Perspectieven van Communist Unity

Viktor Deni, Comrade Lenin Cleanses Earth of Filth, November 1920
Viktor Deni, Comrade Lenin Cleanses Earth of Filth, November 1920

Als revolutionair socialisten hechten we veel waarde aan het internationalistische karakter van onze beweging, toch nemen we niet of nauwelijks kennis van de visie en ontwikkelingen van buitenlandse organisaties die politiek dichtbij de onze staan. Één van deze organisaties is de recent gevormde Communist Unity uit Australië. Op hun vierde congres ontstonden ze uit een fusie en namen ze de onderstaande perspectieventekst aan.

Met de RSP hebben we op ons vijfde congres een lange discussie gehad over de perspectieven van onze organisatie, sommige kameraden waren zelfs van mening dat de perspectieven in het geheel moesten worden weggestemd. Ik denk dat we ons allemaal bewust zijn geworden dat een diepgaande heroverweging van onze perspectieven op termijn nodig zal zijn. Naast kennis over onze internationale kameraden bieden deze perspectieven dan hopelijk ook een vooruitzicht op de discussies omtrent de perspectieven van volgend jaar en kunnen ze ons de nodige inspiratie bieden.

Deze tekst verscheen eerder in Partisan Magazine.
Inleiding en vertaling Jules Maximus.

Dit perspectievendocument is aangenomen door de vierde General Conference van Communist Unity, Melbourn, Januari 2026.

We leven in een tijdperk waarin de overgang plaatsvindt van het mondiale kapitalisme naar het wereldwijde communisme. Nergens is de arbeidersklasse echter in staat om de macht te grijpen. Dit feit heeft geleid – en blijft leiden – tot allerlei gemengde vormen, pathetische halve maatregelen, negatieve verwachtingen en vreemde doodlopende wegen. De belangrijkste tegenstelling waarmee het wereldcommunisme vandaag de dag wordt geconfronteerd, is die tussen de vergevorderde objectieve voorwaarden voor een wereldrevolutie en de achtergebleven subjectieve omstandigheden.

De kapitalistische samenleving weigert het historische toneel te verlaten. De historische overgang tussen kapitalisme en communisme is ontspoord door de ontmanteling van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten, de nederlaag van de Derde Wereld en de wereldwijde anti-imperialistische strijd en de nederlaag van de bureaucratisch-reformistische stromingen binnen de arbeidersbeweging. Deze systematische nederlaag van het wereldsocialisme werd voorafgegaan door de capitulatie van de socialistische beweging voor een verscheidenheid aan nationalistische, reformistische, liquidationistische, populistische en opportunistische afwijkingen. Deze afwijkingen streefden er overwegend naar de arbeidersbeweging te versmelten met het project om de kapitalistische staat te hervormen en te beheren en systematische coalities te vormen met de partijen van de burgerij en de kleinburgerij. Ze leidden tot een vorm van manipulatieve re-integratie, waarbij de arbeidersklasse effectief werd geïntegreerd in kapitalistische ontwikkelingsprogramma’s en de strijd voor emancipatie hopeloos werd vertraagd. Deze nederlaag en het ontbreken van een systematisch communistisch alternatief, heeft een bijzondere periode van reactie ontketend — een permanente, preventieve contrarevolutie.

Deze periode wordt gekenmerkt door de algemene ineenstorting van de socialistische beweging: de teloorgang van arbeidersorganisaties, de versnippering en verwarring binnen de sociale bewegingen, de marginalisering van de communistische politiek en de teloorgang van het marxisme als intellectueel project. Dit tijdperk heeft op zijn beurt geleid tot een bekrompen, verstikkende burgerlijke cultuur van individualisme en consumentisme en tot een triomfantelijk liberalisme.

Het contrarevolutionaire offensief van het kapitalisme, dat wordt gesymboliseerd door de wereldwijde economische, militaire en politieke hegemonie van de VS, heeft catastrofale gevolgen gehad voor de mensheid en de rest van de biosfeer. Ecologische ineenstorting, imperialistische oorlogen, pandemieën en economische crises zijn het onvermijdelijke gevolg. De geschiedenis gaat echter verder en zolang de arbeidersklasse bestaat, blijft ook de mogelijkheid van het socialisme bestaan.

Kapitalisme & imperialisme

De ontwikkeling van de kapitalistische samenleving verliep volgens het patroon van een gecombineerde en ongelijkmatige ontwikkeling van verschillende accumulatie- en reguleringsmodellen. Vanaf de oorsprong van het commerciële kapitalisme in de handelssteden aan de Indo-Arabisch-Mediterrane kust, via de ontwikkeling van de handelsmaatschappij en de ambachtelijke productie, tot de overgang naar de machine-industrie en de uitbreiding van de vrije concurrentie, is het kapitalisme een systematische periode van centralisatie, consolidatie en monopolievorming ingegaan. Het tijdperk van het monopolistische kapitalisme is verder overgegaan in een tijdperk van staatsafhankelijkheid, dat op zijn beurt werd geglobaliseerd met het einde van de fordistische accumulatiemodus. Vandaag de dag is de hoogste vorm van kapitalistische organisatie de transnationale onderneming, gecoördineerd door een internationaal financieel systeem en een machtig blok van financieel-kapitalisten.

Naarmate het kapitalisme zich verder ontwikkelde, zijn ook de tegenstellingen binnen het systeem toegenomen. De kapitalistische productieverhoudingen, die het systeem zijn historische dynamiek verlenen, zijn een rem geworden op de ontwikkeling van de productiekrachten. Het kapitaal maakt periodes van overaccumulatie en systematische waardevermindering door. De financiële markten barsten uit hun voegen van onderbenut geldkapitaal, terwijl de industrie wegkwijnt. Landen met een overwegend agrarische bevolking en een nauwelijks bestaande verwerkende industrie zien zich voortijdig gedesindustrialiseerd. Het rendement op investeringen daalt naarmate de productiviteit stagneert. Dit alles is symptomatisch voor een dalende wereldwijde winstmarge — de belangrijkste indicator van zowel de volwassenheid als de veroudering van het kapitalistische wereldsysteem.

De eerste tekenen van crisis in het huidige wereldsysteem deden zich in de jaren zeventig voor en tegen de jaren negentig was het systeem tot volle wasdom gekomen. Door systematische staatsinterventie heeft het systeem echter, dankzij kredietexpansie, grootschalige economische ineenstortingen kunnen voorkomen. Dit heeft geleid tot een unieke malaise: trage groei, onderinvestering in de productieve industrie, lage lonen en een enorme toename van de schuldenlast van particulieren, bedrijven en de staat. Dit systeem is op zichzelf een uiting van kapitalistisch verval en heeft een hele reeks ‘morbide symptomen’ voortgebracht, niet in de laatste plaats de ‘zelfmoordstaten’ van Trump en Milei.

Het hedendaagse wereldsysteem wordt gekenmerkt door een specifieke vorm van kapitalistische organisatie: het imperialisme. Het imperialisme verdeelt de wereld in een kern van uitbuitende mogendheden en een periferie van uitgebuite naties.

