative-process-go/

[19] Jake Williams, ‘A.I. Art Is Soulless’, 13 mei 2024, The Communicator, https://chscommunicator.com/93344/opinion/2024/05/a-i-art-is-soulless/

[20] The Access Point, ‘ART-ificial Intelligence: Hollow Canvas of Soulless Expression’, 8 september 2024, The Access Point, https://theaccesspointhau.com/2024/09/08/art-ificial-intelligence-hollow-canvas-of-soulless-expression/

[21] Konrad Wulfmeier, ‘Turn On AI Has No Soul – But the AI Artist Does’, 1 juni 2025, QuantumNature-Art, https://quantumnature-art.com/turn-on-ai-has-no-soul-but-the-ai-artist-does/

[22] AI-ARTS, ‘Manifesto’, AI-ARTS, https://ai-arts.org/manifesto/

[23] Om dit punt verder te verhelderen is wellicht een voorbeeld nuttig. Beschouw twee scenario’s: het waarderen van een schilderij in een kunstgalerie, en het wachten in de rij om een rijbewijs te halen. Zowel het schilderij als de rij kunnen worden bekritiseerd, maar de vormen van kritiek zijn duidelijk niet hetzelfde. Een schilderij bekritiseren als ’te lang’ slaat nergens op, en wachten in een rij bekritiseren als ‘geen vaardigheid vereisend’ is even absurd. Dit betekent natuurlijk niet dat er absoluut geen overlap is; men kan zowel een schilderij als een bureaucratisch proces ‘zielloos’ noemen en vergelijkbare dingen bedoelen. Deze vluchtige gelijkenissen maken wachten in de rij voor een rijbewijs echter niet tot ‘kunst’ volgens enig redelijk begrip van het woord. Het is op dit punt waar critici van AI-outputs falen. Door AI-outputs met dezelfde termen en lenzen als kunst te bekritiseren, stellen ze de twee impliciet gelijk. Terwijl ze tieren en razen over hoe AI-outputs geen kunst zijn, behandelen ze ze als kunst uit hoofde van de manier waarop ze ze bekritiseren. Zulke argumenten zijn intrinsiek tegenstrijdig, en de enige manier om ze recht te trekken is door AI-outputs te categoriseren als kunst, wat antithetisch is aan hun punt, of door alle elementen van hun argument te negeren behalve de conclusie, wat ook onbevredigend is. We stellen dus vast dat zulke argumenten niet alleen onaanvaardbaar zijn vanuit een marxistisch-materialistisch perspectief, maar ook vanuit een eenvoudigere ontleding van de beweringen die worden gemaakt.

[24] Lainie Basman, ‘Unpacking the Environmental Effects of AI’, 17 december 2025, Canada School of Public Service, https://www.csps-efpc.gc.ca/tools/articles/ai-environmental-effects-eng.aspx

[25] David Mytton, Data centre water consumption, 15 februari 2021, npj Clean Water, https://doi.org/10.1038/s41545-021-00101-w

[26] Byron Kaye, ‘In Australia, a data centre boom is built on vague water plans’, 15 september 2025, Reuters, https://www.reuters.com/sustainability/land-use-biodiversity/australia-data-centre-boom-is-built-vague-water-plans-2025-09-15/

[27] BranchPattern, ‘Understanding embodied and operational carbon in data centers: ESG considerations’, 14 mei 2025, GRESB, https://www.gresb.com/understanding-embodied-and-operational-carbon-in-data-centers-esg-considerations/

[28] Spencer Kimball & Gabriel Cortés, ‘Texas data center expansion raises blackout risk during extreme winter weather’, 22 november 2025, CNBC, https://www.cnbc.com/2025/11/22/texas-data-center-ai-ercot-blackout-power-outage.html

[29]  Matthew Gooding, ‘Virginia narrowly avoided power cuts when 60 data centers dropped off the grid at once’, 20 maart 2025, Data Center Dynamics, https://www.datacenterdynamics.com/en/news/virginia-narrowly-avoided-power-cuts-when-60-data-centers-dropped-off-the-grid-at-once/

[30] ‘Electricity demand from U.S. data centers is projected to rise sharply’, 1 december 2025, U.S. Energy Information Administration, https://www.eia.gov/todayinenergy/detail.php?id=66744

[31] Emily Ayshford, ‘The ‘superhuman’ potential of AI in medicine’, 22 november 2024, University of Chicago Biological Sciences Division, https://biologicalsciences.uchicago.edu/news/superhuman-potential-ai-medicine

[32] Kelly Peters, ‘How AI can help detect disease and accelerate medical breakthroughs’, 2 december 2025, Rice University News and Media Relations, https://news.rice.edu/news/2025/how-ai-can-help-detect-disease-and-accelerate-medical-breakthroughs

[33] Voor een diepere bespreking van socialistische economie en de imperatief voor de afschaffing van koopwaarproductie raad ik mijn artikel in Prometheus Magazine aan, The Question of Profit, evenals Bordiga’s Dialoog met Stalin, Boecharins De nieuwe economische oriëntering van Sovjet-Rusland, en, hoewel misschien iets te breed, het eerste deel van Marx’ Het Kapitaal.

[34] Wat dit betreft geloof ik dat de analyses van Max J. (zie zijn brieven in Partisan van 27 november en 3 december 2025) veel van dezelfde standpunten innemen ten aanzien van de milieubeweging die ik wens aan te moedigen. Zoals recente ervaring heeft aangetoond, staat milieuactivisme op gespannen voet met de organisatie en tactieken van de arbeidersbeweging. Bovendien begrijpt hij dat productiekrachten zich noodzakelijkerwijs zullen ontwikkelen onder socialisme en communisme, en dat dit geen “ongelukkige tijdelijke maatregel” is maar een noodzakelijk resultaat van elke revolutie in de productie. We stellen dus vast, zij het door een andere redenering en taal, dat de arbeidersbeweging niet kan vertrouwen op de tactieken van activisten, noch theoretisch verenigbaar is met de opportunistische en primitivistische opvattingen die milieuactivisten er momenteel op nahouden.