Het imperialisme heeft verschillende ontwikkelingsfasen doorgemaakt. Het imperialisme, dat voortkwam uit het vroege koloniale systeem en de groei van de wereldhandel, nam aanvankelijk de vorm aan van concurrerende, afzonderlijke invloedssferen die door koloniale regimes werden bestuurd. De Europese rijken van Frankrijk en Groot-Brittannië werden het toonbeeld van dit systeem, dat honderden miljoenen mensen onder direct koloniaal bestuur plaatste en nog meer onder indirecte koloniale macht. Dit systeem kwam ten einde met het grote tijdperk van interimperialistische conflicten tussen het Anglo-Frans-Amerikaanse imperialisme en de opkomende machten Duitsland, Italië en Japan. Met het einde van de Europese burgeroorlog en de oorlog in de Stille Oceaan ontstond er een nieuwe imperialistische orde onder Amerikaanse hegemonie. Deze wereldorde was gebaseerd op de herstructurering van het Duitse en Japanse imperialisme tot loyale bondgenoten van het Amerikaanse imperialisme en de (vaak onrustige en tegenstrijdige) onderwerping van het Britse en Franse kapitaal aan de Amerikaanse hegemonie. Het directe interimperialistische conflict werd gesublimeerd door het Bretton-Woods-systeem, dat de kapitalistische wereld in staat stelde de Sovjetunie en de Derde Wereld rechtstreeks te confronteren en te verslaan. Met de mislukking van het Sovjetproject en de ineenstorting van de Beweging van Niet-Gebonden Landen kwam er een einde aan het tweede tijdperk van imperialistische ontwikkeling en brak een periode van onbetwiste Amerikaanse unipolariteit aan.

Vandaag de dag is deze post-Sovjetwereldorde in een periode van historische crisis beland. Door economische onrust, interimperialistische concurrentie en de opkomst van krachtige reactionaire massabewegingen in de imperialistische landen is het systeem duidelijk in een aanhoudende economische, politieke en ideologische crisis terechtgekomen. Het einde van het interregnum van Biden heeft de terugkeer van Trump ingeluid, een voorbode van de ineenstorting van de liberale politieke orde die gekenmerkt wordt door de scheiding tussen de staat en het bedrijf. De al lang bestaande wens van de Amerikaanse staat om zijn potentiële rivaliserende macht, China, te onderdrukken, is alleen maar duidelijker geworden en blijft de centrale pijler van het Amerikaanse buitenlandse, binnenlandse en militaire beleid.

Imperialisme in de 21e eeuw houdt in dat arbeidsintensieve productieprocessen worden geëxporteerd vanuit georganiseerde landen met hoge lonen naar landen met lage lonen. Dit heeft bijgedragen aan de proletarisering van deze landen, waardoor het fenomeen dat ‘de burgerij […] haar eigen grafdelvers voortbrengt’ (Communistisch Manifest) algemeen is geworden, terwijl ze tegelijkertijd onderworpen blijven aan de gecombineerde dictatuur van multinationale ondernemingen en de mondiale financiële wereld. Deze orde opereert vanuit de Eerste Wereld en het internationale militaire regime onder leiding van de VS, waardoor een gemeenschappelijke vijand voor het internationale proletariaat wordt gecreëerd.

De ontwikkeling van het kapitalisme op wereldschaal heeft geleid tot het ontstaan van een wereldproletariaat en een internationaal systeem van kapitalistische productie. Daarmee heeft het internationale kapitaal de voorwaarden geschapen voor een wereldwijde communistische revolutie. Nationalistische programma’s, zoals een alliantie tussen de groot- en kleinburgerij ten behoeve van nationale onafhankelijkheid en ontwikkeling, zijn historisch gezien achterhaald.

De ontwikkeling van het kapitalisme op wereldschaal heeft geleid tot het ontstaan van een wereldproletariaat en een internationaal systeem van kapitalistische productie. Daarmee heeft het internationale kapitaal de voorwaarden geschapen voor een wereldwijde communistische revolutie. Nationalistische programma’s, zoals een alliantie tussen de groot- en kleinburgerij ten behoeve van nationale onafhankelijkheid en ontwikkeling, zijn historisch gezien achterhaald.

De interimperialistische concurrentie in de hedendaagse wereldorde neemt de vorm aan van antagonistische samenwerking. De geïntegreerde wereldmarkt die door de Amerikaanse wereldorde is gecreëerd, heeft geleid tot de ineenstorting van traditionele invloedssferen. In deze vorm van concurrentie gaan uitgebreide economische samenwerking en gezamenlijke investeringen door rivaliserende machten gepaard met zowel verborgen als openlijke conflicten en rivaliteit. Alle kapitalistische blokken zijn noodzakelijkerwijs betrokken bij de gezamenlijke uitbuiting van het wereldwijde proletariaat, waarbij de ongelijke verdeling van de buit de bron vormt van grootschalige tegenstellingen.

Deze orde is afhankelijk van de voortdurende bereidheid van de Verenigde Staten om op te treden als de politieke en sociale handhaver van een wereldsysteem dat naar hun evenbeeld is opgebouwd. Tijdens het interregnum van Biden waren de meest schaamteloze en openlijke vormen van imperialisme aan het werk, met Amerikaanse steun voor Oekraïne, Israël en Saoedi-Arabië, het AUKUS-pact en een toenemende druk op NAVO-landen om zich opnieuw te bewapenen en te remilitariseren. Dit geheel van beleidsmaatregelen weerspiegelt de Amerikaanse behoefte om China te isoleren en de wereldhegemonie te handhaven. Als belangrijkste imperialistische macht en zowel historisch als huidig bastion van de contrarevolutie vormen de Verenigde Staten de grootste belemmering voor de ontwikkeling van een socialistische wereld. De overwinning van de wereldrevolutie is daarom afhankelijk van een derde Amerikaanse revolutie.

Hoewel de Verenigde Staten de machtigste staat ter wereld zijn, loopt het tijdperk van de Amerikaanse unipolariteit ten einde. De structurele crisis van het wereldkapitalisme gaat gepaard met een systematische terugtrekking van investeringen en de-industrialisering in belangrijke bondgenootschappelijke staten, evenals een langdurig economisch en sociaal verval dat zijn oorsprong vindt in een dalende winstmarge. Interimperialistische conflicten, evenals epidemiologische en ecologische crises, vormen een bedreiging voor de toeleveringsketens die relatief goedkope consumentenproducten mogelijk hebben gemaakt. Sanctieregimes, die ooit verlammend werkten, lijken minder effectief te zijn nu de dominantie van de Amerikaanse dollar afneemt. Het Duitse, Britse en Japanse kapitalisme lijkt te stagneren en kwetsbaar te zijn. Het Franse imperialisme is de Europese afhankelijkheid van het Amerikaanse bondgenootschap steeds meer beu. Een heropleving van het protectionisme heeft veel historisch hechte bondgenootschappen verzwakt en heeft geleid tot herbewapening van de NAVO, wat een duidelijke verschuiving in de Amerikaanse geopolitieke strategie markeert. Dit alles luidt het verval van het Amerikaanse imperium in.

De snelle industrialisering van delen van de periferie heeft op haar beurt geleid tot de opkomst van een gordel van subimperialistische machten die opereren binnen het systeem van antagonistische samenwerking. Deze machten nemen een ondergeschikte positie in binnen de imperialistische orde en kampen doorgaans met ernstige vormen van ongelijke ontwikkeling, maar hebben ook concentraties van imperialistisch kapitaal opgebouwd. Strijd tussen deze machten, die vaak als handhavers van het imperialisme in hun regio fungeren, is een van de belangrijkste vormen van interimperialistische concurrentie. Zuid-Afrika, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Turkije, Israël, Egypte, Brazilië, India en Rusland vervullen allemaal deze functie.

De structurele overaccumulatie van kapitaal en het verval van het wereldwijde kapitalistische systeem komen op één manier tot uiting: deïndustrialisering. In de geavanceerde kapitalistische landen begon de deïndustrialisering na de Volcker-schok van de jaren zeventig en luidde een verschuiving in van industriële productie in de metropool naar de zogenaamde “ontwikkelingslanden” onder de knoet van imperialistische overheersing, waarbij tegelijkertijd het aandeel van de kapitalisten in de winst uit het productieproces werd vergroot en de macht van de georganiseerde industriële arbeidersklasse werd ontmanteld. Naarmate het centrum van de wereldwijde industriële productie naar Azië verschoof, nam de socialistische oppositie af. Nu leiden de algemene overproductie in de industriële sector en de toename van kapitaalintensieve productieprocessen tot voortijdige deïndustrialisering in de Derde Wereld, waar kapitalistische ontwikkeling leidt tot minder werkgelegenheid in de industriële sectoren en in plaats daarvan de dienstensector en de informele sector doet groeien.

Dit doet echter niets af aan de gevolgen van de kapitalistische ontwikkeling in de nasleep van de agrarische revolutie, waarbij mensen van hun traditionele grond werden verdreven en stedelijke gebieden zich uitbreidden. Het slinkende industriële proletariaat vormt een wereldwijd existentieel probleem voor de socialistische partijen. De arbeidersklasse, georganiseerd rond de industrie, vormde hun belangrijkste steunpilaar. Het falen van de socialistische beweging in de 20e eeuw heeft ertoe geleid dat het socialisme vandaag de dag zijn richting en positie onder het wereldwijde proletariaat heeft verloren. Met de belofte van nationale economische ontwikkeling of wedergeboorte hebben de reactionairen de rol van belangrijkste oppositie tegen de regerende partijen op het wereldtoneel overgenomen.

Het kapitalistische wereldsysteem voltooit zijn overgang van een door de VS gedomineerde ‘superimperialistische’ coalitie naar een ‘multipolaire wereld’. Dit is een wereld van heviger interimperialistische rivaliteit, verscherpte concurrentie tussen internationale bedrijven en een geleidelijke ontbinding van de multilaterale ‘op regels gebaseerde internationale orde’, ten gunste van competitieve militaire interventies en economische oorlogsvoering. In dit decennium zijn er drie fronten geopend in de nieuwe wereldoorlog: de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, de aanval van het Amerikaanse imperialisme op Latijns-Amerika en de genocidale aanval van Israël op Palestina, die zich heeft verspreid over de Levant en dreigt de hele Mashriq te overspoelen. Een ander front zou kunnen openen naarmate de betrekkingen tussen de VS en China verslechteren.

Crisis in het imperialisme

De huidige crisis van het wereldimperialisme, die tot uiting komt in een afname van de Amerikaanse macht, de opkomst van een gordel van subimperialistische machten en de toename van interimperialistische tegenstellingen, heeft de vorm aangenomen van een groeiende kloof binnen de imperialistische heersende klasse. Nergens komt dit duidelijker tot uiting dan in de Verenigde Staten. De historische eenheid van de heersende klasse rond een programma van atlantisme en de zogenaamde “Washington Consensus” is verbroken. Vandaag de dag wordt de atlantistische liberale burgerij uitgedaagd door een nativistisch blok dat de overgang naar een multipolaire wereldorde wil begeleiden door middel van een hernieuwde bevestiging van een Kissingeriaans realistisch buitenlands beleid, een terugtrekking van Amerikaanse steun aan het Europese kapitaal en een hernieuwde bevestiging van de Monroe-doctrine in Amerika.

Nergens komt de heropleving van de interimperialistische concurrentie binnen de imperialistische wereldorde zo duidelijk tot uiting als in Oost-Europa. Hier is de subimperialistische macht Rusland verwikkeld in een felle strijd met het VS-NAVO-blok. Het Russische kapitaal streeft ernaar zijn rechten op een eigen invloedssfeer op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie te doen gelden. Het doel van het door de VS geleide imperialistische blok en zijn meest fervente aanhangers – de Atlantische liberale burgerij – is de Russische staat uit te putten, met als uiteindelijk doel een regimewisseling in Rusland te bewerkstelligen. Als dat eenmaal is bereikt is het doel China te ‘omsingelen’ – en door middel van oorlog, regionale opstanden, een kleurenrevolutie, enzovoort, een regimewisseling in Peking teweeg te brengen. Ideologisch wordt de herstart van de Amerikaanse wereldhegemonie gedekt door hypocriete beweringen over het verdedigen van de democratie en het opkomen voor de rechten van kleine naties.

Het is schandalig dat delen van links de kant van de Oekraïense staat en daarmee van hun eigen regeringen hebben gekozen, waarbij sommigen zelfs oproepen tot meer wapenleveranties van de NAVO. Uiteraard verschuilt het sociaal-imperialisme zich achter allerlei pseudo-socialistische en democratische frasen. Wij blijven erbij dat de strijd tegen het sociaal-imperialisme — steun voor de imperialistische belangen van Rusland of de NAVO onder socialistische vlag — een cruciale taak is voor proletarische internationalisten.

Ons verzet tegen de belangen van het VS-NAVO-blok mag niet worden opgevat als steun voor de Russische Federatie, een semi-perifere kapitalistische staat die wordt geleid door een oligarchisch-personalistische kliek en die op het lijk van de voormalige Sovjetrepubliek is gaan zitten. In de strijd tussen het Russische subimperialisme en de imperialistische ambities van de westerse mogendheden nemen wij een standpunt van revolutionair defaitisme in.

Wij verwerpen de oproepen van sommigen binnen de socialistische beweging om zich aan te sluiten bij een internationaal volksfront ter ondersteuning van de ‘multipolariteit’. In de strijd tussen de grote bandiet en de kleinere bandiet geven wij niet de voorkeur aan de kleinere bandiet. Elke reorganisatie van het wereldsysteem op burgerlijke voorwaarden, die de wereldwijde heerschappij van de waarde in stand houdt, zou slechts een herverdeling zijn van de afnemende meerwaarde die aan de wereldwijde arbeidersklasse wordt onttrokken. De internationale proletarische revolutie is de enige kracht die het wereldimperialisme kan omverwerpen.

Een van de vele uitingen van gecombineerde en ongelijke ontwikkeling is de Volksrepubliek China. Deze staat, onder leiding van de Chinese Communistische Partij, kwam in 1949 aan de macht door een revolutie van het boerenleger en luidde daarmee een periode in van revolutionaire transformatie en een mislukte socialistische revolutie. In de jaren sinds het einde van de Culturele Revolutie is de revolutionaire politiek in de Volksrepubliek bevroren door het steriele beleid van het ‘socialisme met Chinese kenmerken’. Terwijl de opkomst van de Chinese macht en zelfs het ontstaan van een nieuwe Chinese invloedssfeer, aanleiding heeft gegeven tot een groot aantal westerse sinofielen, moeten echte communisten de politieke situatie in China met analytische helderheid bekijken, niet met romantische illusies.

Vandaag de dag vertoont de Volksrepubliek China alle kenmerken van een kapitalistische economie: loonarbeid, massale werkloosheid, een oligarchie van transnationale ondernemingen en een omvangrijke particuliere sector. Het land wordt echter nog steeds bestuurd door de bureaucratische heersende klasse die aan het hoofd staat van de Chinese Communistische Partij. Deze tegenstelling komt tot uiting in de klassenstrijd tussen de Chinese bureaucratie en de binnenlandse en internationale kapitalistische klasse. Zowel de Chinese staatsbureaucratie als de kapitalistische klasse zijn echter verenigd door hun onderdanigheid aan het internationale kapitaal en de noodzaak om meerwaarde te onttrekken aan de Chinese arbeidersklasse.

De strijd tussen het imperialisme van de VS en de NAVO en het Russische imperialisme kan alleen goed worden begrepen in de context van de belangrijkste concurrentiestrijd in het hedendaagse wereldsysteem: de handelsoorlog tussen de VS en China. Om hun positie ten opzichte van China te versterken, hebben de Verenigde Staten getracht een reeks militaire allianties te smeden om zich te verzekeren van een netwerk van bondgenoten in de Stille Oceaan en de Indische Oceaan. Hierbij zijn het AUKUS-pact en het Quad-akkoord van cruciaal belang. Communisten moeten zich verzetten tegen deze overeenkomsten en tegen alle andere toekomstige militaire pacten met het Amerikaanse, Britse of Japanse imperialisme, evenals met de fascistische kliek in New Delhi. Ons verzet tegen de Atlantische liberale wereldorde mag niet worden opgevat als steun voor een multipolaire vorm van imperialisme met ‘invloedssferen’. Het opnieuw afbakenen van afzonderlijke invloedssferen is een objectief reactionair programma dat gebaseerd is op de verdediging van nationale industrieën en zou leiden tot een intensivering van imperialistische plundering en uitbuiting, zij het op een andere basis.

Van cruciaal belang voor anti-imperialisten en internationalisten is de strijd van de Palestijnse bevolking voor nationale bevrijding. Het aanhoudende bloedbad in Gaza, evenals de wrede bezetting van de Westelijke Jordaanoever, is een directe uiting van het kapitalistische wereldsysteem en de overheersing door het Amerikaanse imperialisme. De staat Israël is een voorpost van het Amerikaanse imperialisme, een belangrijke vazalstaat en een uitvalsbasis voor het imperialisme van het NAVO-blok in het Midden-Oosten.

Communisten moeten de zogenaamde ‘oplossingen’ van de sociale pacifisten, de Arabische staten en de liberale internationale orde van de hand wijzen. Een via onderhandelingen tot stand gekomen regeling, een zogenaamde ‘tweestatenoplossing’, zou slechts leiden tot een reeks Palestijnse getto’s, Bantustans zonder militaire capaciteit, geregeerd door collaborerende krachten zoals die welke momenteel de Palestijnse Autoriteit domineren.

Communisten strijden dan ook voor één enkele, democratische, seculiere republiek van de arbeiders in Palestina, van de Jordaan tot de Middellandse Zee. Een dergelijke staat zou religieuze vrijheid kennen en gelijke rechten en zelfbeschikking voor alle nationale groeperingen garanderen, evenals het recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen. Een dergelijke republiek zou noodzakelijkerwijs een programma van wederopbouw, landhervorming en systematische de-zionisering moeten doorvoeren.

Met de val van Bashar al-Assad in Syrië is duidelijk geworden dat de zogenaamde ‘As van het Verzet’ een illusie is; in werkelijkheid gaat het om een web van allianties, rivaliteiten en wapenstromen, wiens positie tegenover het Palestijnse verzet tegenstrijdig is. De dwaasheid van sommige marxisten om te vertrouwen op de Islamitische Republiek Iran en andere actoren binnen het burgerlijke interstatelijke systeem in het Midden-Oosten verraadt een historische zwakte in het internationale socialisme. Religieus nationalisme en diverse vormen van pan-islamisme bieden geen haalbare weg naar bevrijding in het Midden-Oosten. Na de revolutie van 1979 en de machtsovername begonnen de islamisten met de totale vernietiging van de communistische beweging in Iran. Nu de revolutionaire linkse beweging uit de weg is geruimd, heeft het Iraanse regime zijn reactionaire anti-imperialisme geleidelijk gematigd, wat gekenmerkt wordt door de langdurige neergang van de principlististische factie.

Onderdeel van de door nativistisch-Kissingeristisch gedreven heropleving van de Monroe-doctrine is een intensivering van de economische, militaire en politieke druk op Cuba, Venezuela en andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. De communistische beweging moet zich met alle macht verzetten tegen de uitoefening van imperialistische macht in het Amerikaanse continent. In Cuba roepen we op tot een compromisloze verdediging van de verworvenheden van de Cubaanse revolutie en de Cubaanse massa’s en streven we naar de verdediging, uitbreiding en voltooiing van de Cubaanse revolutie. In Venezuela zien we de organisatie van de arbeidersklasse tegen het imperialisme en voor de uitbreiding van de Bolivariaanse Revolutie. In heel Latijns-Amerika erkennen we dat het imperialisme niet door deze of gene nationale beweging kan worden verslagen en dat de arbeidersklasse moet strijden voor een Pan-Amerikaanse Unie van Socialistische Republieken.

Het is de plicht van internationalisten om zich in de eerste plaats altijd te verzetten tegen hun eigen heersende klasse en diens belangen. In onze context betekent dit dat we ons moeten verzetten tegen de Australische kapitalistische klasse en haar innige bondgenootschap met het Amerikaanse imperialisme. Daarom is het opzetten van een anti-imperialistische beweging in Australië, met de arbeidersklasse en de jeugd als basis, een primaire taak.

Zolang het imperialisme de wereld in zijn greep houdt, zal het elke bloem van het socialisme die probeert op te bloeien, de kop worden ingedrukt. Alleen de internationale arbeidersklasse, aan het hoofd van de werkende massa’s van de wereld, kan de imperialistische wereldorde omverwerpen. Gezien de verwevenheid van de hedendaagse imperialistische wereldeconomie zijn de mogelijkheden voor nationalistische ontwikkelingspaden naar het socialisme beperkter dan ooit. Wereldrevolutie — tegen het internationale kapitalistische systeem en zijn heersende klassen — is de enige weg om de mensheid te bevrijden van de juk van de imperialistische overheersing.

De hoogste vorm van eenheid voor de arbeidersbeweging ligt op politiek vlak, in een internationale partij. Voor de internationale politieke arbeidersbeweging is de strijd tegen oorlog en de imperialistische hiërarchie van naties van het grootste belang. Gezamenlijke actie in vakbondsstrijd die over landsgrenzen gaat is eveneens een krachtig wapen en daarom streven communisten naar de internationalisering van de vakbondsstrijd. Om die reden zijn dergelijke concessies aan de pro-imperialistische politiek van de vakbondsbeweging in veel landen onacceptabel en moeten nationaal en sociaal chauvinisme meedogenloos worden bestreden, samen met alle vormen van nationaal-socialisme.

De strijd tegen het imperialisme vereist dat de leugens van de sociaal-imperialisten en de valse beloften van de sociaal-pacifisten aan het licht worden gebracht. Dit houdt in dat de aard van de imperialistische belangen en de werkelijke doelstellingen van de imperialistische mogendheden moeten worden blootgelegd en dat de illusies over de Verenigde Naties en andere instellingen van de „op regels gebaseerde internationale orde“ moeten worden weggenomen.

De strijd voor een revolutionaire partij

Het proletariaat is nog nooit zo groot geweest als vandaag. Overal ter wereld vechten omvangrijke arbeidersbewegingen tegen de macht van het kapitaal. In India en Bangladesh voeren boeren en fabrieksarbeiders regelmatig stakingen die de industriële strijd van de negentiende eeuw in de schaduw stellen. Chinese arbeiders, die gevangen zitten in het politieke apparaat van de partijstaat, zijn niettemin assertief, strijdbaar en georganiseerd. In Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika krijgen de industriële arbeiders gezelschap van massa’s semi-proletarische boeren en de armen in de steden en op het platteland. Arbeiders en jongeren in de Verenigde Staten en op het Europese vasteland worden steeds militanter, waarbij explosieve stakingen en confrontaties met de politie aan de orde van de dag zijn. Er bestaat echter geen internationale kracht die geduldig een communistische beweging kan opbouwen die in staat is deze krachten tot revolutionair bewustzijn en politieke macht te brengen.

Van bijzonder belang voor communisten zijn de revolutionaire strijd van arbeiders en jongeren tegen oligarchische, neokoloniale regimes in Indonesië, Kenia, Nepal, Bangladesh en Madagaskar. Deze bewegingen, die door jongeren worden aangevoerd en grotendeels politiek vormloos zijn (met uitzondering van Kenia), zijn er tot nu toe niet in geslaagd de arbeidersklasse op het punt te brengen de politieke macht te grijpen. Hoewel de opkomst van deze massabewegingen wijst op een langdurige opleving van de wereldwijde klassenstrijd, blijft de arbeidersklasse gedepolitiseerd, ongeorganiseerd en verstoken van een revolutionair politiek programma. De valse beloften van links-developmentalisme, nationalisme en stalinistische volksfronten helpen niet om deze enorme organisatorische en ideologische kloof te overbruggen.

De golf van stakingen tegen de steun aan Israël in Italië heeft de strijdbare activiteiten van het Italiaanse proletariaat internationaal onder de aandacht gebracht. Uit deze gebeurtenissen moeten belangrijke lessen worden getrokken. Ten eerste: ondanks de verdeeldheid binnen het huidige wereldsysteem zijn de arbeiders in de imperialistische landen in staat om daadkrachtig op te treden uit solidariteit met hun broeders en zusters in de Derde Wereld. Ten tweede: het is de langdurige strijd voor de organisatie van de arbeidersklasse die de arbeidersklasse zal wapenen voor zowel haar economische als politieke strijd. Ten derde is communistische politiek doorslaggevend bij het smeden van een massale politieke beweging van de arbeidersklasse.

De groei van het internationale proletariaat, met name in de gordel van subimperialistische semi-perifere landen, betekent dat een blik op het proletariaat vandaag de dag noodzakelijkerwijs een oriëntatie op de Derde Wereld inhoudt. Een politiek die zich uitsluitend richt op de Eerste Wereld en de imperialistische metropolen is in een dergelijke context kortzichtig. We verwerpen echter ook het idee dat een oriëntatie op de Derde Wereld noodzakelijkerwijs een volksfrontbenadering van de nationale kapitalistische blokken van deze landen vereist.

De historische taak van de arbeidersklasse is om zich te vormen tot een onafhankelijke partij, met als doel zichzelf tot heersende klasse te verheffen door de strijd voor democratie te winnen en een democratische socialistische republiek te stichten. Deze partij mag geen afzonderlijke „factie“ van de socialistische beweging vertegenwoordigen, maar moet een overkoepelende partij zijn van de socialistische arbeidersbeweging als geheel. Op haar beurt moet zij zowel een voorhoedepartij zijn, gebaseerd op de meest geavanceerde en klassenbewuste lagen van de arbeiders, als een massapartij die ernaar streeft honderdduizenden militanten in haar gelederen op te nemen en die een brede partijbeweging leidt die de hegemonie over de gehele arbeidersklasse kan verwerven. Deze partij zou fungeren als de systemische oppositie, zowel in het parlement als op straat en verenigd zijn door een revolutionair minimum-maximumprogramma.

Het maximumprogramma beschrijft de uiteindelijke, communistische doelstellingen van de partij: de totstandbrenging van een socialistische economie, de afschaffing van privé-eigendom, de ontbinding van het gezin en de natiestaat en het einde van de klassenmaatschappij. Het minimumprogramma vertegenwoordigt de minimumvoorwaarden voor de partij om de macht over te nemen en bestaat uit eisen voor een alternatief politiek systeem waardoor de arbeidersklasse kan regeren, evenals economische maatregelen die bij de machtsovername moeten worden genomen naast maatregelen voor de emancipatie van vrouwen, nationaal en raciaal onderdrukte volkeren en gender- en seksuele minderheden. De politieke eisen omvatten de afschaffing van de monarchie, vrijheid voor de socialistische en arbeiderspers, afschaffing van de senaat, de presidentiële premier en het kabinet en de concentratie van de macht in één volksvergadering die via evenredige vertegenwoordiging wordt gekozen. Daarnaast de onderwerping van het rechtssysteem aan democratisch toezicht, het einde van het koloniale staatssysteem en de vervanging van de politie en het staande leger door een arbeidersleger dat wordt gekenmerkt door algemene dienstplicht en opleiding, evenals democratische rechten op politieke organisatie voor al zijn leden. Deze visie op de taken van het proletariaat bij de verovering van de politieke macht is gebaseerd op het besef dat de bestaande oligarchische, liberaal-constitutionele monarchie de uitvoering van een arbeidersprogramma systematisch belemmert. Beloven dat de burgerlijke constitutionele structuur – met haar remmen op de volksdemocratie, haar bureaucratie en haar leger – onaangeroerd blijft, is dwaasheid. Er zijn geen snelkoppelingen om het probleem op te lossen van een proletariaat dat niet sterk genoeg is om de overgang naar het socialisme te verdedigen. De enige weg is om de voorhoede ervan te organiseren in een partij die de kracht van de klasse opbouwt, gemeten aan de hand van haar politieke en economische organisatie en de groei van haar voorhoede. De arbeiderspartij moet ruim voor de overname van de politieke macht consequent propaganda en agitatie voeren voor een radicaal constitutioneel alternatief voor de heerschappij van de kapitalistische klasse. Zij moet een overweldigende meerderheid van de samenleving en de manschappen van de strijdkrachten winnen voor de noodzakelijke hervorming van de sociale besluitvorming. Kortom, we moeten de democratische revolutie tot het einde toe volhouden.

De weg naar een dergelijke ‘massale voorhoedepartij’ loopt via een fusie van de bestaande socialistische krachten, geleid door de marxistische politiek, met de basisbewegingen van de arbeidersbeweging. Hierbij wordt het programma voor de zelfemancipatie van de arbeidersklasse gecombineerd met de praktische organisatie, de strijdbaarheid en de aanhang die nodig zijn om dit te verwezenlijken. Dit vereist een wederzijdse transformatie van beide partijen in de fusie, waarbij de sterke punten van elke partij worden erkend, evenals de noodzaak van een fusie voor beide.

Hoewel deze partij waarschijnlijk zal ontstaan uit een proces van afsplitsingen en fusies, is er geen enkele kracht binnen links die de basis zou kunnen vormen voor de partij die we nodig hebben. Er is geen weg naar de verovering van de politieke macht buiten de bestaande linkse beweging om, door een kleine groep die ‘zich rechtstreeks tot de klasse richt’. Dit is een veronderstelling van degenen die zich voorstellen dat hun kleine groep zou kunnen versmelten met de klasse in een spontane opstand op grond van de juiste politiek, of in een niet-revolutionaire periode, op basis van louter economische organisatie of overgangspolitiek.

De voorwaarden voor het ontstaan van deze partij zijn nog niet aanwezig. We bevinden ons dan ook in een pre-partijfase, waarin de belangrijkste taak bestaat uit het scheppen van de noodzakelijke voorwaarden voor het ontstaan van een communistische massabeweging. Deze voorwaarden zijn: de verspreiding van een marxistische intellectuele beweging, met inbegrip van studiekringen, socialistische clubs en marxistische publicaties én de heropkomst van een proletarische voorhoede die gesmeed is in de klassenstrijd. Alleen door de samensmelting van deze twee krachten is een communistische massapartij mogelijk. Deze samensmelting vereist bovenal de eenheid van marxisten en communisten in één politiek blok en de verduidelijking van het marxistische programma door middel van grondige strijd, onderzoek en kritiek.

De afgelopen dertig jaar hebben we een wildgroei gezien aan ‘alternatieve’ strategieën voor sociale revolutie, die allemaal erop gericht waren de centrale rol van de revolutionaire partij te marginaliseren en te verwerpen. Deze strategieën, of het nu gaat om de beweging van de straat en bezettingstendensen, de tendensen van ‘leiderloos verzet’ (liberaal of anarchistisch), of de pogingen om sociaaldemocratische, laboristische, New Deal-liberale of andere links-populistische illusies nieuw leven in te blazen, zijn wereldhistorische mislukkingen geweest, die de historische zwakte en het verval van onze klasse weerspiegelen in het tijdperk van het geglobaliseerde monopolistische financiële kapitalisme. De partijistische (partyist), revolutionaire linkse beweging moet haar programma opnieuw naar voren brengen: een georganiseerde versmelting van de arbeidersbeweging en de marxistische politiek in de vorm van een revolutionaire voorhoede en de vorming van een proletarische massaspartij met een revolutionair programma.

Australië

Het Australische kapitalisme is voortgekomen uit het Britse koloniale systeem. Door de genocidale zuivering van de inheemse volkeren van het land ontstond een sociale orde die ongebonden was aan de beperkingen van eerdere sociale ordeningen. Vanwege de koloniale geschiedenis van Australië heeft de kapitalistische ontwikkeling een ongebruikelijke weg gevolgd. Het agrarische kapitalisme, zonder een klasse van kleine vrije boeren of pachters, kon zich ongehinderd ontwikkelen en al snel voegde zich het mijnbouwkapitaal daar aan toe als de twee pijlers van de Australische industrie. De heersende klasse van veehouders en landbouwers werd echter al snel gemarginaliseerd door een machtige handels- en bankenburgerij. Een chronisch tekort aan arbeidskrachten gaf de relatief kleine, geschoolde Australische arbeidersklasse meer macht en kleinburgerlijke tendensen kwamen dan ook snel op de voorgrond in de Australische arbeidersbeweging. Tegen de tijd dat de industriële productie zich uitbreidde en er een echt proletariaat ontstond, werd de Australische arbeidersbeweging gedomineerd door de ideologie van het laborisme en de conservatieve, op ambacht georiënteerde vakbonden.

De Australische Labor Party, een burgerlijk-liberale partij met wortels in de vakbondsbeweging, is de belangrijkste partij van het Australische kapitalisme. Het is de ALP die het Australische kapitalisme door zijn zwaarste crises heeft geloodst, het ‘Laborist Compact’ heeft ontwikkeld dat de groei van de Australische verwerkende industrie mogelijk maakte, het ‘White Australia’-systeem van immigratiecontroles heeft ingesteld en beëindigd en het neoliberalisme heeft geïntroduceerd in de nasleep van het ‘Prices & Incomes Accord’. Vandaag de dag is het de Labour Party die het Australische kapitalisme wil heroriënteren in de richting van protectionisme en herindustrialisering.

De meest recente periode van kapitalistische accumulatie, die in de jaren tachtig begon, kan het best worden omschreven als ‘Keatingisme’. Dit programma combineerde economisch liberalisme, het einde van door de staat gestuurde industriële ontwikkeling en de openstelling van de Australische markten voor Azië, met sociaal progressivisme, het pensioenstelsel en de toename van het eigenwoningbezit. Sociale vooruitgang, waaronder het overwinnen van sociale achterstand en chauvinisme, zou verweven zijn met een stijgende levensstandaard, aangedreven door financialisering, de verburgerlijking van de Australische arbeidersaristocratie en goedkope consumptiegoederen uit de Aziatische markten.

Het Australische kapitalisme staat tegenwoordig ondergeschikt aan het Amerikaanse imperialisme en is afhankelijk van Amerikaanse, Britse, Franse, Chinese en Japanse investeringen. Op zijn beurt is Australië afhankelijk van internationale export om zijn zwakke betalingsbalans recht te trekken, met name richting China. Dit heeft geleid tot een situatie waarin het Australisch kapitaal gewichtige belangen heeft bij het behoud van de bestaande wereldorde en in het bijzonder in het behoud van het machtsevenwicht tussen de Verenigde Staten en China. Dit komt tot uiting in een groeiende verdeeldheid tussen een dominante pro-Amerikaanse vleugel en een secundaire, zwakkere pro-Chinese vleugel in de Australische politiek, met name binnen de Labour Party.

De Australische economie wordt gedomineerd door een handvol sectoren: mijnbouw, detailhandel, financiën, verzekeringen, telecommunicatie en vastgoed. Door een algemene daling van de productieve investeringen is de Australische economie afhankelijk geworden van een reeks speculatieve zeepbellen, waarvan de meest ingrijpende zich op de huizenmarkt voordoet. Dit heeft geleid tot een huisvestingscrisis die nu de belangrijkste uiting is van de sociale ongelijkheid en onzekerheid die het kapitalisme met zich meebrengt.

De Australische arbeidersklasse telt tegenwoordig miljoenen mensen. Wij verwerpen echter de voorstelling dat de arbeidersklasse de „overgrote meerderheid” vormt, zeker in een land als Australië met een aanzienlijke kleinburgerlijke laag. De Australische kleinburgerij bestaat uit drie lagen: kleine renteniers en speculanten die volledig afhankelijk zijn van onroerend goed en het pensioenstelsel, evenals van andere kleine investeringen; de traditionele kleinburgerij van kleine winkeliers, zelfstandige beroepsbeoefenaars en klusjesmannen; en een ‘nieuwe’ kleinburgerij van management- en technische specialisten die in dienst zijn van het kapitaal om de organisatie van de kapitalistische productie en distributie te faciliteren.

De Australische arbeidersklasse is intern verdeeld. Enerzijds is er een aristocratie van geschoolde arbeiders, die vaak eigen onroerend goed bezitten en beschikken over vaardigheidsmonopolies die hen beschermen tegen open concurrentie op de arbeidsmarkt. Deze arbeiders zijn vaker aangesloten bij een vakbond, met name bij de vakbonden voor zowel bedienden als arbeiders. Aan de andere kant zijn er onzekere, ongeschoolde en halfgeschoolde arbeiders in de detailhandel, de gezondheidszorg, de horeca, de industrie en de landbouw. Deze arbeiders zijn aanzienlijk minder vaak aangesloten bij een vakbond en hebben veel minder vaak eigen onroerend goed. Deze verdeeldheid binnen de arbeidersklasse komt ook tot uiting langs gender-, ras- en generatielijnen.

In de periode van het Keatingisme hebben de Labourpartij en de vakbondsbureaucratie toegezien op de systematische ontbinding van de georganiseerde arbeidersklasse. Daardoor is de arbeidersklasse nog nooit zo’n zwakke kracht geweest in het Australische politieke en maatschappelijke leven. Er bestaat geen politieke partij, geen programma, geen sociale beweging die de arbeidersklasse verenigt. In plaats daarvan is de klasse gefragmenteerd, zowel op sociologisch als op politiek niveau. Het is voor communisten van cruciaal belang om een systematische studie te verrichten naar zowel het Australische kapitalisme als de dynamiek en samenstelling van de arbeidersklasse in dit land.

De dominante vorm van officiële ideologie in het hedendaagse Australië is het progressieve nationalisme: een liberale, door de staat gesanctioneerde ideologie die antiracistisch, multicultureel, antisexistisch en pro-LGBT is en die wordt gesteund door delen van de kapitalistische klasse en de staat. Deze ideologie wordt vaak in verband gebracht met de Labour Party en de Groenen, evenals met de instellingen van de burgerlijke academische wereld. Deze ideologieën zijn uiteindelijk pro-kapitalistisch en individualistisch en vormen een uitvloeisel van de specifieke vorm die het neoliberalisme in Australië heeft aangenomen: het Keatingisme. Het liberale identitarisme verwerpt de revolutionaire en progressieve rol van de arbeidersklasse en legt de nadruk op een fragmentarische politiek van vertegenwoordiging en staatserkenning binnen een imperiaal project, boven elke vorm van massastrijd of revolutionair anti-imperialisme. Er is ook een pseudo-radicale en gemakkelijk te coöpteren variant van identiteitspolitiek ontstaan, die het openlijke pro-kapitalisme afwerpt maar via dezelfde politiek van erkenning onlosmakelijk verbonden is met de staat. Het is van vitaal belang dat de revolutionaire antiracistische, feministische en queer-bevrijdingsbewegingen grondig breken met deze vorm van burgerlijke erkenning. Met name een uitgebreid netwerk van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) is een vorm van volksbestuur geworden, op vrijwel dezelfde manier als de officiële vakbondsleiding dat is in arbeidsproblematiek. Deze groep carrièregerichte bureaucraten dankt haar kleinburgerlijke rol aan het aansturen en ‘vertegenwoordigen’ van diverse onderdrukte volkeren en sociale bewegingen. Zij moeten door de revolutionaire beweging terzijde worden geschoven en met dergelijke krachten kan geen echte alliantie worden gesloten.

Dit betekent niet dat de onderdrukking van vrouwen, migranten, inheemse volkeren of seksuele minderheden in de Australische samenleving tot een einde is gekomen. Deze verschijnselen zijn geen ideologische factor van de kapitalistische samenleving, maar veeleer structurele noodzaak voor de voortzetting van het kapitalisme. In de huidige crisisperiode hebben reactionairen pogingen ondernomen om vroegere vormen van kapitalistische regulering te herstellen door traditionele blanke, patriarchale sociale normen in ere te herstellen. Naarmate de crisis in het wereldkapitalisme voortduurt, valt te verwachten dat deze tendensen in de aanval zullen gaan. Het onvermogen van zowel de officiële als de radicale identiteitspolitiek om deze reactionaire tendens tegen te gaan en echte vrijheid te bieden aan alle onderdrukten en uitgebuitenen, vergroot de urgentie van het ontwikkelen van een marxistische benadering van de emancipatie van migranten, inheemse volkeren, vrouwen, homoseksuelen en transgenders. Wij erkennen de arbeidersklasse als de voorhoede en spreekbuis van de onderdrukten, terwijl we het belang van deze vrijheidsstrijd benadrukken.

De Australische arbeidersklasse heeft tientallen jaren van politieke nederlagen en verval achter de rug. De arbeidersklasse als geheel mist zelfs het meest elementaire vakbondsbewustzijn en is niet systematisch georganiseerd. De klassenstrijd bevindt zich op een historisch laag niveau. Ook de vakbonden zijn in het defensief en vertegenwoordigen slechts een kleine minderheid van de bredere arbeidersklasse. Waar vakbonden wel bestaan, zijn ze overwegend conservatief, corporatistisch en onlosmakelijk verbonden met de Australische Labor Party (ALP). Waar sociale activiteit onder arbeiders en jongeren wel plaatsvindt, valt deze grotendeels uiteen in twee kampen: de vakbondsbeweging en de activistische linkse beweging.

De Labor Party is een burgerlijk-liberale arbeiderspartij, in die zin dat het een burgerlijk-liberale partij is die steunt op een sociale basis binnen de vakbondsbureaucratie en in bepaalde lagen van de arbeidersaristocratie. Deze basis in de arbeidersklasse wordt aangevuld met omvangrijke lagen van de kleine burgerij, vrije beroepen en andere middenklassen die hun politieke uitdrukking vinden in de ALP. In haar politieke programma is de ALP een nationalistische, liberale en corporatistische partij die ernaar streeft arbeid en kapitaal in de Australische staat te verenigen. Ondanks de relatieve achteruitgang van de vakbondsbeweging behoudt de ALP de effectieve controle over de arbeidersbeweging door haar nauwe alliantie met en controle over de Australian Council of Trade Unions (ACTU) en de verschillende staatsvakbondsraden.

De ALP vormt geen potentieel instrument voor een socialistische revolutie in dit land. De ALP is conservatief, verankerd in de vakbondsbureaucratie, vertegenwoordigt systematisch de middenklasse en is anticommunistisch; daarmee vormt zij het grootste obstakel voor de eenheid van de arbeidersklasse en de overwinning van de socialistische beweging. Communisten moeten ernaar streven het ALP-ACTU-NUS-kartel, dat de arbeiders- en studentenbewegingen domineert, te overwinnen door de controle van de ALP over de vakbonden en de bredere arbeidersklasse succesvol te betwisten. Dit is niet mogelijk zonder de opkomst van een Communistische Partij.

In het waarschijnlijke geval van een opleving van de klassenstrijd zal de arbeidersklasse zich hoogstwaarschijnlijk aansluiten bij haar traditionele organen van de reformistische strijd: de Labour-linkervleugel en de vakbondsbeweging. In dat geval is het noodzakelijk dat communisten systematisch ageren onder leden van de vakbondsbeweging en Labour-leden en -kiezers ten gunste van een breuk met het Labourisme en de vorming van een socialistische, internationalistische arbeidersbeweging. Als zodanig is de strijd binnen de Labour-partij een noodzakelijke voorwaarde voor het overwinnen van het Labourisme.

De linkse activistische beweging bestaat uit een heterogene groep sociale activisten die zich inzetten voor kwesties van maatschappelijk en politiek belang. Tot deze krachten behoren de vredesbeweging, milieuactivisten, feministen en antiracisten. De leden van deze bewegingen zijn overwegend afkomstig uit de middenklasse en hebben weinig banden met de bredere arbeidersklasse of de vakbondsbeweging.

De radicale vleugel van links vertegenwoordigt grotendeels de traditie van kleinburgerlijk en lompenproletarisch radicalisme: anarchisme, eclectisch radicalisme, radicale democratie en identitarisme. Dit moeras van vergaan middenklasseradicalisme vormt een grote belemmering voor de vorming van een communistische beweging, vooral onder jongeren. Communisten moeten dit moeras verlichten met het licht van het wetenschappelijk socialisme, de helderheid van politieke organisatie en de discipline van een socialistische jongerenbeweging.

Over het geheel genomen sluit de activistische linkervleugel aan bij de Australische Groenen, waarbij veel activisten lid of aanhanger van deze partij zijn. De Australische Groenen is een middenklassepartij, ontstaan uit een samensmelting van milieuactivisten uit de middenklasse en de overblijfselen van de Australische Democraten. De radicale vleugel van de partij, die zich kenmerkt door anarchistische en identitaire ideeën, deelt grotendeels het voorstedelijke lokalisme en de kleinburgerlijke politiek van de hoofdstroom van de partij.

De meest op coalities gerichte vleugel van de Australische socialistische beweging bevindt zich binnen de gelederen van de ALP en de Groenen, evenals binnen de vakbonden. Via deze organisaties hopen deze socialisten de zaak van de arbeidersklasse te bevorderen door middel van een systematische, principiële eenheid met kleinburgerlijke en burgerlijke krachten. Het is de taak van communisten om socialisten binnen Labour en de Groenen te winnen voor een gemeenschappelijk socialistisch programma en voor de oprichting van een nieuwe communistische partij. Alleen op deze basis kan het socialisme op eigen benen staan als een afzonderlijke politieke stroming.

Een groot deel van de socialistische beweging is tegenwoordig beperkt tot confessionele sekten. Deze organisaties worden gekenmerkt door hun toewijding aan specifieke punten van de theoretische leer, een daaruit voortvloeiende cultuur van intellectuele conformiteit en stagnatie en een bureaucratisch-centralistische vorm van politieke organisatie. Een dergelijke rigide eenheid is gebaseerd op een vorm van bureaucratisch centralisme: het ‘slate’-systeem, feitelijke of wettelijke verboden op factievorming en een onvermogen om openbaar debat en kritiek te voeren. Belangrijk is dat deze organisaties facties van de socialistische beweging vertegenwoordigen, maar zichzelf structureren als partijen, in concurrentie met alle andere sekten om leden en invloed. Bij gebrek aan een oecumenische partij van de socialistische beweging ondermijnen deze organisaties elkaar en proberen ze ‘rechtstreeks naar de massa’s’ te gaan in plaats van de bestaande voorhoede van socialistische arbeiders, activisten en jongeren te consolideren.

Binnen de sekten bestaan er twee wezenlijke stromingen: een linkse en een rechtse. Links, het duidelijkst belichaamd in de post-Cliffiaanse Socialistisch Alternatief, maar ook in de stalinistische Australische Communistische Partij van de Derde Periode en de diverse anarcho-communistische en links-communistische groeperingen, heeft een stakingsgerichte oriëntatie waarin de vorming van een massapartij van de arbeidersklasse afhankelijk is van spontane uitbarstingen in de klassenstrijd en de organische formaties van de strijdende arbeidersklasse. Deze oriëntatie leidt tot een economistische aanhangselhouding ten opzichte van arbeidersstrijd en een fetisjering van het vakbondswezen of de organisatie van arme mensen. Als alternatief hanteren zij een sektarische abstentionistische oriëntatie, waarbij zij elke deelname aan de politiek verachten.

Ondertussen wordt de rechtse tendens binnen de sektes het best belichaamd door de al lang gestaliniseerde Communistische Partij van Australië, de maoïstische Communistische Partij van Australië (Marxistisch-Leninistisch), de eco-socialistische post-trotskistische Socialistische Alliantie en de Cliffiaanse Solidarity. Deze organisaties, die proberen ‘direct naar de massa’s te gaan’ en de moeilijke kwesties van de communistische eenheid en het programma te vermijden, lopen systematisch achter laboristische, sociaaldemocratische of progressieve krachten in de vakbonden of sociale bewegingen aan. Dit kan zich uiten in het aanhangen van de ALP, of de Groenen, of als een vorm van vulgair mouvementisme. In alle gevallen leidt dit tot een relatieve behoudendheid en opportunisme.

De Socialistische Partij is een socialistisch electoraal front dat tot doel heeft verschillende linkse stromingen te verenigen in een coalitie om ‘een socialist in het parlement te krijgen’. Het vertegenwoordigt een poging van Socialistisch Alternatief om de beperkingen van de sektarische vorm te overwinnen. In de praktijk verdedigt de Socialistische Partij een beperkt politiek programma gebaseerd op de kleinste gemene deler. De combinatie van een nominaal revolutionaire meerderheid en een reformistisch programma leidt tot een vreemde, eclectische politiek die vergelijkbaar is met het historische fenomeen van het centrisme. De taak van communisten is om hegemonie te verwerven voor een revolutionair programma binnen de Socialistische Partij.

Ondanks haar beperkingen hebben communisten de taak op zich genomen om de Socialistische Partij binnen te gaan via de oprichting van de partijistische Communistische Caucus. Dit werk vormt het belangrijkste strijdterrein voor de vooruitgang van partijistische ideeën binnen de bredere communistische beweging.

Vandaag de dag loopt de meest waarschijnlijke weg naar de heroprichting van de Communistische Partij in Australië via de Socialistische Partij en haar deelorganisaties. Wij moeten oproepen dat de Socialistische Partij een eenheidscongres bijeenroept van de gehele socialistische en communistische beweging met het doel één enkele massapartij te vormen met een revolutionair programma.

De partijistische fractie van de socialistische beweging moet een systematische campagne voeren binnen de bredere socialistische en arbeidersbeweging voor de eenheid van marxisten en voor een revolutionair minimum-maximumprogramma. Deze campagne vereist het smeden en ontwikkelen van een pre-partijorganisatie, een aantrekkingspunt waarom de partijisten zich omheen kunnen verzamelen en die in de hele beweging kan strijden voor de eenheid van marxisten en de heroprichting van de Communistische Partij in Australië.

Daarom moeten op dit moment de leuzen van onze organisatie zijn:

Verenig het socialisme en de arbeidersbeweging!

Verpletter het imperialisme! Breek de alliantie met de VS! Geen oorlog met China!

Voor een marxistisch programma in de Socialistische Partij!

Voor de eenheid van marxisten!

Herbouw de partij! Voor een heroprichtingscongres van de Communistische Partij in Australië!

Breek met het laborisme en de middenklasse-radicalen!

Herbouw de communistische beweging in Azië en Oceanië!

Voor een Australische sectie van de arbeidersinternationale!

Voorwaarts naar een democratische republiek en de wereldoktober!

Leuk artikel? Meld je aan voor de Paraat nieuwsbrief!